Maak gratis een account aan en krijg toegang tot het volledige forum. Paswoord vergeten? klik hier om een nieuwe aan te vragen. Neem contact op indien u problemen ondervindt met inloggen of registreren.
Maak een account aan!
Bilzenkruid is nu niet iets waar je wat mee gaat experimenteren op eigen houtje. Het kan nogal dodelijk zijn namelijk. Ik heb het staan omdat het een leuke snelgroeiende bijzondere plant is en ik vind haar bloei ook gewoon leuk. daarnaast weert het allerlei insecten net zoals de alsem soortjes in mijn tuintje.
Toen ik ineens ENORME spinnen ogen mij aan zag kijken ben ik gestopt...
Prachtig tuintje en mooie plaatjes hoor! Maar met al die beesten ben ik gauw weg
Love,
Wunkie
Life's a bitch and then you die.
So fuck the world and lets get high.
Spinnen en andere kleine kruipers fascineren me wel. Vooral als je ze macro kunt fotograferen zie je ineens veel en veel meer details van deze kleine metgezellen. Vaak lijken ze dan wel buitenaards met hun vreemde uitsteeksels en andere ogen dan je gewend bent om in te kijken.
DSC03020.jpg
De bananen gaan wel lekker met dit warme, natte weer.
DSC03019.jpg
De pronkerwten hebben ook geen last van het vele water wat ze krijgen.
2015-08-041.jpg
Mijn gezaaide datura (engelenbazuin) begint nu ook mooi op gang te komen en ze maakt fluweel zachte stammen.
DSC03041.jpg
De zwarte paprika spoelt lekker schoon in de regen.
DSC03038.jpg
vind de vanillakush een dagje regen helemaal niet erg. Ze krijgt met haar kletsnatte takken meteen een beetje natuurlijke LST mee.
DSC03005.jpg
Dit witje ontdekte ik pas toen ik de foto bekeek. Eigenlijk was ik die vleesvlieg aan het fotograferen en had de als bloemblad vermomde vlinder helemaal niet gezien.
DSC03023.jpg2015-07-212.jpg
Het citroenlieveheersbeestje (Psyllobora vigintiduopunctata). Als je deze waarneemt dan is de plant waarschijnlijk bevallen met meeldauw. In tegenstelling tot de meeste heerbeestjes eten ze dus schimmels en geen bladluizen. Het eet dus meeldauw en draagt ook bij aan de verspreiding daarvan!
DCS03059.jpg
De larve van het citroenlieveheersbeestje doet zich ook tegoed aan meeldauw en zit zelf ook helemaal onder.
2015-08-011.jpg
Vaak wordt het citroen lieveheersbeestje verward met het Veertienstippelig lieveheersbeestje
Ook bekend als Schaakbordlieveheersbeestje. Deze eet echter wel bladluizen en geen schimmel.
2015-08-023.jpg
Jaap de struiksprinkhaan zagen jullie al eerder als vleugelloze nimf in dit topic voorbijkomen. Inmiddels is jaap uitgegroeid tot een volwassen imago.
2015-08-04.jpg Kraamwebspin (Pisauridae) Kraamwebspinnen danken hun Nederlandse naam aan hun vorm van broedzorg waarbij een web wordt gemaakt dat dient als een soort kraamkamer. De vrouwtjes houden de eicocon in hun kaken en dragen hem zo onder het lichaam mee. In juni of juli kan je de spin zien lopen met haar eizak. Voordat de spinnetjes worden geboren, wordt de cocon gelegd in een tentvormig kraamweb. De jonge spinnetjes worden tot hun tweede vervelling bewaakt door de moeder, waarna ze een zelfstandig leven tegemoet gaan.
De kraamwebspin is een actief jagende spin die jaagt als een wolfspin. Ze grijpt haar prooi na een snelle achtervolging. Integenstelling tot de wolfspinnen jaagt zij niet in groepen.
Om te voorkomen dat het mannetje bij een toenadering opgegeten wordt zorgt het mannetje er voor dat hij een prooi, mooi in zijdedraad ingepakt, aan het vrouwtje aanbiedt. Als zij haar kaken vol heeft met het geschenk kan het mannetje zonder veel gevaar met haar paren.
De spin kan gemakkelijk herkend worden aan de licht-gele streep op haar kop en de typische lichte flapjes naast haar ogen.
De kleur van de Pisaura mirabilis varieert van grijs tot bruin. Ze is tussen de 10 - 15 mm groot. In het midden van de zomer kunnen zij in grote getale aangetroffen worden op lage vegetatie.
Ik was deze kogelspin nog vergeten die op de vanilla kush zat te chillen.
Het is de Gewone tandkaak (Enoplognatha ovata) komt in verschillende kleuren, wit, geel en rood of combinatie hiervan voor. De gepaarde zwarte vlekken zijn altijd aanwezig.
Het is een agressieve jager die er niet voor terugdeinst om grote prooien te overmeesteren.
De spin wordt zo'n 3 tot 6 mm lang. Ze legt haar eitjes in een blad, dat ze vervolgens dichtspint, zodat de jongen beschermd kunnen opgroeien. Kogelspinnen zijn maar moeilijk te onderscheiden van andere spinnenfamilies. Meestal echter zijn de poten niet of nauwelijks bestekeld. Kogelspinnen maken soms een heel apart vangmechanisme: een tamelijk klein web, gemaakt van heel veel sterke draden. Dat web is alleen boven flink vastgemaakt aan een takje of iets dergelijks. Aan de onderkant en zijkanten is het web bijna loszittend. Een insect dat in het web terechtkomt en flink spartelt, zorgt ervoor dat het web aan de onderkant en de zijkanten loslaat en hij hangt dus aan één draad los in de lucht en raakt zo heel snel verward in het web. Maar kogelspinnen bespringen hun prooi ook wel. En zoals alle spinnen kan ook de gewone tandkaak behoorlijk grote prooien aan.
Mijn bezem vliegt er van als ik naar de heksen sabat moet. ghehehe.
Maar niet heus hoor ik ga geen heksenzalf of vliegzalf maken. Daarvoor is mijn kennis van de kruidengeneeskunst te beperkt en zijn plantjes zoals bilzenkruid hier veel te giftig voor om er maar wat mee te gaan experimenteren.
Recepten voor heksenzalf
Hieronder volgen twee recepten:
Eerst het vertaalde Nederlandse recept uit het 15e eeuwse manuscript van Joannnes Alphensis:
Om snel te reizen waar je maar naar toe wilt. Maan: Ijzerhard, Mars: vuurwerkplant, Mercurius: Bingelkruid, Jupiter: huislook, Venus: valeriaan, Saturnus Betonie, Zon: goudsbloem (of chichorei). Idem weet dat gij al deze kruiden verzamelen zal in de naam van Pharel en als de maan wassende is. En verzamel geen kruiden als de maan in het teken Ram staat. En dan als de maan vol is, na zonsondergang, zo maakt gij zalf op de manier van Pharel. Meng het sap van de voorgenoemde kruiden met het vet van een geit en het bloed van een vleermuis, de hele tijd zeggende de naam Pharel. Als dit gedaan is doet u de zalf in een zilveren bus en leg het de hele nacht daar zeggende: ‘O waardige Pharel, ik offer u deze zalf’. Als gij het proberen wilt zult u een klein beetje van deze zalf op uw aangezicht, handen en borst bestrijken terwijl u zegt: ‘Othinel, Pharel, Clemosiel, Pharel, Adromaniel, Pharel’ en noem de plek waar u wezen wilt.
Dan het vertaalde citaat uit het boek van verboden kunsten uit 1456 van de Duitse dokter Johannes Hartlieb:
Voor zulke reizen gebruiken mannen en vrouwen, namelijk de ‘unhulden’ [vrouwelijke nachtgeesten, mogelijk in het gevolg van vrouw holle, later gezien als heksen] een zalf genaamd ‘unguentum pharelis’ Zij maken deze van zeven planten en plukken elke plant op de dag die behoort bij deze plant. Zo plukken zij op een zondag Goudsbloem (of chichorei), op maandag koningsvaren, op dinsdag ijzerhard, op woensdag bingelkruid, op donderdag huislook, op vrijdag venushaar. Hiervan maken zij zalf door er vogelbloed en vet van dieren doorheen te mengen wiens namen ik niet zal noemen om niemand kwaad te maken. Dan wanneer zij willen, smeren ze het op banken of stoelen, hooivorken of kachelpoken en vliegen erop. Dit is ware Nigromantie en strikt verboden.
Het valt in deze tekst op dat de zaterdag wordt overgeslagen. In het vroeg 19e eeuwse boek ‘Aberglaube des mittelalters’ van Heinrich Schindler is hetzelfde recept te vinden. Daar wordt het expliciet heksenzalf genoemd. Ook wordt daar duidelijk vermeld dat de kruiden op de desbetreffende dag geplukt of verzameld moeten worden en noemt voor zaterdag als plant de heliotropum europaeum oftewel ‘zonnewende’ de zondag heeft niet de goudsbloem maar het bilzekruid en als extra kruiden worden nog wolfskers en monnikskap genoemd.
Deze laatste drie zijn direct ook de meest hallucinogene en giftige planten in het rijtje. Deze drie van het geslacht nachtschade worden het meest genoemd in andere recepten voor heksenzalf. Zij brengen het getal op negen. Welke bron Schindler heeft gebruikt blijft echter duister. Het Nederlandse en het Duitse recept noemen de zalf ‘unguentum Pharelis’ of ‘unguent in den maniere van Pharel’. Schindler noemt het als enige ‘Hexensalbe’. Vier van de zes of negen planten die genoemd worden staan in beide bronnen. Dit is best veel gegeven de enorme hoeveelheid kruiden die er zijn en samen met de naam Pharel duidt dit op een gemeenschappelijke bron.
De ingrediënten van het 15e eeuwse Nederlandse recept voor vliegzalf zijn – naast het vet van een geit en het bloed van een vleermuis – de volgende zeven planten: Ijzerhard, vuurwerkplant, bingelkruid, huislook, valeriaan, betonie en goudsbloem. Het Duitse 15e eeuwse recept van Hartlieb noemt nog verder koningsvaren, venushaar en zonnewende. (12) Met dit recept is het zeer de vraag of er een hallucinogene werking van de zalf uit zal gaan. Het enige giftige middel in de zalf is het bingelkruid. Ik kom dit echter nergens tegen als een hallucinogeen middel. Het lijkt er daarom op dat het effect meer uitgaat van sympathetische magie. Elke plant heeft namelijk wel een magische connotatie en hoort bij één van de 7 planeten.
Tripmiddelen als bestanddeel in heksenzalf
Als extra ingrediënten voegt Schindler nog bilzenkruid geplukt op zondag, wolfskers en monnikskap toe aan het oude recept. Dezen hebben alle drie hallucinogene bestanddelen met name atropine, scopolamine en hyoscamine. Als deze drie toegevoegd worden aan het recept is de kans op een vliegsensatie een stuk hoger. Dat wil niet zeggen dat hallucinogenen onmisbaar zijn om te kunnen ‘vliegen’. Ik stel mij voor dat ervaren heksen door hun regelmatige oefeningen in bewustzijn dit niet nodig hebben. (15) Onervaren heksen kregen met deze extra bestanddelen een duwtje in de rug. Dit bleef altijd gevaarlijk. Er zijn vele anekdotes over heksen die halverwege van de bezem vielen of in de wijnkelder of op de sabbat de juiste spreuk om terug te gaan niet meer wisten. Anders gezegd ze wisten de weg naar hun lichaam niet meer en werden gek of gingen zelfs dood.
Lees meer,.........
2015-08-06.jpg
Mijn vriend, de gewone Kameleonspin is inmiddels verhuist van de nu uitgebloeide, doorgeschoten winterwortel naar een zonnebloem en ze is nu idd kanariegeel geworden. Hier zit ze weer te loeren op bijen en hommels die de bloem komen bezoeken. Met haar naar alle kanten uitkijkende 8 ogen ziet ze vele bijen en hommels op de bloem landen maar ze blijft doodstil zitten totdat er een bij of hommel kort genoeg in de buurt komt. Pas dan slaat ze bliksemsnel toe bijt en injecteert haar gift om vervolgens het slagoffer leeg te slurpen. Wat een mega geduld heeft deze spin.
DSC03064.jpg
De bouw van zoon zonnebloem blijft me ook facineren. Je vind er de gulde snede en fabocine reeksen in terug.
ALs je een zonnebloem bekijkt, kun je vast stellen dat zonnebloempitten twee reeksen bochten vertonen; de éne bochten in de ene richting, de andere in de andere richting. Hierbij is het aantal bochten in de twee richtingen verschillend. Meestal bedraagt het aantal bochten ofwel 21 en 34, ofwel 34 en 55, ofwel 55 en 89, ofwel 89 en 144. Hoe komt dit? Hetzelfde geldt voor denne-appels: waarom vertonen die ofwel 8 spiralen in de ene richting en 13 in de andere ofwel 5 spiralen in de ene richting en 8 in de andere? En tenslotte, waarom heeft een ananas ook 8 diagonalen in de ene richting en 13 in de andere? Zijn deze getallen puur toeval? Nee! Al deze getallen komen voor in de rij van Fibonacci: 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, 89, 144... (elk getal in deze rij is de som van de twee vorige getallen)
Het belang van deze getallen in de natuur was reeds lang opgemerkt, maar pas recent kon aangetoond worden waarom precies deze getallen verschijnen. Dit heeft te maken met efficiëntie gedurende het groeiproces van planten (zie verder). De verklaring is verbonden met een ander beroemd getal, de gulden snede, dat zelf in verband staat met de spiraalvorm van bepaalde soorten schelpen. Het is wel zo dat bij de zonnebloem, de ananas en de denne-appel de overeenkomst met de Fibonacci getallen heel exact is, terwijl het bij de bloemblaadjes eerder om een gemiddelde gaat (in sommige gevallen is het aantal bloemblaadjes zelfs dubbel zoveel doordat er twee rijen bloemblaadjes voorkomen). Alhoewel Fibonacci deze getallen in 1202 heeft geïntroduceerd in een poging de groei van een konijnenpopulatie te verklaren, kwam dit helemaal niet overeen met de werkelijkheid. Maar zoals we net hebben gezien, spelen deze getallen toch een fundamentele rol in de groei van planten.
De doeltreffendheid van de gulden snede
De hiernavolgende uitleg is heel beknopt. Voor een meer gedetailleerde uitleg (met animatie) verwijzen we naar de website in de referentie. In veel gevallen is het hart van een bloem opgebouwd uit kleine zaadjes die geproduceerd worden in het midden en die dan naar de rand migreren om uiteindelijk de volledige ruimte op te vullen (zoals bij een zonnebloem, maar op veel kleinere schaal). Elk nieuw zaadje verschijnt onder een bepaalde hoek in vergelijking met het vorige zaadje. Figuur 1 toont bijvoorbeeld het resultaat na verschillende generaties bij een hoek van 90 graden (een kwartdraai). Uiteraard is dit niet de meest efficiënte manier om de ruimte te vullen. Als de hoek tussen de opeenvolgende zaadjes een deel van een volledige draai is dat overeenstemt met een breuk, 1/3, 1/4, 3/4, 2/5, 3/7, enz..., dan verkijg je altijd een reeks rechte lijnen. Als je dit rechtlijnig patroon wil vermijden, moet je een gedeelte van een volledige draai kiezen dat bepaald is door een irrationaal getal is. Als dit irrationaal getal goed benaderd wordt door een breuk, krijg je een reeks gebogen lijnen (spiraalvormen) die de ruimte niet perfect opvullen (figuur 2). [img]https://www.vwo.be/vwo/pics/20002001/VWO0001-zonnebloem1.gif/img]
Om de ruimte optimaal te vullen is het nodig om het "meest irrationaal" getal te kiezen, d.w.z. het getal dat het minst goed wordt benaderd door een breuk. Zo een getal is de gulden snede. De overeenstemmende hoek, de gulden hoek, bedraagt 137,5 graden. (Deze hoek verkrijg je door het niet-geheel deel van de gulden snede te vermenigvuldigen met 360 graden en, omdat je een hoek van meer dan 180 graden verkrijgt, daarvan het complement te nemen). Door gebruik te maken van deze hoek wordt de ruimte optimaal gevuld, d.w.z. dat de afstand tussen alle zaadjes dezelfde is (figuur 3). Deze hoek moet heel precies gekozen worden: een afwijking van 1/10 graad vernietigt volledig de optimale opvulling van de ruimte. (In figuur 2 bedraagt de hoek 137,6 graden!). Enkel en alleen als de hoek exact de gulden hoek is, zijn er twee reeksen spiralen zichtbaar (één in elke richting): hun aantal stemt overeen met de teller en de noemer van één van de breuken die de gulden snede benaderen: 2/3, 3/5, 5/8, 8/13, 13/21... Deze getallen zijn precies de getallen uit de rij van Fibonacci (hoe groter de getallen, hoe beter de benadering) en de keuze van de breuk hangt af van de tijdsspanne tussen het verschijnen van de zaadjes in het midden van de bloem. Dit is de verklaring waarom het aantal bochten in het hart van een zonnebloem, en meer in het algemeen in het hart van bloemen, overeenstemt met een Fibonacci getal. Bovendien worden de bloemblaadjes gevormd op het uiteinde van één van de reeksen spiralen, waardoor ook het aantal bloemblaadjes, gemiddeld gezien, overeenstemt met een Fibonacci-getal.
DSC03091.jpg
Naast de zwarte paprika staan er ook nog witte, paarse, rode, en gele paprika's
DSC03095.jpg
De bra-peppers staan nu ook in bloei.
DSC03088.jpg
Net zoals de ginseng die al lampionnetjes aan het maken is waar dan later de rode vrucht uit tevoorschijn komt.
Zo dat was het weer voor vandaag, Sorry van de spinnen maarja ze wonen nu eenmaal in mijn tuintje en verdienen ook wat aandacht. Het zijn immers prachtige en nuttige beesten.
Comment