Maak gratis een account aan en krijg toegang tot het volledige forum. Paswoord vergeten? klik hier om een nieuwe aan te vragen. Neem contact op indien u problemen ondervindt met inloggen of registreren.
Maak een account aan!
Amnesia number9 van de Lange 1908 is na de oogst van de eindtoppen weer gereveged en hikt nu weer tegen de bloei aan. Van de nieuwe scheuten zijn stekken genomen. ZO leven de genen van lange's number 9 nog ff door.
Last edited by FlintStoned; 17 September 2015, 16:49.
Botrytis op een stek van een moederplant die reeds met bortytis was geinfecteerd.
De schimmel groeide inwendig verder in de stek om vervolgens schimmelpluis uit de plant te laten groeien. Het pluis moet je zien als een paddestoel als het ware. een orgaan wat de schimmel maakt om zijn sporen te verspreiden. De sporen zitten aan het uiteinde van zoon gespecialiseerde schimmeldraad, een conidiëndrager. Zoals je ziet zit de schimmel door de gehele stek heen overal schieten de conidiëndrager de plant uit. Op de conidiëndrager worden Sporen (conidiën) gevormd, die voor de ongeslachtelijke voortplanting van de schimmel zorgen. Bij de geringste aanraking of zuchtje wind verspreiden de sporen zich op zoek aar een nieuwe gastplant.
Last edited by FlintStoned; 17 September 2015, 21:25.
Neen die heb ik zelf niet gekruist. Ik kreeg ooit van forumlid lange1908 een zaadje. Hij had regular Amnesia van Soma 1 x verder gekruist en uit die f1 heeft hij een selectie gemaakt op smaak. Lange was op zoek naar de wat zuurdere smaak die de Amnesia vroeger had. De moderne Amnesia is namelijk veel te zoet eigenlijk. Na deze selectie Is deze terug gekruist met een stek van de oorspronkelijke vader om de zure eigenschap beter genetisch vast te leggen. Van deze f2 is er weer een selectie gemaakt en nogmaals terug gekruist en die f3 daarvan heb ik dus een zaadje van gekregen. Het heet Amnesia nummer 9 omdat die van stek nummer 9 afkwam bij de eerste selectie.
Omdat er geen stekken meer bestaan van de oorspronkelijke ouders kunnen we niet echt verder veredelen en terug kruisen met deze. Het is in feite dus een "clone only" geworden. Omdat ik maar 1 zaadje hiervan had en omdat het ook toevallig zo uitkwam qua tijd (ik had dit niet echt geplant) heb ik ze laten revegen zodat ik er toch nog ondanks dat ze al geoogst was nieuwe stekken van kan maken.
DSC00379.jpgDSC00380.jpg
De Pompoen klimt vrolijk verder, de eerste vruchten beginnen te vormen. Onder de pompoen staat wat onkruid en heeft zich een wilde aardbei gevestigd. Hiertussen heb ik wat spieren prei gepoot die ik in het voorjaar had uitgezaaid. De tuin is maar klein dus we moeten de ruimte goed benutten ghehe.
Ook weer een Gewone tandkaak tegengekomen die in een dichtgevouwen blaadje haar eicocon zat te bewaken. Aan haar verschrompelde kont te zien komen de kleintjes bijna uit. Want al die tijd dat ze zit te waken eet ze niet.
2015-09-185.jpg
Ik kan met de Sony dx30 ook onderwater foto's maken. Hierboven zie je muggenlarven die aan het wateroppervlak lucht aan het happen zijn met hun luchtbuis.
Ik kwam onder water ook dit spinnenwaterlijk tegen. Op de poot in de linker bovenhoek zie je dat er een wormachtig iets zich tegoed aan het doen is of dat die er juist uitkruipt. Lijkt een nematode te zijn. DSC00417.jpgDSC00415.jpg
Tot mijn verbazing kwam er ook een pissebed langs zwemmen en ook deze knabbelde even aan het spinnenwaterlijk. Ik wist niet dat pissenbedden ook onderwater naar voedsel zochten.
Deze fop-bij, wat dus eigenlijk een vermomde vlieg is, lande pal voor de lens toen ik bezig was een kameleonspin te fotograferen. Omdat ik geen vin meer hoefde te verroeren zag de bij de camera schijnbaar niet als een gevaar en ze kroop nieuwsgierig dichterbij. De camera stond al handmatig ingesteld op de korts mogelijke objectafstand (4 milimeter). De foo-bij kroop exact tot daar, dus klik, jeu, ghehehe. Ja je maakt me blij met een fopbij.
Ze werken gvd samen, de kleine wijngaardslak doet het grove werk en de rups kruipt er achteraan en knipt de randjes netjes bij. Overal in de tuin vind je de slakken hier, zelfs op de bloemen. Wat ze daar doen is mij een raadsel want ze vreten er niet aan. Misschien is deze wel geparasiteerd en zit ze daar te wachten tot er een vogel komt.
Misschien wel de bekendste wants is de Groene Stinkwants. De soort is regelmatig in tuinen te vinden, vooral in het voorjaar en de herfst. Het is een heldergroene wants die 12 tot 14 mm. lang is. De volwassen dieren overwinteren. Maar overwinterende dieren zijn bijna altijd bruin. In het late najaar worden de dieren in één à twee weken bruin, om na de overwintering in dezelfde tijd weer heldergroen te worden, zie 2e foto van boven. Er zijn een aantal andere groene soorten die sterk op de Groene Stinkwants lijken, maar de meeste zijn zeldzamer, zeker in tuinen. Belangrijk bij de determinatie is het tweede segment van de antennen. Dat is bij de Groene Stinkwants ongeveer even lang als het volgende segment. Bij de sterk gelijkende Palomena viridissima is dat segment veel langer dan het volgende.
Paren doen Groene Stinkwantsen, net als de meeste andere wantsen, door de achterlijven tegen elkaar aan te houden. Het mannetje beklimt het vrouwtje dus niet. Er is dus moeilijk vast te stellen welk dier het vrouwtje is en welk het mannetje, ook al omdat beide in niets van elkaar verschillen. Het vrouwtje zet haar eieren in groepjes af op de onderzijde van een blad. De nimfen die daar uitkomen lijken helemaal niet op hun ouders. Ze zijn groen met veel zwart, maar vervellen al heel snel voor de eerste keer.
2015-09-187.jpgNadat ze voor de eerste keer zijn verveld, worden de jongen groen met wat minder zwart. Na latere vervellingen zijn ze geheel groen met hooguit wat witte stippen op de rug. Ook de jongen kunnen overwinteren en ook zij worden dan meestal geheel bruin. Opvallend is, dat vaak in groepjes wordt overwinterd. En in zo'n groepje zijn er dan altijd wel één of twee die niet bruin zijn geworden. Waarom dat zo is weten we niet. De larven lijken zoveel op kevers, dat veel mensen denken dat ze een kever gezien hebben als ze er één tegenkomen. Maar als je goed kijkt zie je midden op de rug niet de bekende naad van twee tegen elkaar aan liggende keverdekschilden. Daaraan kun je in één oogopslag zien dat je met een wantsenlarve te maken hebt.
De Groene Stinkwants doet zijn naam alle eer aan en niet alleen qua kleur. Hij produceert namelijk een stinkende stof en dat maakt hem tot een onaangenaam beestje. Die stof produceert hij niet alleen bij gevaar, zoals lieveheersbeestjes dat doen, nee, overal waar hij overheen loopt laat hij een stinkend spoortje achter. Ook op bramen bijvoorbeeld en dat merk je soms bij het plukken: een stinkende braam die uiterst onaangenaam smaakt, heeft meestal bezoek gehad van een stinkwants. Stinkwantsen hebben dan ook maar weinig natuurlijke vijanden. Het is in de gehele Benelux een uiterst gewone soort en dat geldt ook voor de rest van Europa. Bron
De windevedermot (Emmelina monodactyla) is een nachtvlinder uit de familie Pterophoridae, de vedermotten.
Emmelina monodactyla is een heel algemene soort, die verspreid over het hele gebied kan worden gezien. De vlinder kan vrijwel het hele jaar door worden waargenomen.
Vedermotten worden gekenmerkt door de diepe insnijdingen in voor- en achtervleugel. Als de vlinder rust zijn de vleugels vaak enigszins opgerold en staan ze van het lichaam af zodat er een T-vorm ontstaat.
Bijna alle vedermotten zijn soortspecifiek op hun waardplant, dat wil zeggen dat de rupsen van de soort gebonden zijn aan slechts een voedselplant. Zo komen de rupsen van de windevedermot alleen voor op haagwinde.
Deze kruisspin, ook wel tuinspin genoemd, had een groene stinkwants gevangen en zat zijn wantsensorbet lekker leeg te slurpen. Als toetje had ze nog wat vliegen mooi verkapt in het web hangen.
Comment