Uit onderzoeken en enquêtes onder Amerikaanse oncologen komt naar voren dat drie van de vier artsen (75%) elke vorm van chemotherapie zou weigeren vanwege de ondoeltreffendheid en de vernietigende effecten die deze behandeling heeft op het menselijke organisme. Dit zeggen de artsen en onderzoekers erover:
“Het grootste deel van de kankerpatiënten in dit land overlijdt ten gevolge van chemotherapie, die tumoren in de borst, in het colon of in de longen niet wegneemt. Dit aspect is al ruim een decennium lang bekend en toch gebruiken artsen chemotherapie nog steeds ter bestrijding van deze tumoren.” (Allen Levin, MD, UCSF, “The Healing of Cancer”, Marcus Books, 1990).
“Als ik kanker zou krijgen, zou ik nooit gebruik maken van een bepaalde standaardbehandeling van die ziekte. Kankerpatiënten die uit de buurt van die centra blijven, hebben enige kans om het te redden.” (Prof. George Mathe, “Scientific Medicine Stymied”, Medicines Nouvelles - Parijs, 1989).
“Dr. Hardin Jones, docent aan de universiteit van Californië is, na vele decennia lang de statistieken met betrekking tot het overleven van kanker te hebben geanalyseerd, tot de volgende conclusie gekomen: [...] wanneer de patiënten niet worden behandeld, wordt hun toestand niet slechter, of wordt deze zelfs beter.” De verontrustende conclusies van Dr. Jones zijn nooit weerlegd.” (Walter Last, “The Ecologist” vol 28, nr. 2, maart/april 1998).
Over dezelfde oncoloog schrijft Milly Schar-Manzoli: “In 1975 ging Hardin Jones naar het congres voor kankeronderzoek van de universiteit van Barkeley met schokkende stukken: een verslag van de resultaten van een door hem uitgevoerd onderzoek naar kanker dat 23 jaar had geduurd en dat in dat jaar was afgesloten. De resultaten ...: de kankerpatiënten die hadden geweigerd de officiële behandeling te ondergaan, leefden gemiddeld nog twaalf en een half jaar, terwijl degenen die zich hadden onderworpen aan chirurgische ingrepen, chemotherapie en bestraling gemiddeld binnen slechts drie jaar waren overleden.” Kothari M. L. e Metha L. A. , Ist Krebs eine Krankheit?, Rowohlt 1979.
“Onze meest doeltreffende regimes zitten vol risico’s, bijwerkingen en praktische problemen. Nadat alle patiënten die wij hebben behandeld het gelag daarvoor hebben betaald, wordt slechts een zeer klein percentage van hen hiervoor beloond met een kortstondige periode van tumorregressie, die meestal gedeeltelijk is.”
(Edward G. Griffin, “World Without Cancer”, American Media Publications, 1996).
“Veel oncologen bevelen voor praktisch elk type tumor chemotherapie aan, met een vertrouwen dat niet wordt ontmoedigd door de vrijwel constante mislukkingen.” (Albert Braverman, MD, “Medical Oncology in the 90s”, Lancet 1991, vol 337, p. 901).
“Er is geen enkel bewijs dat chemotherapie in de overgrote meerderheid van de gevallen de levensverwachtingen verlengt. Dit is de grote leugen over deze behandeling, oftewel dat er een correlatie bestaat tussen het kleiner worden van de tumor en de verlenging van het leven van de patiënt.” (Philip Day, “Cancer: Why We’re Still Dying To Know The Truth”, Credence Publications, 2000).
Abel ontdekte dat het totale, wereldwijde aantal positieve resultaten als gevolg van chemotherapie schokkend was, omdat er eenvoudigweg nergens wetenschappelijke bewijzen beschikbaar waren voor het feit dat chemotherapie erin slaagt om “het leven van patiënten met de meest voorkomende typen organische kanker op noemenswaardige wijze te verlengen”. Abel benadrukte dat chemotherapie er zelden in slaagt om de levenskwaliteit te verbeteren en beschrijft haar als een wetenschappelijke kommer en kwel en stelt dat ten minste 80% van de chemotherapie die in de wereld wordt toegepast geen enkel nut heeft. Maar ook al bestaat er geen enkel wetenschappelijk bewijs dat chemotherapie werkt, noch de artsen, noch de patiënten zijn bereid om ervan af te zien. (Lancet, 10 augustus 1991).
Geen van de belangrijke media heeft dit uitgebreide onderzoek ooit geciteerd: het is volledig in de doofpot gestopt.” (Tim O’Shea “Chemioterapy - An unproven procedure”).
“Volgens de artsenverenigingen zijn de bekende en gevaarlijke bijwerkingen van de geneesmiddelen de op drie na belangrijkste doodsoorzaak, na hartinfarct, kanker en beroerte.”
(Journal of the American Medical Association, 15 april 1998).
link:
Momenteel is natriumbicarbonaat (in een oplossing van 5% of 8,4%) de enige stof die in staat is om tumoren volledig te laten verdwijnen en die er dankzij de grote verspreidbaarheid in slaagt om de schimmelmassa’s binnen in het organisme uiteen te doen vallen.
Om ervoor te zorgen dat dit een maximaal schadelijke werking ten opzichte van tumoren heeft, moet het zo veel mogelijk rechtstreeks in contact worden gebracht met het aangetaste weefsel. Dit is mogelijk door specifieke katheters aan te brengen in de slagaders die naar de verschillende organen of holtes (pleura, buikvlies) lopen of door gebruik te maken van de verschillende conventionele endoscopische methodes.
Daarnaast kunnen er druppelinfusen, klysma’s, irrigaties en infiltraties worden gebruikt op de verschillende plaatsen waar zich neoplasmata bevinden.
Wanneer natriumbicarbonaat op de juiste wijze wordt toegediend bij niet-terminale patiënten, kan dit veel soorten tumoren in korte tijd doen afnemen en vaak in minder dan twee maanden tijd leiden tot genezing.
Daarnaast moet worden benadrukt dat dit een onschuldig en gemakkelijk te gebruiken middel is dat in vrijwel alle gevallen geen of wat lichte bijwerkingen kan veroorzaken.
Veel patiënten hebben baat gehad bij de behandelmethode van Dr. Simoncini en zijn genezen ondanks het feit dat ze door de officiële oncologie ongeneeslijk waren verklaard.
Concluderend betekent het boek van Dr. Simoncini, vanwege zijn innovatieve ideologische vermogen waarmee een exacte oorzaak van kanker kan worden aangeduid, een duidelijke breuk met de gehele algemeen aanvaarde oncologische traditie en vormt zo het enige concrete, alternatief voor de overdaad aan studies, onderzoeken en proefnemingen die tot op heden, jammer genoeg, niet tot een definitief resultaat hebben geleid.
“Het grootste deel van de kankerpatiënten in dit land overlijdt ten gevolge van chemotherapie, die tumoren in de borst, in het colon of in de longen niet wegneemt. Dit aspect is al ruim een decennium lang bekend en toch gebruiken artsen chemotherapie nog steeds ter bestrijding van deze tumoren.” (Allen Levin, MD, UCSF, “The Healing of Cancer”, Marcus Books, 1990).
“Als ik kanker zou krijgen, zou ik nooit gebruik maken van een bepaalde standaardbehandeling van die ziekte. Kankerpatiënten die uit de buurt van die centra blijven, hebben enige kans om het te redden.” (Prof. George Mathe, “Scientific Medicine Stymied”, Medicines Nouvelles - Parijs, 1989).
“Dr. Hardin Jones, docent aan de universiteit van Californië is, na vele decennia lang de statistieken met betrekking tot het overleven van kanker te hebben geanalyseerd, tot de volgende conclusie gekomen: [...] wanneer de patiënten niet worden behandeld, wordt hun toestand niet slechter, of wordt deze zelfs beter.” De verontrustende conclusies van Dr. Jones zijn nooit weerlegd.” (Walter Last, “The Ecologist” vol 28, nr. 2, maart/april 1998).
Over dezelfde oncoloog schrijft Milly Schar-Manzoli: “In 1975 ging Hardin Jones naar het congres voor kankeronderzoek van de universiteit van Barkeley met schokkende stukken: een verslag van de resultaten van een door hem uitgevoerd onderzoek naar kanker dat 23 jaar had geduurd en dat in dat jaar was afgesloten. De resultaten ...: de kankerpatiënten die hadden geweigerd de officiële behandeling te ondergaan, leefden gemiddeld nog twaalf en een half jaar, terwijl degenen die zich hadden onderworpen aan chirurgische ingrepen, chemotherapie en bestraling gemiddeld binnen slechts drie jaar waren overleden.” Kothari M. L. e Metha L. A. , Ist Krebs eine Krankheit?, Rowohlt 1979.
“Onze meest doeltreffende regimes zitten vol risico’s, bijwerkingen en praktische problemen. Nadat alle patiënten die wij hebben behandeld het gelag daarvoor hebben betaald, wordt slechts een zeer klein percentage van hen hiervoor beloond met een kortstondige periode van tumorregressie, die meestal gedeeltelijk is.”
(Edward G. Griffin, “World Without Cancer”, American Media Publications, 1996).
“Veel oncologen bevelen voor praktisch elk type tumor chemotherapie aan, met een vertrouwen dat niet wordt ontmoedigd door de vrijwel constante mislukkingen.” (Albert Braverman, MD, “Medical Oncology in the 90s”, Lancet 1991, vol 337, p. 901).
“Er is geen enkel bewijs dat chemotherapie in de overgrote meerderheid van de gevallen de levensverwachtingen verlengt. Dit is de grote leugen over deze behandeling, oftewel dat er een correlatie bestaat tussen het kleiner worden van de tumor en de verlenging van het leven van de patiënt.” (Philip Day, “Cancer: Why We’re Still Dying To Know The Truth”, Credence Publications, 2000).
Abel ontdekte dat het totale, wereldwijde aantal positieve resultaten als gevolg van chemotherapie schokkend was, omdat er eenvoudigweg nergens wetenschappelijke bewijzen beschikbaar waren voor het feit dat chemotherapie erin slaagt om “het leven van patiënten met de meest voorkomende typen organische kanker op noemenswaardige wijze te verlengen”. Abel benadrukte dat chemotherapie er zelden in slaagt om de levenskwaliteit te verbeteren en beschrijft haar als een wetenschappelijke kommer en kwel en stelt dat ten minste 80% van de chemotherapie die in de wereld wordt toegepast geen enkel nut heeft. Maar ook al bestaat er geen enkel wetenschappelijk bewijs dat chemotherapie werkt, noch de artsen, noch de patiënten zijn bereid om ervan af te zien. (Lancet, 10 augustus 1991).
Geen van de belangrijke media heeft dit uitgebreide onderzoek ooit geciteerd: het is volledig in de doofpot gestopt.” (Tim O’Shea “Chemioterapy - An unproven procedure”).
“Volgens de artsenverenigingen zijn de bekende en gevaarlijke bijwerkingen van de geneesmiddelen de op drie na belangrijkste doodsoorzaak, na hartinfarct, kanker en beroerte.”
(Journal of the American Medical Association, 15 april 1998).
link:
Momenteel is natriumbicarbonaat (in een oplossing van 5% of 8,4%) de enige stof die in staat is om tumoren volledig te laten verdwijnen en die er dankzij de grote verspreidbaarheid in slaagt om de schimmelmassa’s binnen in het organisme uiteen te doen vallen.
Om ervoor te zorgen dat dit een maximaal schadelijke werking ten opzichte van tumoren heeft, moet het zo veel mogelijk rechtstreeks in contact worden gebracht met het aangetaste weefsel. Dit is mogelijk door specifieke katheters aan te brengen in de slagaders die naar de verschillende organen of holtes (pleura, buikvlies) lopen of door gebruik te maken van de verschillende conventionele endoscopische methodes.
Daarnaast kunnen er druppelinfusen, klysma’s, irrigaties en infiltraties worden gebruikt op de verschillende plaatsen waar zich neoplasmata bevinden.
Wanneer natriumbicarbonaat op de juiste wijze wordt toegediend bij niet-terminale patiënten, kan dit veel soorten tumoren in korte tijd doen afnemen en vaak in minder dan twee maanden tijd leiden tot genezing.
Daarnaast moet worden benadrukt dat dit een onschuldig en gemakkelijk te gebruiken middel is dat in vrijwel alle gevallen geen of wat lichte bijwerkingen kan veroorzaken.
Veel patiënten hebben baat gehad bij de behandelmethode van Dr. Simoncini en zijn genezen ondanks het feit dat ze door de officiële oncologie ongeneeslijk waren verklaard.
Concluderend betekent het boek van Dr. Simoncini, vanwege zijn innovatieve ideologische vermogen waarmee een exacte oorzaak van kanker kan worden aangeduid, een duidelijke breuk met de gehele algemeen aanvaarde oncologische traditie en vormt zo het enige concrete, alternatief voor de overdaad aan studies, onderzoeken en proefnemingen die tot op heden, jammer genoeg, niet tot een definitief resultaat hebben geleid.



Comment