29/06/11, 15u14
Recente ontdekkingen suggereren dat William Shakespeare marihuana rookte, en een team paleontologen willen de Engelse schrijver nu opgraven om dat te bewijzen.
Francis Thackeray, antropoloog en directeur van het instituur voor menselijke evolutie aan de universiteit van Witwatersrand in Johannesburg heeft daartoe een formeel verzoek ingediend bij de Church of England.
"We hebben ongelooflijke technieken", verklaart Thackeray aan Fox News. "We hoeven het stoffelijk overschot niet eens te verplaatsen".
De wetenschappers hopen een en ander aan de weet te komen over het leven van de bekendste schrijver aller tijden, onder meer hoe hij aan zijn einde kwam.
Cannabis en cocaïne
Daartoe zullen vooral de tanden van de bard zullen onderzocht worden. "Als we groeven vinden tussen de hoektanden en snijtanden, geeft dat aan dat hij pijp rookte", legt Thackeray uit.
In 2001 werden pijpen opgegraven in de tuin van Shakespeare die sporen van cannabis en cocaïne bevatten.
Als moderne crackpijp
"De concentraties waren heel laag, maar ze waren er", stelt inspecteur Tommy van der Merwe, die de pijpen onderzocht. Het bewijs van cocaïne was overtuigender. "De resultaten kwamen overeen met die van een moderne crackpijp".
Voorts werden kamfer en myristinezuur in de pijpen van Shakespeare aangetroffen. "Myristinezuur, dat je ook aantreft in muskaatnoot, heeft hallucinogene eigenschappen. Kamfer werd wellicht gebruikt om de geur van tabak en andere substanties te maskeren", merkt Thackeray op.
Shakespeare heeft het in Sonnet 76 over "het opmerkelijk kruid" ('noted weed', zie hieronder). (lb)
SONNET 76
Why is my verse so barren of new pride,
So far from variation or quick change?
Why with the time do I not glance aside
To new-found methods and to compounds strange?
Why write I still all one, ever the same,
And keep invention in a noted weed,
That every word doth almost tell my name,
Showing their birth and where they did proceed?
O, know, sweet love, I always write of you,
And you and love are still my argument;
So all my best is dressing old words new,
Spending again what is already spent:
For as the sun is daily new and old,
So is my love still telling what is told.
Recente ontdekkingen suggereren dat William Shakespeare marihuana rookte, en een team paleontologen willen de Engelse schrijver nu opgraven om dat te bewijzen.
Francis Thackeray, antropoloog en directeur van het instituur voor menselijke evolutie aan de universiteit van Witwatersrand in Johannesburg heeft daartoe een formeel verzoek ingediend bij de Church of England.
"We hebben ongelooflijke technieken", verklaart Thackeray aan Fox News. "We hoeven het stoffelijk overschot niet eens te verplaatsen".
De wetenschappers hopen een en ander aan de weet te komen over het leven van de bekendste schrijver aller tijden, onder meer hoe hij aan zijn einde kwam.
Cannabis en cocaïne
Daartoe zullen vooral de tanden van de bard zullen onderzocht worden. "Als we groeven vinden tussen de hoektanden en snijtanden, geeft dat aan dat hij pijp rookte", legt Thackeray uit.
In 2001 werden pijpen opgegraven in de tuin van Shakespeare die sporen van cannabis en cocaïne bevatten.
Als moderne crackpijp
"De concentraties waren heel laag, maar ze waren er", stelt inspecteur Tommy van der Merwe, die de pijpen onderzocht. Het bewijs van cocaïne was overtuigender. "De resultaten kwamen overeen met die van een moderne crackpijp".
Voorts werden kamfer en myristinezuur in de pijpen van Shakespeare aangetroffen. "Myristinezuur, dat je ook aantreft in muskaatnoot, heeft hallucinogene eigenschappen. Kamfer werd wellicht gebruikt om de geur van tabak en andere substanties te maskeren", merkt Thackeray op.
Shakespeare heeft het in Sonnet 76 over "het opmerkelijk kruid" ('noted weed', zie hieronder). (lb)
SONNET 76
Why is my verse so barren of new pride,
So far from variation or quick change?
Why with the time do I not glance aside
To new-found methods and to compounds strange?
Why write I still all one, ever the same,
And keep invention in a noted weed,
That every word doth almost tell my name,
Showing their birth and where they did proceed?
O, know, sweet love, I always write of you,
And you and love are still my argument;
So all my best is dressing old words new,
Spending again what is already spent:
For as the sun is daily new and old,
So is my love still telling what is told.




Comment