Precies tien jaar geleden werd onder de regering-Dehaene (CD&V) begonnen met het gedoogbeleid inzake ‘soft’drugs, dat later onder de eerste regering-Vehofstadt verder werd veralgemeend en geformaliseerd. De vele waarschuwende stemmen en kritische bedenkingen vanuit de medische wereld, de hulpverlening, de politiediensten en het parket, werden daarbij straal genegeerd.
Het duurde niet lang voor diegenen – op politiek niveau was dat enkel het Vlaams Belang – die er destijds voor waarschuwden dat de feitelijke legalisering van cannabis een verkeerd signaal zou geven en zou leiden tot een stijgend gebruik het bij het rechte eind bleken te hebben. Met het gedoogbeleid is het taboe helemaal verdwenen en is cannabis ook veel vlotter verkrijgbaar dan vroeger. In De Standaard (07.04.2008) stelt Damien Versele, directeur van het Gentse hulpverleningscentrum ‘De Sleutel’ hierover: “Wanneer ik zie dat je vandaag op elke hoek van de straat drugs kan vinden, heb ik als vader van vier jonge kinderen ook een bang hart.”
De cijfers spreken dan ook, en dat sinds enkele jaren, duidelijke taal: steeds meer jongeren geraken op steeds jongere leeftijd aan de drugs. In De Morgen (08.04.2008) verklaart Peer van der Kreeft, hoofd preventie bij ‘De Sleutel’ te hebben vastgesteld dat de ‘probleemvraag’ op almaar jongere leeftijd wordt vastgesteld: “Steeds meer 13-, 14-, 16-jarigen vragen hulp. Daarnaast zien we ook dat er op lagere leeftijd voor het eerst wordt gebruikt. De gemiddelde leeftijd waarop jongeren tegenwoordig met cannabis beginnen ligt iets boven de veertien jaar, maar de probleemjongeren in de hulpverlening beginnen er vaak nog iets vroeger aan.” Versele heeft het in dit verband over een gemiddelde leeftijd van… twaalf jaar.
Komt daarbij dat voorstanders van het gedoogbeleid jarenlang hebben volgehouden dat cannabis niet verslavend en zelfs ongevaarlijk zou zijn. Die onzin werd echter in tal van wetenschappelijke studies en medische rapporten onderuit gehaald. Versele stelt in dit verband dat de leeftijd tussen twaalf en achttien een cruciale levensfase is: “Als je aandacht dan alleen naar drugs uitgaat, ben je niet bezig met de andere vaardigheden die je dan moet leren: studeren, vriendschappen uitbouwen.” Daarnaast zien we dat “bij jongeren tussen veertien en achttien de hersenen niet volgroeien”, aldus Anne Van Duysse, medisch directeur van ‘De Sleutel’.
Bovendien kampt de hulpverlening met een ernstig gebrek aan financiële middelen. Volgens het ‘Belgian National Report on Drugs 2007’ wordt in dit land ongeveer 29 euro per inwoner uitgegeven aan de strijd tegen drugs. Ter vergelijking: landen als Zweden en Nederland investeren bedragen die drie tot vier keer hoger liggen. Dat gebrek aan middelen resulteert ondermeer in een gebrekkige hulpverlening voor minderjarigen en een ontoereikend preventiebeleid. Daarvoor is slechts een peulschil voorzien, wat flagrant in strijd is met wat de Belgische regering in haar drugsnota had beloofd. Een en ander is des te schrijnender wanneer men weet dat voormalig PS-minister voor Volksgezondheid (!) Demotte vorig jaar twee miljoen euro uit het Verslavingsfonds gebruikte voor het financieren van een heroïneverstrekkingsprogramma in Luik. Een PS-experiment dat in feite op niets anders neerkomt dan het van staatswege onderhouden van een verslaving, waarbij elke motivatie om af te kicken, wordt weggenomen.
Het belang van preventie en tijdig ingrijpen kan nochtans niet onderschat worden, aldus Peer van der Kreeft: “We moeten jongeren in het algemeen laten weten dat het niet oké is om te gebruiken. Als er een probleem is, moet er bij iedereen sneller een lichtje gaan branden.” Ook directeur Versele is van oordeel dat de regering de voorbije jaren voor cannabis een te laks beleid heeft gevoerd en pleit in klare bewoordingen voor een andere aanpak: “Wij willen geen gedoogbeleid voor cannabis meer. Op dat vlak moeten de regering en de samenleving een duidelijk signaal geven.” Zoniet, blijft het dweilen met de kraan open.
Grtz
Het duurde niet lang voor diegenen – op politiek niveau was dat enkel het Vlaams Belang – die er destijds voor waarschuwden dat de feitelijke legalisering van cannabis een verkeerd signaal zou geven en zou leiden tot een stijgend gebruik het bij het rechte eind bleken te hebben. Met het gedoogbeleid is het taboe helemaal verdwenen en is cannabis ook veel vlotter verkrijgbaar dan vroeger. In De Standaard (07.04.2008) stelt Damien Versele, directeur van het Gentse hulpverleningscentrum ‘De Sleutel’ hierover: “Wanneer ik zie dat je vandaag op elke hoek van de straat drugs kan vinden, heb ik als vader van vier jonge kinderen ook een bang hart.”
De cijfers spreken dan ook, en dat sinds enkele jaren, duidelijke taal: steeds meer jongeren geraken op steeds jongere leeftijd aan de drugs. In De Morgen (08.04.2008) verklaart Peer van der Kreeft, hoofd preventie bij ‘De Sleutel’ te hebben vastgesteld dat de ‘probleemvraag’ op almaar jongere leeftijd wordt vastgesteld: “Steeds meer 13-, 14-, 16-jarigen vragen hulp. Daarnaast zien we ook dat er op lagere leeftijd voor het eerst wordt gebruikt. De gemiddelde leeftijd waarop jongeren tegenwoordig met cannabis beginnen ligt iets boven de veertien jaar, maar de probleemjongeren in de hulpverlening beginnen er vaak nog iets vroeger aan.” Versele heeft het in dit verband over een gemiddelde leeftijd van… twaalf jaar.
Komt daarbij dat voorstanders van het gedoogbeleid jarenlang hebben volgehouden dat cannabis niet verslavend en zelfs ongevaarlijk zou zijn. Die onzin werd echter in tal van wetenschappelijke studies en medische rapporten onderuit gehaald. Versele stelt in dit verband dat de leeftijd tussen twaalf en achttien een cruciale levensfase is: “Als je aandacht dan alleen naar drugs uitgaat, ben je niet bezig met de andere vaardigheden die je dan moet leren: studeren, vriendschappen uitbouwen.” Daarnaast zien we dat “bij jongeren tussen veertien en achttien de hersenen niet volgroeien”, aldus Anne Van Duysse, medisch directeur van ‘De Sleutel’.
Bovendien kampt de hulpverlening met een ernstig gebrek aan financiële middelen. Volgens het ‘Belgian National Report on Drugs 2007’ wordt in dit land ongeveer 29 euro per inwoner uitgegeven aan de strijd tegen drugs. Ter vergelijking: landen als Zweden en Nederland investeren bedragen die drie tot vier keer hoger liggen. Dat gebrek aan middelen resulteert ondermeer in een gebrekkige hulpverlening voor minderjarigen en een ontoereikend preventiebeleid. Daarvoor is slechts een peulschil voorzien, wat flagrant in strijd is met wat de Belgische regering in haar drugsnota had beloofd. Een en ander is des te schrijnender wanneer men weet dat voormalig PS-minister voor Volksgezondheid (!) Demotte vorig jaar twee miljoen euro uit het Verslavingsfonds gebruikte voor het financieren van een heroïneverstrekkingsprogramma in Luik. Een PS-experiment dat in feite op niets anders neerkomt dan het van staatswege onderhouden van een verslaving, waarbij elke motivatie om af te kicken, wordt weggenomen.
Het belang van preventie en tijdig ingrijpen kan nochtans niet onderschat worden, aldus Peer van der Kreeft: “We moeten jongeren in het algemeen laten weten dat het niet oké is om te gebruiken. Als er een probleem is, moet er bij iedereen sneller een lichtje gaan branden.” Ook directeur Versele is van oordeel dat de regering de voorbije jaren voor cannabis een te laks beleid heeft gevoerd en pleit in klare bewoordingen voor een andere aanpak: “Wij willen geen gedoogbeleid voor cannabis meer. Op dat vlak moeten de regering en de samenleving een duidelijk signaal geven.” Zoniet, blijft het dweilen met de kraan open.
Grtz




Comment