Aangezien er nog geen topic in Misty's ABC staat ga ik er 1 proberen te maken wie er voor in aanmerking komt! 
De spaarlamp
Een (energie)spaarlamp of compacte fluorescentielamp (CFL) is een in de jaren ’70 ontwikkeld type lamp dat eind jaren '80 op de markt kwam. De eerste generatie was in verhouding duur en had geen significant hoger rendement. De huidige (vierde) generatie spaarlampen is goedkoper te produceren en heeft een hogere efficiëntie. Spaarlampen zijn fluorescentielampen, net als TL-lampen met een inductieve cos φ van 0,5 à 0,6. Rond 1982 had de eerste versie met een gewone ballast een nickname "dikke nek", ietsje later volgde de spaarlamp met elektronische ballast met zijn schuilnaam "lange vingers".
Algemene werking
Elektronisch voorschakelapparaat van een compacte fluorescentie lamp
Een spaarlamp is een opgevouwen TL die in een normale lampfitting past. Bij een spaarlamp gaat stroom door een buis die gevuld is met kwikdamp. Als een elektron uit die stroom tegen een kwikatoom botst, kan het daarbij een ander elektron uit zijn baan stoten. Bij het terugvallen van deze aangeslagen toestand naar de grondtoestand komt energie vrij in de vorm van ultraviolette straling.
De ultraviolette straling is onzichtbaar. Aan de binnenkant van de glaswand van een spaarlamp zit daarom een laagje poeder dat verschillende fluorescenties vertoont, en daarmee de UV-straling omzet in warm wit licht.
Voorschakelapparaat
Als de buis in de spaarlamp stuk is wordt de hele lamp vervangen inclusief het elektronische voorschakelapparaat (ballast). Deze onderdelen hebben eigenlijk een veel langere levensduur dan de buis zelf. Bij professionele spaarlampen voor gebruik in winkels, hotels, etc. zit die ballast gescheiden van de lamp, in het armatuur.
Voordelen
-Lager energieverbruik: uit een gewone spaarlamp komt 4 tot 5 keer meer licht per watt. Een gloeilamp van 60W kan men vervangen door een spaarlamp van 12 of 15W.
-Langere levensduur: een gloeilamp gaat zo’n 1000 tot 1500 branduren mee. Veel spaarlampen halen 6000 tot 10.000 uur en sommige speciale duurdere uitvoeringen nog meer.
-Veel kleurvariaties in wit: door de samenstelling van het fluorescentiepoeder te veranderen, kunnen verschillende soorten wit verkregen worden, van roodachtig (“warm”) tot blauwachtig (“koud”), afhankelijk van de sfeer die men wil creëren. Er worden ook spaarlampen gemaakt zonder fluorescentiepoeder, die dus UV-licht uitstralen, dat gebruikt kan worden voor desinfectie.
-Op twee manieren dimbaar: dimbare spaarlampen zijn (afhankelijk van het type) te dimmen door middel van een normale dimmer of door een aan/uit-schakelaar. Dit laatste type kan niet traploos gedimd worden, maar beschikt over een aantal standen (bijvoorbeeld 100%, 66%, 33%, 5%). De stand wordt gekozen door de lamp aan en uit te schakelen.
Nadelen
Spaarlampen zijn efficiënter dan gloeilampen, maar hebben ook een aantal nadelige eigenschappen:
Chemisch afval (kwik)
Spaarlampen bevatten kwikdamp, een zwaar metaal, dat terecht kan komen in het milieu en/of de voedselketen. Omdat de mens de laatste schakel van de voedselketen is, kan het aanwezige kwik een nadelig effect hebben op de volksgezondheid. Spaarlampen moeten daarom als ze kapot zijn worden verwerkt als klein chemisch afval. De hoeveelheid kwik is wel minder dan dat wat geproduceerd wordt door een kolencentrale om de stroom op te wekken voor een gewone gloeilamp.
Onder andere Philips en Osram werken aan spaarlampen waarin de kwikcomponent is vervangen door xenon. Spaarlampen op xenon-basis kunnen bij het gewone afval gedaan worden. Xenon, een edelgas, geleidt ook heel goed, al is de geleiding minder efficiënt dan bij kwikdamp. Hierdoor is meer energie nodig. Op milieutechnische gronden zal dan een afweging moeten worden gemaakt wat het zwaarste weegt. Een eveneens energiezuinig alternatief zonder kwikdamp of xenon is de ledlamp.
Andere nadelen
Het licht van een spaarlamp wordt door veel mensen als onprettig ervaren. Dit komt doordat de fluorescerende laag van de spaarlamp slechts een smal spectrum aan kleuren kan opwekken. Men kan wel meerdere soorten fluorescerend materiaal gebruiken om natuurlijk licht zo goed mogelijk na te bootsen, maar dat maakt de lamp weer duurder.
Spaarlampen zijn duur in aanschaf. Ze besparen gedurende hun levensduur echter een veelvoud van de aanschafprijs aan elektriciteit, en gaan veel langer mee dan gloeilampen. Een deel van de hogere prijs wordt veroorzaakt door EU-importheffingen ter bescherming van de Europese gloeilampindustrie. De Europese Unie heeft afgesproken deze importheffingen in oktober 2008 af te schaffen.
Veel in- en uitschakelen verkort de levensduur aanzienlijk, evenals een korte brandduur. En met name de combinatie. Daardoor zijn de lampen minder geschikt voor bijvoorbeeld toiletverlichting.
Spaarlampen met een hogere sterkte hebben een grotere lengte in vergelijking met de gloeilamp. Ze passen dus niet in alle armaturen waar een gloeilamp wel in past. Ook het voorschakelapparaat tussen fitting en het lichtgevende gedeelte zorgt ervoor dat spaarlampen soms aan de lange kant zijn.
Bij de meeste spaarlampen duurt het even voordat de lamp op volle sterkte brandt, waardoor ze minder uitgeschakeld worden. Dit beperkt dan de besparing.
Een spaarlamp creëert net als een TL-lamp en andere huishoudelijke apparaten een magnetisch veld.Dit magnetische veld wordt door sommige mensen als onprettig of irriterend ervaren. Een gloeilamp heeft nagenoeg verwaarloosbare magnetische en elektrische velden.
Kleurcodes
29 – warm wit
33 – neutraal wit
36 – kleur vergelijkbaar met flame gloeilamp
827 – extra warm wit (huiskamer warmtint)
830 – warm wit (winkel warmtint, kantoor)
840 – koel wit (winkel wit, kantoor)
865 – daglicht (daglicht wit)
930 – warm wit – breed spectrum (winkel warmtint, kantoor)
940 – koel wit – breed spectrum (winkel wit, kantoor)
950 – daglicht – breed spectrum
965 – daglicht – breed spectrum (daglicht wit)
De codetabellen zijn meestal afkomstig van de CIE, ISO (NEN) en de ANSI
Kleurtemperatuur
De kleurtemperatuur kan aangegeven worden in Kelvin of Mired (1 miljoen gedeeld door de kleurtemperatuur in Kelvin).
KleurtemperatuurKelvinMiredExtra warmwit< 2700 K370 MWarmwit2900 – 3000 K333- 345 MNeutraal wit4000 K250 MKoelwit> 5000 K200 M
Marktontwikkeling
Een nieuwere (1996) nog efficiëntere techniek is het gebruik van zeldzame fosfor-zouten in plaats van het fluorescerende poeder in lampen met metaalhalogenide (hogedrukkwik). Hierbij stijgt het rendement van de spaarlamp nog meer, maar ook de kostprijs. De MH-lamp moet gezien worden als een nieuwe standaard, al zijn ze meer geschikt als vervanging van de wat grotere halogeenlampen, dan voor thuisgebruik. Vooral in winkels en openbare gebouwen zijn deze soorten lampen aan te treffen. In de toekomst zal dit type lampen vervangen worden door ledlampen.
Rekensom

Ik hoop dat jullie er wat aan hebben/hadden!
pz!
De spaarlamp
Een (energie)spaarlamp of compacte fluorescentielamp (CFL) is een in de jaren ’70 ontwikkeld type lamp dat eind jaren '80 op de markt kwam. De eerste generatie was in verhouding duur en had geen significant hoger rendement. De huidige (vierde) generatie spaarlampen is goedkoper te produceren en heeft een hogere efficiëntie. Spaarlampen zijn fluorescentielampen, net als TL-lampen met een inductieve cos φ van 0,5 à 0,6. Rond 1982 had de eerste versie met een gewone ballast een nickname "dikke nek", ietsje later volgde de spaarlamp met elektronische ballast met zijn schuilnaam "lange vingers".
Algemene werking
Elektronisch voorschakelapparaat van een compacte fluorescentie lamp
Een spaarlamp is een opgevouwen TL die in een normale lampfitting past. Bij een spaarlamp gaat stroom door een buis die gevuld is met kwikdamp. Als een elektron uit die stroom tegen een kwikatoom botst, kan het daarbij een ander elektron uit zijn baan stoten. Bij het terugvallen van deze aangeslagen toestand naar de grondtoestand komt energie vrij in de vorm van ultraviolette straling.
De ultraviolette straling is onzichtbaar. Aan de binnenkant van de glaswand van een spaarlamp zit daarom een laagje poeder dat verschillende fluorescenties vertoont, en daarmee de UV-straling omzet in warm wit licht.
Voorschakelapparaat
Als de buis in de spaarlamp stuk is wordt de hele lamp vervangen inclusief het elektronische voorschakelapparaat (ballast). Deze onderdelen hebben eigenlijk een veel langere levensduur dan de buis zelf. Bij professionele spaarlampen voor gebruik in winkels, hotels, etc. zit die ballast gescheiden van de lamp, in het armatuur.
Voordelen
-Lager energieverbruik: uit een gewone spaarlamp komt 4 tot 5 keer meer licht per watt. Een gloeilamp van 60W kan men vervangen door een spaarlamp van 12 of 15W.
-Langere levensduur: een gloeilamp gaat zo’n 1000 tot 1500 branduren mee. Veel spaarlampen halen 6000 tot 10.000 uur en sommige speciale duurdere uitvoeringen nog meer.
-Veel kleurvariaties in wit: door de samenstelling van het fluorescentiepoeder te veranderen, kunnen verschillende soorten wit verkregen worden, van roodachtig (“warm”) tot blauwachtig (“koud”), afhankelijk van de sfeer die men wil creëren. Er worden ook spaarlampen gemaakt zonder fluorescentiepoeder, die dus UV-licht uitstralen, dat gebruikt kan worden voor desinfectie.
-Op twee manieren dimbaar: dimbare spaarlampen zijn (afhankelijk van het type) te dimmen door middel van een normale dimmer of door een aan/uit-schakelaar. Dit laatste type kan niet traploos gedimd worden, maar beschikt over een aantal standen (bijvoorbeeld 100%, 66%, 33%, 5%). De stand wordt gekozen door de lamp aan en uit te schakelen.
Nadelen
Spaarlampen zijn efficiënter dan gloeilampen, maar hebben ook een aantal nadelige eigenschappen:
Chemisch afval (kwik)
Spaarlampen bevatten kwikdamp, een zwaar metaal, dat terecht kan komen in het milieu en/of de voedselketen. Omdat de mens de laatste schakel van de voedselketen is, kan het aanwezige kwik een nadelig effect hebben op de volksgezondheid. Spaarlampen moeten daarom als ze kapot zijn worden verwerkt als klein chemisch afval. De hoeveelheid kwik is wel minder dan dat wat geproduceerd wordt door een kolencentrale om de stroom op te wekken voor een gewone gloeilamp.
Onder andere Philips en Osram werken aan spaarlampen waarin de kwikcomponent is vervangen door xenon. Spaarlampen op xenon-basis kunnen bij het gewone afval gedaan worden. Xenon, een edelgas, geleidt ook heel goed, al is de geleiding minder efficiënt dan bij kwikdamp. Hierdoor is meer energie nodig. Op milieutechnische gronden zal dan een afweging moeten worden gemaakt wat het zwaarste weegt. Een eveneens energiezuinig alternatief zonder kwikdamp of xenon is de ledlamp.
Andere nadelen
Het licht van een spaarlamp wordt door veel mensen als onprettig ervaren. Dit komt doordat de fluorescerende laag van de spaarlamp slechts een smal spectrum aan kleuren kan opwekken. Men kan wel meerdere soorten fluorescerend materiaal gebruiken om natuurlijk licht zo goed mogelijk na te bootsen, maar dat maakt de lamp weer duurder.
Spaarlampen zijn duur in aanschaf. Ze besparen gedurende hun levensduur echter een veelvoud van de aanschafprijs aan elektriciteit, en gaan veel langer mee dan gloeilampen. Een deel van de hogere prijs wordt veroorzaakt door EU-importheffingen ter bescherming van de Europese gloeilampindustrie. De Europese Unie heeft afgesproken deze importheffingen in oktober 2008 af te schaffen.
Veel in- en uitschakelen verkort de levensduur aanzienlijk, evenals een korte brandduur. En met name de combinatie. Daardoor zijn de lampen minder geschikt voor bijvoorbeeld toiletverlichting.
Spaarlampen met een hogere sterkte hebben een grotere lengte in vergelijking met de gloeilamp. Ze passen dus niet in alle armaturen waar een gloeilamp wel in past. Ook het voorschakelapparaat tussen fitting en het lichtgevende gedeelte zorgt ervoor dat spaarlampen soms aan de lange kant zijn.
Bij de meeste spaarlampen duurt het even voordat de lamp op volle sterkte brandt, waardoor ze minder uitgeschakeld worden. Dit beperkt dan de besparing.
Een spaarlamp creëert net als een TL-lamp en andere huishoudelijke apparaten een magnetisch veld.Dit magnetische veld wordt door sommige mensen als onprettig of irriterend ervaren. Een gloeilamp heeft nagenoeg verwaarloosbare magnetische en elektrische velden.
Kleurcodes
29 – warm wit
33 – neutraal wit
36 – kleur vergelijkbaar met flame gloeilamp
827 – extra warm wit (huiskamer warmtint)
830 – warm wit (winkel warmtint, kantoor)
840 – koel wit (winkel wit, kantoor)
865 – daglicht (daglicht wit)
930 – warm wit – breed spectrum (winkel warmtint, kantoor)
940 – koel wit – breed spectrum (winkel wit, kantoor)
950 – daglicht – breed spectrum
965 – daglicht – breed spectrum (daglicht wit)
De codetabellen zijn meestal afkomstig van de CIE, ISO (NEN) en de ANSI
Kleurtemperatuur
De kleurtemperatuur kan aangegeven worden in Kelvin of Mired (1 miljoen gedeeld door de kleurtemperatuur in Kelvin).
KleurtemperatuurKelvinMiredExtra warmwit< 2700 K370 MWarmwit2900 – 3000 K333- 345 MNeutraal wit4000 K250 MKoelwit> 5000 K200 M
Marktontwikkeling
Een nieuwere (1996) nog efficiëntere techniek is het gebruik van zeldzame fosfor-zouten in plaats van het fluorescerende poeder in lampen met metaalhalogenide (hogedrukkwik). Hierbij stijgt het rendement van de spaarlamp nog meer, maar ook de kostprijs. De MH-lamp moet gezien worden als een nieuwe standaard, al zijn ze meer geschikt als vervanging van de wat grotere halogeenlampen, dan voor thuisgebruik. Vooral in winkels en openbare gebouwen zijn deze soorten lampen aan te treffen. In de toekomst zal dit type lampen vervangen worden door ledlampen.
Rekensom

Ik hoop dat jullie er wat aan hebben/hadden!
pz!







Comment