Mededeling

Collapse
No announcement yet.

Flint's tuintje

Collapse
Dit topic is gesloten.
X
X
 
  • Filter
  • Tijd
  • Geef Weer
Clear All
new posts

    Re: Flint's tuintje

    Blijft een super topic Flint, wat een leuk idee van die watervaste stift je dochter zal genoten hebben.
    Stemma doet het forum, stout 2017

    Stemma doet stout (2016)
    Dark Devil en Punisher#2 in huize Stemma

    Comment


      Re: Flint's tuintje

      Ok ga ik regelen. Mooi die spin
      Baas in eigen brein.

      Comment


        Re: Flint's tuintje

        IMG_20160619_131344.jpgIMG_20160619_132546_BURST019-001.jpg

        IMG_20160619_132134.jpg

        IMG_20160619_132048.jpgIMG_20160619_132050.jpg
        Vederdistelgalboorvlieg (Urophora stylata)


        IMG_20160619_132003.jpg

        IMG_20160619_131955.jpg
        Bloemvliegje

        IMG_20160619_131722_BURST004.jpgIMG_20160619_131722_BURST003.jpg

        IMG_20160619_131720.jpg



        IMG_20160619_131702.jpg

        IMG_20160619_132335-001.jpg
        Grote bladsnijder


        IMG_20160619_145534-001.jpg

        Fopaardbei of schijnaardbei.
        Last edited by FlintStoned; 20 June 2016, 10:25.

        Comment


          Re: Flint's tuintje

          Sieraardbijen? Nice
          Baas in eigen brein.

          Comment


            Re: Flint's tuintje

            Ja dat is een Schijnaardbei (Potentilla indica) ook wel fop aardbei genoemt.

            Vaak verwisseld men de fopaardbei met de bos aardbei. De laatste is erg lekker maar de fopperd is dat allemaal maar schijn. Daarom hier een stukje over de verschillen tussen de twee.

            De Bosaardbei (Fragaria vesca) is inheems in noordelijk en gematigd Eurazië. Zuidelijk reikt het areaal van deze plant tot de Middellandse zee en de Zwarte zee, oostelijk tot aan het Baikalmeer. In Oost-Azië en Japan is de Bosaardbei ingevoerd, net als in heel Amerika. In Nederland komt Bosaardbei voornamelijk voor in bossen in Zuid-Limburg en het Duingebied.
            Bosaardbeien worden al sinds de oudheid gegeten en in het wild geplukt. Rond de 14e eeuw verhuisde de plant ook naar de moestuin maar toch vormde hij daar niet de oorsprong van onze hedendaagse cultuuraardbeien. Dat zijn grotendeels variëteiten van de Tuinaardbei (Fragaria x ananassa), een soort die is ontstaan uit een kruising tussen respectievelijk een Noord- en een Zuid-Amerikaanse aardbei.

            De Schijnaardbei (Potentilla indica) is van Aziatische oorsprong. Zijn areaal begint ongeveer waar dat van de Bosaardbei ophoudt en loopt grofweg van Afghanistan tot in Japan. Van daaruit is de plant als sierplant ingevoerd in Amerika, Afrika en Europa waar hij ten zuiden van de Alpen al in de 19de eeuw algemeen verwilderd voorkwam.
            Hoewel de Schijnaardbei momenteel als Potentilla, een Ganzerik dus, in de Nederlandse flora staat is hij bekender onder de naam Duchesnea indica. Het geslacht Duchesnea is genoemd naar de Franse botanicus Duchesne die in de 18e eeuw in Versailles ontdekte dat verschillende aardbeisoorten te kruisen zijn en die de producten van die kruisingen, waaruit ook onze huidige Tuinaardbeien zouden ontstaan, introduceerde in de tuinen en op het bord van Lodewijk XV.


            Eddy Weeda legt in deel 2 van zijn Ecologische Flora uit dat er niet voldoende rechtvaardiging is om Duchesnea als afzonderlijk geslacht te onderscheiden (net als de Wateraardbei (Potentilla palustris) die in de Nederlandse Flora’s al eerder onder de Ganzerikken werd geschaard) en dat al deze soorten eigenlijk als aardbeien zouden moeten worden beschouwd. (Het wachten is nu op een volgende systematicus die dit hele grote geslacht vervolgens weer uiteen laat spatten.)
            Hoe dan ook, Aardbei, Ganzerik of Duchesnea, de Schijnaardbei dankt zijn Nederlandse naam in ieder geval aan zijn helderrode sappig vlezige vruchten die inderdaad sprekend op wat ronde aardbeien lijken maar die bij proeven een flauwe smakeloze hap blijken te zijn. (Wat dat betreft vertonen zij dus een sterke overeenkomst met Tuinaardbeien die men ons vandaag de dag, ver buiten het seizoen, probeert te verkopen.)

            Wie wat beter kijkt hoeft echter niet te gaan proeven om het verschil te zien tussen de Bosaardbei en de Schijnaardbei.
            Voor wie niet kleurenblind is gaat dat het allermakkelijkst in de bloeitijd, die zich bij de schijnaardbei uitstrekt over het grootste deel van de zomer en bij de Bosaardbei valt in de voorzomer en soms ook nog in het najaar.
            Bosaardbei bloeit wit terwijl Schijnaardbei gele bloemen heeft die lijken op die van de verwante soorten Zilverschoon (Potentilla anserina) of Vijfvingerkruid (Potentilla reptans) (het is zelfs mogelijk om Schijnaardbei en Vijfvingerkruid kunstmatig met elkaar te laten kruisen). Vanaf het moment dat de eerste knoppen verschijnen tot zelfs na het vergaan van de vruchten tonen de soorten nog een ander, minstens zo opvallend verschil in de vorm van de zogenaamde bijkelk.

            Die bijkelk moet even worden uitgelegd: wie het groene "kroontje" van een aardbei beter bekijkt ziet dat die bestaat uit tien kleine min of meer gelijke groene blaadjes die in twee kransen van vijf boven elkaar zitten. Officieel vormen alleen de vijf blaadjes die het dichtst bij de aardbei staan de kelk, het daaronder gelegen vijftal noemt men de bijkelk. Bij de schijnaardbei zijn de blaadjes van die bijkelk ettelijke malen breder dan die van de kelk en lopen zij uit in een brede top met meerdere punten. Als gevolg hiervan liggen bij de Schijnaardbei zowel de bloemknop als de bloem en later de vrucht op een ruim buiten de bloem of vrucht stekend groen schoteltje. Dit kenmerk is zo duidelijk dat je er niet eens voor hoeft te bukken.

            Mochten er helemaal geen bloemen of vruchten aanwezig zijn dan is er tenslotte nog een ander kenmerk waaraan je de twee soorten kunt onderscheiden. Beide planten vormen via uitlopers "wandelende" vegetatiematten maar doen dat op een verschillende manier. De uitlopers van de Bosaardbei zijn bruin van kleur, draaddun en strekken zich over een flinke lengte uit voordat zij wortelen en een nieuwe plant laten ontstaan. De uitlopers van Schijnaardbei zijn daarentegen kort, dik en groen van kleur. Bosaardbei vlecht zich zodoende door de omringende vegetatie terwijl Schijnaardbei meer als een dichte mat voortrolt.

            In tuinomstandigheden blijkt deze laatste groeistrategie een stuk efficiënter te zijn dan de eerste want waar de twee soorten samenkomen wint Schijnaardbei altijd, en niet alleen van andere aardbeien.
            Bron
            Last edited by FlintStoned; 20 June 2016, 13:00.

            Comment


              Re: Flint's tuintje

              DSC02904.jpgDSC02933.jpgDSC02924.jpgDSC02932.jpgDSC02891.jpgDSC02881.jpg
              Schijnboktor die met zijn leven speelt.

              DSC02907.jpg
              Kleine julikever (Anomala dubia)

              DSC02913.jpg
              Dambordje

              DSC02916.jpgDSC02917.jpg
              Groene vleesvlieg

              DSC02897.jpgDSC02895.jpgDSC02888.jpg
              Snuitkevertje. Ik denk de Lissenboorder (Mononychus puctumalbum)

              DSC02886.jpgDSC02884.jpg
              Metselbij

              FB_IMG_1466101435958.jpg
              Parende schorpioenvliegen. Het is net alsof ze hun vleugelpatroon ook pressies willen matchen.


              DSC02899.jpg

              snoepende dikkop vrijgezellenbei

              Last edited by FlintStoned; 20 June 2016, 23:45.

              Comment


                Re: Flint's tuintje

                Wat een geweldig topic! Heb net alle 26 pagina's gelezen! moet nu echt gaan slapen. Veel te laat maar ik kon niet stoppen met: 'nou nog 1 pagina en dan hou ik op'
                ik blijf volgen.
                welterusten. Over 3 uur gaat de wekker

                Comment


                  Re: Flint's tuintje

                  Ghihihih dat vind ik nu leuk om te horen. Iemand die zich de moeite neemt om het eens van a ot z te lezen. Hopelijk verslaap je je niet.
                  Last edited by FlintStoned; 21 June 2016, 15:33.

                  Comment


                    Re: Flint's tuintje

                    Niet verslapen Voel me ondanks het korte nachtje opmerkelijk fit vandaag. Een beetje natuur doet je goed, zelfs virtuele natuur bij een ander dus! Was al voor de wekker wakker zelfs, zonnetje door t raam en volop zin om mn eigen tuin weer eens flink aan te pakken/vol te zetten! Vorige zomer t/m nu beetje verwaarloosd. Morgen en overmorgen vrij dus ik ga los. HahaBedankt voor deze stimulatie!

                    Comment


                      Re: Flint's tuintje

                      Mooizo.

                      Comment


                        Re: Flint's tuintje

                        Hey Flint , ik zag dat je plantjes in zo een tomatenserre staan of ben ik mis ?
                        Komt daar genoeg licht door en stopt het de regen goed ?
                        Denk er aan om ook zo eentje te zetten...

                        Comment


                          Re: Flint's tuintje

                          greenspan is waterdicht en ja daar komt genoeg licht door.

                          Comment


                            Re: Flint's tuintje

                            Die tomatenserretjes doen het goed , heb er zo een al 4 jaar staan

                            Vandaag kwam ik dit tegen in een tomatenplant wat zou het zijn, het zien er mij wiskundige beestjes uit zo symetrisch
                            Attached Files

                            Comment


                              Re: Flint's tuintje

                              Eieren van het een of ander. de foto is helaas wat wazig. Zou bijvoorbeeld van een vlinder kunnen zijn.



                              iDownloads11.jpg
                              Nees' boorvlieg - Tephritis neesi

                              Boorvliegen hebben mooie tekeningen van vlekken, banden of zigzagstrepen op de vleugels. Zij danken hun naam aan het feit dat de vrouwtjes de eitjes in een plant leggen met behulp van hun puntige legboor, die vaak langer is dan de rest van het lichaam. De lichaamslengte bedraagt maximaal 1,5 cm.


                              Een aantal soorten, maar lang niet allemaal, is als larve een bladmineerder en graaft gangen in bladeren die ook wel mijnen worden genoemd. Andere soorten leven parasitair op andere insecten. Volwassen vliegen voeden zich met plantensappen en vocht uit rottend materiaal. De larven zijn herbivoor.

                              De eieren worden apart of groepsgewijs afgezet onder de schil van vruchten.

                              Er zijn ook een klein aantal boorvliegen die geheel ongevlekte vleugels hebben, zoals alle soorten van het genus Terellia. Karakteristiek is dat de vliegjes van deze familie vaak met vibrerende vleugeltjes rondlopen. Erg opvallend. Het op en neer bewegen van de vleugels is een paringsritueel, ze willen hiermee een partner lokken.

                              Wereldwijd zijn er van de familie Tephritidae ongeveer 4300 soorten bekend, vooral de tropen zijn soortenrijk. Uit Nederland zijn thans 77 boorvliegensoorten bekend, maar er zullen er ongetwijfeld nog meer worden ontdekt. Al in 1660 beschreef Johannes Goedaert uit Middelburg in zijn Metamorphosis Naturalis het boorvliegje Urophora cardui. Hij kweekte deze soort uit gallen in distelkoppen, waarin de larve zich ontwikkelt. Hij schrijft:
                              Het gewas dat wordt afgebeeldt wordt een speenappel genaamt. De appelkens geven verlichtinge bij gesquollen spenen, als er twee of drije van deze appelkens in de sacken gedragen worden. Somtijds nemen oock deze appelen wel eenige koorssen van de kinderen wech, als men eenige van deze appelkens in haar onderste kleerkens naayt. Dat deze appelen sulcken verkoelende kragt hebben ende veel brandt uit het lichaam wech nemen dat komt door eenighe witte wormkens, welcke haar in deze appelen onthouden. Uyt den appel komt een aerdich vlieghjen te voorschijn, 't welk op elcke vleugel een letter heeft. Als de vlieghe die daar uyt komt wech vlieght, dan heeft den appel altoos geen krag meer, daarom heb ik dezen worm ghenaemp den brandtsuyger.
                              Het zijn niet alleen gallen waarin de larven van boorvliegen zich ontwikkelen. De meeste larven leven in de bloemhoofdjes van Composieten. Zij verpoppen zich ook in deze hoofdjes. Ze kunnen zowel als imago, larve of pop overwinteren. Ook in stengels of de wortelhals van Composieten leven enkele boorvlieglarven. Een vrij groot aantal Tephritidae larven ontwikkelen zich in vruchten en kunnen grote schade veroorzaken, bijvoorbeeld de citrusboorvlieg, Ceratitis capitata, die gevreesd is in sinaasappel plantages.

                              Ook in Nederland kennen we een aantal Rhagoletis soorten waarvan de larven in vruchten leven, R batava in duindoorn bessen, R cerasi in kersen en R meigenii in de vruchten van vogelkers. Als men bij zijn huis een cotoneaster tegen een muur heeft staan kan men er vrijwel altijd zeker van zijn dat uit de bessen van deze struik een heel fraai boorvliegje komt, namelijk Anomoia purmundus. De vliegjes komen graag in huis en lopen dan met vibrerende vleugeltjes tegen de ramen en men kan ze dan goed bewonderen.

                              De verpopping van de larven uit vruchten vindt in de grond plaats. Ook de larven van een aantal boorvliegen die mineren in bladeren van Composieten en Umbelliferen, verpoppen in de grond. Er zijn enkele soorten boorvliegen waarvan de larven als broedparasieten bekend zijn. Zij leven o.a. in gallen van Pontania, dit zijn gallen die gemaakt worden door bladwespen. De gallen kan men vinden in wilgenbladeren, de bladwesplarven worden opgegeten.







                              Verder zijn er boorvlieg lookalikes. Dit zijn geen echte boorvliegen maar hebben wel vlekken op de vleugels.

                              Downloads12.jpg
                              In de vliegenfamilie Lauxaniidae (12 geslachten) komen ook geslachten voor met gevlekte vleugels. De vlieg van de foto is de Meiosimyza decempunctata (vertaald dus: met 10 vlekken) en zat bij mij op de new ginea gold. Het beestje is ongeveer 8 mm lang. Van het genus Meiosimyza komen in Nederland 8 soorten voor. De larven van dit soort vliegen schijnen te leven in vochte beschaduwde plekken, bossen e.d. en ze leven dan van micro-organismen in paddenstoelen, schimmels in de bovenste bodemlaag en rottend plantenmateriaal. Andere leven in vogelnesten of als bladmineerder.
                              Last edited by FlintStoned; 23 June 2016, 17:37.

                              Comment


                                Re: Flint's tuintje

                                Ik heb ze met blad en al in een bokaal gestoken , dat bruine zijn beestjes . Zal een betere foto nemen

                                Comment

                                Bezig...
                                X