Mededeling

Collapse
No announcement yet.

De Bladeren

Collapse
X
 
  • Filter
  • Tijd
  • Geef Weer
Clear All
new posts

  • bobo
    replied
    Re: De Bladeren

    Wat moet er hier nog op gezegd worden. Goed bezig smokey .

    Grtz

    Leave a comment:


  • Smokey
    heeft een topic gestart De Bladeren

    De Bladeren

    Bouw van bladeren

    In een blad zijn de volgende structuren te herkennen:



    1. Bladmoes; Bladweefsel tussen de nerven
    2. Zijnerf; Aftakking van de hoofdnerf in een blad
    3. Hoofdnerf; Verdikte, van de steel uitgaande vaatbundel in een blad
    4. Bladsteel; Steel die de bladschijf verbindt met de stengel
    5. Bladschijf; Vlak deel van een plantenblad


    In de bladeren lopen de vaatbundels via de bladsteel, waarmee het blad aan de stengel vastzit, door in de bladschijf. Hier worden de vaten nerven genoemd. In het midden van het blad loopt de hoofdnerf. Aftakkingen hiervan worden zijnerven genoemd. De vaten in een plant zijn te vergelijken met de vaten bij de mens.

    Bij de nervatuur kun je twee soorten onderscheiden. Handnervig en veernervig. De nerven zorgen net als de vaatbundels voor stevigheid en transport. Tussen de nerven ligt het bladmoes. In het bladmoes liggen bladgroenkorrels. Dit zijn kleine fabriekjes waar suiker en energie wordt gemaakt (fotosynthese). De suiker is nodig voor de groei en ontwikkeling van de plant. Daarnaast wordt de suiker opgeslagen als reservevoedsel in de wortels van de plant.
    Bladeren kunnen er heel verschillend uitzien. Vergelijk bijvoorbeeld maar eens een hennepblad met een eikenblad. Een eikenblad is een enkelvoudig blad. Een hennepblad is een voorbeeld van een veernervig samengesteld blad.

    Bij een samengesteld blad bestaat de bladschijf uit meerdere blaadjes, die samen door één bladsteel verbonden zijn met de stengel. Aan een okselknop kun je zien of je blad enkelvoudig is of samengesteld is. Bij een enkelvoudig blad volgt na de okselknop één blaadje, terwijl bij een samengesteld blad er meerdere blaadjes volgen. Naast de hoeveelheid blaadjes en de nervatuur, is er nog een ander kenmerk waar je bladeren aan kunt indelen, namelijk de bladrand. Je kunt bij de bladrand gave en ingesneden bladranden onderscheiden. Bij een gaaf blad kun je nog een verschil maken tussen een recht blad (dat noemen we gaaf) of een gebobbeld blad (dit noemen we gegolfd). Er zijn vier soorten ingesneden bladranden. Gezaagd, getand, gekarteld en gelobd.


    Functie van bladeren

    Mensen hebben andere levende wezens nodig om van te leven. We gebruiken dieren voor hun vlees, en planten voor groente en fruit. Mensen zijn heterotroof. Planten hebben niemand nodig, zij maken hun eigen voedsel door anorganische stoffen zoals koolstofdioxide, water en zouten om te zetten naar organische stoffen zoals suiker en zetmeel. Planten zijn autotroof.

    Cannabis en alle andere planten hebben een soort 'fabriekjes', bladgroenkorrels, in hun bladeren. Deze fabriekjes maken suiker die de plant gebruikt om van te groeien. Om suiker te maken heeft een plant maar een paar dingen nodig: water, licht en koolstofdioxide. Een andere naam voor koolstofdioxide is koolzuurgas. Koolzuurgas zijn de bubbels in bijvoorbeeld cola. Het maken van suiker uit water, koolzuurgas en licht heet fotosynthese. 'Foto' verwijst naar het licht dat nodig is, synthese is een moeilijk woord voor 'maken'. Fotosynthese wordt ook wel koolstofassimilatie genoemd. Assimilatie betekent het maken van organische moleculen uit kleinere moleculen. In dit geval zijn deze kleine moleculen anorganisch. Omdat bij de fotosynthese de koolstof uit de koolstofdioxide wordt gebruikt wordt dit koolstofassimilatie genoemd. Behalve suiker wordt er bij de fotosynthese ook zuurstof gemaakt. Mensen hebben planten dus dubbel nodig: voor de groente en fruit en voor de zuurstof. Mensen gebruiken zuurstof om te ademen.

    De fabriekjes waarin de fotosynthese plaatsvindt heten bladgroenkorrels of chloroplasten. Bladgroenkorrels zitten in alle groene delen van een plant, met name in het palissadeparenchym van de bladeren.



    In de doorsnede van een blad vind je de volgende structuren:

    1. Cuticula; Dit is de waterafstotende waslaag aan de boven- en onderkant van het blad
    2. Palissadeparenchym; Dit zijn langgerekte cellen in het bladgroenhoudend weefsel van bladeren die veel bladgroenkorrels bevatten.
    3. Nerf
    4. Epidermis; Dit is de opperhuid
    5. Sluitcel van een huidmondje
    6. Opening van een huidmondje
    7. Luchtholte
    8. Sponsparenchym

    Bladgroenkorrels geven de groene kleur aan de plant. De bladgroenkorrels zetten water, licht en koolstofdioxide om in zuurstof en suiker. Suiker is de bouwstof die planten nodig hebben om te leven. Deze suiker wordt gebruikt bij de dissimilatie. Dissimilatie is het proces waarbij organische stoffen worden afgebroken en energie vrijkomt. Deze energie wordt dan gebruikt voor processen in de plant, bijvoorbeeld bij de opbouw van reservestoffen om de winter door te komen en in de lente weer opnieuw uit te kunnen groeien.

    Het water dat nodig is voor de fotosynthese nemen de planten met hun wortels op uit de bodem. Vanuit de wortels gaat het via de vaten van de plant naar de bladgroenkorrels. Koolstofdioxide halen de planten uit de lucht. Dit gas diffundeert via de huidmondjes en de luchtholtes naar de bladgroenhoudende cellen. Huidmondjes zijn kleine openingen die vooral aan de onderkant in de bladeren zitten. De zuurstof die vrijkomt tijdens de fotosynthese wordt via de huidmondjes afgegeven aan de lucht. Een andere functie van huidmondjes is het tegengaan van verdamping van water bij warm weer zodat de plant niet uitdroogt. Dit doen de huidmondjes door dan te sluiten. Het licht dat nodig is voor de fotosynthese komt van de zon of van lampen. Wanneer planten in het donker staan of geen water krijgen, kan er geen fotosynthese (assimilatie) plaatsvinden. De planten kunnen dan geen suiker maken en gaan dood. Dissimilatie kan wel in het donker plaatsvinden. Hier is namelijk geen licht voor nodig.

    De fotosynthese kun je ook in een formule zetten. Rechts van de pijl staat dan wat de plant nodig heeft voor de fotosynthese. Links van de pijl staat wat de plant maakt:

    koolstofdioxide + water + licht -> glucose + zuurstof

    De snelheid van deze reactie wordt bepaald door de factor die het minst gunstig aanwezig is. 's Nachts is licht de beperkende factor, en bij droog weer is dat water.
    Vraag

    Bij de fotosynthese wordt heel veel glucose gevormd. De glucose wordt gebruikt voor dissimilatie, opbouw en herstel van de plant en vorming van reservestoffen. Bij de vorming van reservestoffen wordt glucose omgezet in zetmeel en opgeslagen in cellen van palissadeparenchym en sponsparenchym. Als de plant (extra) voedsel nodig heeft, wordt de zetmeel weer omgezet in suiker.

    Peace

Footer Left Ad

Collapse
Bezig...
X