De zuurgraad (pH) van de bodem
Een belangrijke eigenschap van de bodem is de zuurgraad (pH). Om dit begrip te kunnen verduidelijken dienen wij terug te grijpen naar de Scheikunde. De zuurgraad is een maat voor de concentratie aan vrije waterstofionen (H+). Hoe meer van deze ionen, hoe zuurder iets is, en hoe lager de pH. Daartegenover staat hoe minder van die oren, hoe minder zuur iets is, en hoe hoger de pH.
De pH- waarde varieert van 0 tot 14. De pH van zuiver water is 7, we noemen dit neutraal. Wanneer de pH van een stof lager is dan 7, is die zuur; is die hoger dan 7, dan is de stof basisch (alkalisch).
De pH is een logaritmische waarde: als iets 10 x zuurder is (10 maal meer vrije waterstofionen), wordt het pH-getal één eenheid lager. Is een stof 100 maal zo zuur dan daalt de pH met twee eenheden. Gras- en akkerland met een pH van 4,5 is derhalve 100 maal zuurder dan een bodem met een pH van 6,5. Bodems met een dergelijke lage pH hebben een opbrengstverlagend effect. De gewassen van zo'n bodem kunnen gebrekverschijnselen vertonen (o.a. spoorelementen).
De voedingsstoffen in de bodem zijn afhankelijk van de wetmatigheden die bij een zuurgraad worden gesteld. Deze bepaalt namelijk wat chemische verbindingen zullen doen; uiteenvallen in kleinere stukken, of oplossen en/of reageren op een andere wijze.
Belang voor de plantenvoeding.
Hoe komt het nu eigenlijk, dat planten niet willen groeien als de pH niet geschikt is? Het antwoord heeft alles te maken met de voeding van de plant.
Zoals we al zagen bepaalt de pH voor een groot deel hoe de voedingselementen die in de grond zitten zich zullen gedragen. Bij een bepaalde zuurgraad vormen sommige elementen andere verbindingen, die niet opneembaar zijn voor de plantenwortels.
De elementen zitten dus nog wel in de grond, maar zijn niet meer beschikbaar voor de planten. Dat leidt dan tot gebrekverschijnselen, die het eerst tot uiting komen bij die elementen waar de planten het minst van nodig hebben. Een voorbeeld: bloemkolen geteeld op te zure grond, vanaf pH lager dan 6, hebben vaak last van molybdeengebrek en krijgen dan draaihartigheid: de jongste blaadjes zijn gedraaid en gebobbeld en er vormt zich geen bloem. Hoewel de plant dus slechts zeer weinig molybdeen nodig heeft en er voldoende van dat element in de grond zit, lijdt de plant gebrek.
Een overzicht van de meest voorkomende problemen:
Bij te lage pH :gebrek aan fosfor (P), wat de jeugdgroei remt. gebrek aan magnesium (Mg). gebrek aan molybdeen (Mo), vooral in potgrond. overmaat aan mangaan (Mn), aluminium (Al), ijzer (Fe), waardoor vergiftiging van de plant door te grote opname van deze elementen mogelijk is. meer uitspoeling van kalium (K) en magnesium (Mg). op kleigrond veroorzaakt het lage calciumgehalte een slechte struktuur. algemene remming van het bodemleven.
N.B. De gewassen ondervinden minder schade van een te lage pH, naarmate het humusgehalte hoger is.
bij te hoge pH:alle gebreksziekten mogelijk: ijzer (Fe), mangaan (Mn), borium (B), koper (Cu), zink (Zn). de afbraak van organische stof neemt sterk toe, ook de humus wordt dan in versneld tempo afgebroken; vooral in zandgrond doet dit zich voor.
Verhogen van de zuurgraad
Om de pH te verhogen en de grond minder zuur te maken, zijn er voornamelijk twee middelen: kalk strooien en bodembewerking. Door bodembewerking brengen wij lucht in de grond, zodat het gevormde koolzuurgas beter kan ontsnappen en de grond kan opdrogen, waardoor de poriën weer met lucht gevuld worden.
Door kalk te strooien, veroorzaken we in de grond chemische reakties, (namelijk binding van de vrije waterstofionen) die de pH omhoogbrengen. Bekalking verbetert bovendien de bodemstruktuur.
Calcium (Ca)
Het element calcium, is beter bekend als "kalk". In de chemische betekenis van het woord, betekent kalk: calciumcarbonaat (CaCO3), de vorm waarin calcium meestal voorkomt.
Ca-overmaat
Teveel calcium kan een te hoge pH tot gevolg hebben. Verder bevordert calcium de omzetting van organische stof in mineralen. Te grote calciumgiften kunnen dus de humusvoorraad al te snel doen dalen. Vooral in zandgronden is dat gevaar reëel. Te zware kalkgiften moet men daar dus vermijden. Een overmaat aan calcium-ionen in de bodemoplossing, heeft tot gevolg dat andere ionen minder opneembaar zijn (antagonisme).
Aanvullingen van BOBO:

Wat is de beste pH-waarde voor een cannabisplant ?
Bij een cannabisplant moet je regelmatig eens de pH-waarde controleren. Bij een growshop,reguliere tuinhandel kun je altijd wel een testkit kopen om al deze waarden te meten.
De pH-waarde geeft de zuurgraad weer van het water. pH staat voor potentiaal hydrogenium en geeft de watestoionenconcentratie in het water weer. Een neutrale wateroplossing heeft een pH-waarde van rond de 7. Een pH-waarde van 0 staat voor zuur water (acide), een pH-waarde van 14 voor basisch water (alcline).
Je water moet een pH-waarde hebben tussen 5.8 en 6.0. Bij die waarden werkt de voedingsopname het beste.
Hard water (met een pH-waarde van meer dan 7,4): je kunt best pH-minus poeder of vloeistof toevoegen. Dat zuurgranulaat neutraliseert de alkalische componenten die de oorzaak zijn van de hardheid van het water. Controleer regelmatig de pH-waarde!
Zacht water (pH-waarde onder 7): bij toevoeging van pH-plus poeder of vloeistof, zuiveringszout of soda stijgt de pH-waarde boven 7.
* pH 14: natronloogoplossing van 1 mol/l
* pH 13: natronloogoplossing of kaliloogoplossing van 0,1 mol/l
* pH 11,5: huishoudammonia (verdunde ammonia dus)
* pH 10,5: zeepsop
* pH 8,5: zeewater, darmsap
* pH 7,4: menselijk bloed
* pH 7: zuiver water (neutraal)
* pH 6,7: melk
* pH 6: natuurlijke regen
* pH 5: licht zure regen
* pH 4,5: tomaten
* pH 4: zure regen, tomatensap
* pH 3: consumptieazijn
* pH 2,5: cola
* pH 2: maagzuur, citroensap
* pH 1: zwavelzuur (accuzuur)
* pH 0: zoutzuur (1 mol/l), zwavelzuur (0.5N)
De pH is een uitdrukking (in een dimensieloos getal) voor de zuurgraad van een waterige oplossing.
De pH van een neutrale waterige oplossing ligt bij kamertemperatuur rond de 7. Zure oplossingen hebben een pH lager dan 7, basische oplossingen hebben een pH hoger dan 7.
Het concept pH is in 1909 geïntroduceerd door Søren Sørensen.
De p staat voor het Duitse Potenz, dat kracht betekent, en de H staat voor het waterstofion (H+) (Latijn: Pondus hydrogenii en/of Potentia hydrogenii).
De pH is gelijk aan de negatieve logaritme (met grondtal 10) van de concentratie waterstofionen (H+). De eenheid van concentratie is hierbij mol/liter.
In formulevorm:
Formeel is het beter om de pH te omschrijven als de negatieve logaritme van de waterstofionen-activiteit: .
Daarbij geeft de factor f de activiteit van de waterstofionen weer en heeft het een waarde tussen de 0 en de 1.
In normale omstandigheden is de factor f bij benadering gelijk aan 1.
In water of in een waterige oplossing is een deel van de watermoleculen aanwezig in de vorm van ionen.
Twee H2O-moleculen zijn dan gesplitst in een positief H3O+-ion en een negatief OH--ion. Het oplosbaarheidsproduct van de beide ionen in water is 10-14 (bij 22°C), dat wil zeggen dat voor elke waterige oplossing geldt dat het product van de concentratie aan OH- en de concentratie van H+ altijd gelijk is aan 10-14.
Als we dus uitgaan van zuiver water, dan is zoveel water in ionen opgesplitst dat de concentratie H+ zowel als de concentratie van OH- gelijk is aan 1:10 000 000 = 10-7. De pH hiervan is volgens de formule dus: ? log10 ? 7 = ? ( ? 7)log10 = 7. Alle oplossingen met een pH van 7 worden neutrale oplossingen genoemd. Zo'n oplossing is niet zuur en ook niet basisch.
De pH-schaal is een logaritmische schaal die voor waterige oplossingen praktisch loopt van 0 tot 14. Lager dan 7 betekent dat de oplossing zuur is, hoe lager hoe zuurder. Boven 7 wil zeggen dat de oplossing basisch is.
Waarden beneden 0 en boven 14 zijn mogelijk, maar alleen onder extreme situaties en zulke oplossingen zijn over het algemeen zeer gevaarlijk: geconcentreerde zuren en geconcentreerde logen.
Het logaritmische karakter van de schaal zorgt ervoor dat zelfs binnen de schaal van 0 - 14 zeer extreme waarden kunnen worden weergegeven: in een oplossing van pH 8 zitten al 100 keer zoveel OH--ionen als H+-ionen en in maagzuur van pH 1 zitten 1.000.000.000.000 keer zoveel H+-ionen als OH--ionen.
pOH
Naast de pH-schaal bestaat ook de pOH-schaal, die precies het tegenovergestelde van de pH-schaal is. Waar de pH-schaal de activiteit van H3O+-ionen aangeeft, geeft de pOH-schaal de activiteit van OH--ionen aan.
Deze vergelijking geldt alleen bij een temperatuur van 293,15 K. Naarmate de temperatuur toeneemt, neemt de som van pH en pOH af.
pH-meting
De pH van een oplossing kan op verschillende manieren worden gemeten.
Er zijn kleurstoffen (pH-indicatoren) die verkleuren als ze een H+-ion (van H+) opnemen of afstaan.
Deze verkleuring vindt dan plaats bij een bepaalde pH. Als men verschillende kleurstoffen inzet kan men zo de pH ruwweg meten, in oplossing of op papier (= pH-papier).
Bekend is de verkleuring van lakmoes, maar in de keuken ook die van rode kool (de pan kleurt blauw in het basische afwaswater; aan recepten met rode kool wordt vaak wat zure appel, citroen en/of azijn toegevoegd om te voorkomen dat het al verkleurt bij het koken). Welbekend is het lichter worden van thee na toevoegen van citroen.
Er zijn elektrochemische reacties waarbij H+-ionen betrokken zijn en voor zulke reacties varieert de elektrische spanning als functie van de pH. Men kan de pH meten met een pH-meter door de spanning van de elektrochemische reactie onder gecontroleerde omstandigheden te meten.
Door middel van titreren met behulp van een sterke base (vaak natronloog). Hierbij wordt de base bij het te onderzoeken zuur gedruppeld totdat de verkregen oplossing vrijwel geen amfolyten meer bevat.
Om dit zichtbaar te maken wordt een pH-indicator gebruikt met een omslagpunt nabij de 7. Deze methode is nauwkeuriger dan in de praktijk nodig is, als het alleen gaat om het meten van de pH.
Als het een geconcentreerd zuur betreft, kan de pH ook negatief uitkomen. Dit komt voor als de H+-concentratie hoger is dan 1 mol/l, want bij pH = 0 is de concentratie H+ 1 · 100 = 1 mol/l. Bij onder andere geconcentreerd zwavelzuur (18 mol/l) is dit het geval. Hiervan is de pH bijvoorbeeld ?log 18 = ?1,26. Hierbij dient opgemerkt te worden dat door de hoge [H+]-concentraties de activiteit van de protonen sterk zal dalen wegens hinder en andere effecten. Dit heeft voornamelijk te maken met de hoge ionensterkte die zo een oplossing heeft. Bij concentraties onder de 0,1 molair kan men deze activiteitsvermindering echter verwaarlozen en werken de pH-formules vrij benaderend.
Buffers
Een oplossing die de H3O+-concentratie constant houdt, zelfs al wordt er door een chemische reactie H+ geproduceerd of verbruikt, heet een buffer. Een buffer kan worden gemaakt door zowel een zwak zuur als een bijbehorende zwakke base aan een waterige oplossing toe te voegen.
Als er in zo'n gebufferde oplossing H+ wordt bijgemaakt, kan dat door de aanwezige zwakke base worden opgenomen onder vorming van een zwak zuur zonder dat de pH daarbij verandert.
Andersom kan, als er H+ uit de oplossing wordt verbruikt, nieuw H+ worden vrijgemaakt uit het zwakke zuur onder vorming van een zwakke base.
Elke combinatie van een zwak zuur met de bijbehorende zwakke base heeft zijn eigen ideale pH waarbij de buffer het best functioneert (het meeste kan opnemen of vrijmaken met de kleinste verschuiving in pH).
De zogenaamde buffercapaciteit hangt daarnaast af van de concentratie van de bufferstoffen in de oplossing.
Als bufferstoffen kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt azijnzuur en waterstofsulfaat (pH rond 4,77), of H2PO4- en HPO42-.
Rekenvoorbeeld
Wat is de pH van een oplossing met een concentratie van 6,5 · 10-4 mol/l H+-ionen?
De concentratie is een getal tussen 10-4 en 10-3. Daarmee kun je al een schatting maken van de pH. Die zal tussen de 3 en 4 liggen.
Trivia
De aanduiding pH-neutraal op cosmetische producten betekent iets anders dan een pH van 7. Het geeft aan dat het product een pH heeft die overeenkomt met de natuurlijke pH van de huid. De natuurlijk pH van de huid is ongeveer 5,5.
Hoop hiermee een hoop duidelijk gemaakt te hebben over de PH waarde.
grtzz
© 2009 CopyRight! Sneeper4life & Bobo
Een belangrijke eigenschap van de bodem is de zuurgraad (pH). Om dit begrip te kunnen verduidelijken dienen wij terug te grijpen naar de Scheikunde. De zuurgraad is een maat voor de concentratie aan vrije waterstofionen (H+). Hoe meer van deze ionen, hoe zuurder iets is, en hoe lager de pH. Daartegenover staat hoe minder van die oren, hoe minder zuur iets is, en hoe hoger de pH.
De pH- waarde varieert van 0 tot 14. De pH van zuiver water is 7, we noemen dit neutraal. Wanneer de pH van een stof lager is dan 7, is die zuur; is die hoger dan 7, dan is de stof basisch (alkalisch).
De pH is een logaritmische waarde: als iets 10 x zuurder is (10 maal meer vrije waterstofionen), wordt het pH-getal één eenheid lager. Is een stof 100 maal zo zuur dan daalt de pH met twee eenheden. Gras- en akkerland met een pH van 4,5 is derhalve 100 maal zuurder dan een bodem met een pH van 6,5. Bodems met een dergelijke lage pH hebben een opbrengstverlagend effect. De gewassen van zo'n bodem kunnen gebrekverschijnselen vertonen (o.a. spoorelementen).
De voedingsstoffen in de bodem zijn afhankelijk van de wetmatigheden die bij een zuurgraad worden gesteld. Deze bepaalt namelijk wat chemische verbindingen zullen doen; uiteenvallen in kleinere stukken, of oplossen en/of reageren op een andere wijze.
Belang voor de plantenvoeding.
Hoe komt het nu eigenlijk, dat planten niet willen groeien als de pH niet geschikt is? Het antwoord heeft alles te maken met de voeding van de plant.
Zoals we al zagen bepaalt de pH voor een groot deel hoe de voedingselementen die in de grond zitten zich zullen gedragen. Bij een bepaalde zuurgraad vormen sommige elementen andere verbindingen, die niet opneembaar zijn voor de plantenwortels.
De elementen zitten dus nog wel in de grond, maar zijn niet meer beschikbaar voor de planten. Dat leidt dan tot gebrekverschijnselen, die het eerst tot uiting komen bij die elementen waar de planten het minst van nodig hebben. Een voorbeeld: bloemkolen geteeld op te zure grond, vanaf pH lager dan 6, hebben vaak last van molybdeengebrek en krijgen dan draaihartigheid: de jongste blaadjes zijn gedraaid en gebobbeld en er vormt zich geen bloem. Hoewel de plant dus slechts zeer weinig molybdeen nodig heeft en er voldoende van dat element in de grond zit, lijdt de plant gebrek.
Een overzicht van de meest voorkomende problemen:
Bij te lage pH :gebrek aan fosfor (P), wat de jeugdgroei remt. gebrek aan magnesium (Mg). gebrek aan molybdeen (Mo), vooral in potgrond. overmaat aan mangaan (Mn), aluminium (Al), ijzer (Fe), waardoor vergiftiging van de plant door te grote opname van deze elementen mogelijk is. meer uitspoeling van kalium (K) en magnesium (Mg). op kleigrond veroorzaakt het lage calciumgehalte een slechte struktuur. algemene remming van het bodemleven.
N.B. De gewassen ondervinden minder schade van een te lage pH, naarmate het humusgehalte hoger is.
bij te hoge pH:alle gebreksziekten mogelijk: ijzer (Fe), mangaan (Mn), borium (B), koper (Cu), zink (Zn). de afbraak van organische stof neemt sterk toe, ook de humus wordt dan in versneld tempo afgebroken; vooral in zandgrond doet dit zich voor.
Verhogen van de zuurgraad
Om de pH te verhogen en de grond minder zuur te maken, zijn er voornamelijk twee middelen: kalk strooien en bodembewerking. Door bodembewerking brengen wij lucht in de grond, zodat het gevormde koolzuurgas beter kan ontsnappen en de grond kan opdrogen, waardoor de poriën weer met lucht gevuld worden.
Door kalk te strooien, veroorzaken we in de grond chemische reakties, (namelijk binding van de vrije waterstofionen) die de pH omhoogbrengen. Bekalking verbetert bovendien de bodemstruktuur.
Calcium (Ca)
Het element calcium, is beter bekend als "kalk". In de chemische betekenis van het woord, betekent kalk: calciumcarbonaat (CaCO3), de vorm waarin calcium meestal voorkomt.
Ca-overmaat
Teveel calcium kan een te hoge pH tot gevolg hebben. Verder bevordert calcium de omzetting van organische stof in mineralen. Te grote calciumgiften kunnen dus de humusvoorraad al te snel doen dalen. Vooral in zandgronden is dat gevaar reëel. Te zware kalkgiften moet men daar dus vermijden. Een overmaat aan calcium-ionen in de bodemoplossing, heeft tot gevolg dat andere ionen minder opneembaar zijn (antagonisme).
Aanvullingen van BOBO:

Wat is de beste pH-waarde voor een cannabisplant ?
Bij een cannabisplant moet je regelmatig eens de pH-waarde controleren. Bij een growshop,reguliere tuinhandel kun je altijd wel een testkit kopen om al deze waarden te meten.
De pH-waarde geeft de zuurgraad weer van het water. pH staat voor potentiaal hydrogenium en geeft de watestoionenconcentratie in het water weer. Een neutrale wateroplossing heeft een pH-waarde van rond de 7. Een pH-waarde van 0 staat voor zuur water (acide), een pH-waarde van 14 voor basisch water (alcline).
Je water moet een pH-waarde hebben tussen 5.8 en 6.0. Bij die waarden werkt de voedingsopname het beste.
Hard water (met een pH-waarde van meer dan 7,4): je kunt best pH-minus poeder of vloeistof toevoegen. Dat zuurgranulaat neutraliseert de alkalische componenten die de oorzaak zijn van de hardheid van het water. Controleer regelmatig de pH-waarde!
Zacht water (pH-waarde onder 7): bij toevoeging van pH-plus poeder of vloeistof, zuiveringszout of soda stijgt de pH-waarde boven 7.
* pH 14: natronloogoplossing van 1 mol/l
* pH 13: natronloogoplossing of kaliloogoplossing van 0,1 mol/l
* pH 11,5: huishoudammonia (verdunde ammonia dus)
* pH 10,5: zeepsop
* pH 8,5: zeewater, darmsap
* pH 7,4: menselijk bloed
* pH 7: zuiver water (neutraal)
* pH 6,7: melk
* pH 6: natuurlijke regen
* pH 5: licht zure regen
* pH 4,5: tomaten
* pH 4: zure regen, tomatensap
* pH 3: consumptieazijn
* pH 2,5: cola
* pH 2: maagzuur, citroensap
* pH 1: zwavelzuur (accuzuur)
* pH 0: zoutzuur (1 mol/l), zwavelzuur (0.5N)
De pH is een uitdrukking (in een dimensieloos getal) voor de zuurgraad van een waterige oplossing.
De pH van een neutrale waterige oplossing ligt bij kamertemperatuur rond de 7. Zure oplossingen hebben een pH lager dan 7, basische oplossingen hebben een pH hoger dan 7.
Het concept pH is in 1909 geïntroduceerd door Søren Sørensen.
De p staat voor het Duitse Potenz, dat kracht betekent, en de H staat voor het waterstofion (H+) (Latijn: Pondus hydrogenii en/of Potentia hydrogenii).
De pH is gelijk aan de negatieve logaritme (met grondtal 10) van de concentratie waterstofionen (H+). De eenheid van concentratie is hierbij mol/liter.
In formulevorm:
Formeel is het beter om de pH te omschrijven als de negatieve logaritme van de waterstofionen-activiteit: .
Daarbij geeft de factor f de activiteit van de waterstofionen weer en heeft het een waarde tussen de 0 en de 1.
In normale omstandigheden is de factor f bij benadering gelijk aan 1.
In water of in een waterige oplossing is een deel van de watermoleculen aanwezig in de vorm van ionen.
Twee H2O-moleculen zijn dan gesplitst in een positief H3O+-ion en een negatief OH--ion. Het oplosbaarheidsproduct van de beide ionen in water is 10-14 (bij 22°C), dat wil zeggen dat voor elke waterige oplossing geldt dat het product van de concentratie aan OH- en de concentratie van H+ altijd gelijk is aan 10-14.
Als we dus uitgaan van zuiver water, dan is zoveel water in ionen opgesplitst dat de concentratie H+ zowel als de concentratie van OH- gelijk is aan 1:10 000 000 = 10-7. De pH hiervan is volgens de formule dus: ? log10 ? 7 = ? ( ? 7)log10 = 7. Alle oplossingen met een pH van 7 worden neutrale oplossingen genoemd. Zo'n oplossing is niet zuur en ook niet basisch.
De pH-schaal is een logaritmische schaal die voor waterige oplossingen praktisch loopt van 0 tot 14. Lager dan 7 betekent dat de oplossing zuur is, hoe lager hoe zuurder. Boven 7 wil zeggen dat de oplossing basisch is.
Waarden beneden 0 en boven 14 zijn mogelijk, maar alleen onder extreme situaties en zulke oplossingen zijn over het algemeen zeer gevaarlijk: geconcentreerde zuren en geconcentreerde logen.
Het logaritmische karakter van de schaal zorgt ervoor dat zelfs binnen de schaal van 0 - 14 zeer extreme waarden kunnen worden weergegeven: in een oplossing van pH 8 zitten al 100 keer zoveel OH--ionen als H+-ionen en in maagzuur van pH 1 zitten 1.000.000.000.000 keer zoveel H+-ionen als OH--ionen.
pOH
Naast de pH-schaal bestaat ook de pOH-schaal, die precies het tegenovergestelde van de pH-schaal is. Waar de pH-schaal de activiteit van H3O+-ionen aangeeft, geeft de pOH-schaal de activiteit van OH--ionen aan.
Deze vergelijking geldt alleen bij een temperatuur van 293,15 K. Naarmate de temperatuur toeneemt, neemt de som van pH en pOH af.
pH-meting
De pH van een oplossing kan op verschillende manieren worden gemeten.
Er zijn kleurstoffen (pH-indicatoren) die verkleuren als ze een H+-ion (van H+) opnemen of afstaan.
Deze verkleuring vindt dan plaats bij een bepaalde pH. Als men verschillende kleurstoffen inzet kan men zo de pH ruwweg meten, in oplossing of op papier (= pH-papier).
Bekend is de verkleuring van lakmoes, maar in de keuken ook die van rode kool (de pan kleurt blauw in het basische afwaswater; aan recepten met rode kool wordt vaak wat zure appel, citroen en/of azijn toegevoegd om te voorkomen dat het al verkleurt bij het koken). Welbekend is het lichter worden van thee na toevoegen van citroen.
Er zijn elektrochemische reacties waarbij H+-ionen betrokken zijn en voor zulke reacties varieert de elektrische spanning als functie van de pH. Men kan de pH meten met een pH-meter door de spanning van de elektrochemische reactie onder gecontroleerde omstandigheden te meten.
Door middel van titreren met behulp van een sterke base (vaak natronloog). Hierbij wordt de base bij het te onderzoeken zuur gedruppeld totdat de verkregen oplossing vrijwel geen amfolyten meer bevat.
Om dit zichtbaar te maken wordt een pH-indicator gebruikt met een omslagpunt nabij de 7. Deze methode is nauwkeuriger dan in de praktijk nodig is, als het alleen gaat om het meten van de pH.
Als het een geconcentreerd zuur betreft, kan de pH ook negatief uitkomen. Dit komt voor als de H+-concentratie hoger is dan 1 mol/l, want bij pH = 0 is de concentratie H+ 1 · 100 = 1 mol/l. Bij onder andere geconcentreerd zwavelzuur (18 mol/l) is dit het geval. Hiervan is de pH bijvoorbeeld ?log 18 = ?1,26. Hierbij dient opgemerkt te worden dat door de hoge [H+]-concentraties de activiteit van de protonen sterk zal dalen wegens hinder en andere effecten. Dit heeft voornamelijk te maken met de hoge ionensterkte die zo een oplossing heeft. Bij concentraties onder de 0,1 molair kan men deze activiteitsvermindering echter verwaarlozen en werken de pH-formules vrij benaderend.
Buffers
Een oplossing die de H3O+-concentratie constant houdt, zelfs al wordt er door een chemische reactie H+ geproduceerd of verbruikt, heet een buffer. Een buffer kan worden gemaakt door zowel een zwak zuur als een bijbehorende zwakke base aan een waterige oplossing toe te voegen.
Als er in zo'n gebufferde oplossing H+ wordt bijgemaakt, kan dat door de aanwezige zwakke base worden opgenomen onder vorming van een zwak zuur zonder dat de pH daarbij verandert.
Andersom kan, als er H+ uit de oplossing wordt verbruikt, nieuw H+ worden vrijgemaakt uit het zwakke zuur onder vorming van een zwakke base.
Elke combinatie van een zwak zuur met de bijbehorende zwakke base heeft zijn eigen ideale pH waarbij de buffer het best functioneert (het meeste kan opnemen of vrijmaken met de kleinste verschuiving in pH).
De zogenaamde buffercapaciteit hangt daarnaast af van de concentratie van de bufferstoffen in de oplossing.
Als bufferstoffen kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt azijnzuur en waterstofsulfaat (pH rond 4,77), of H2PO4- en HPO42-.
Rekenvoorbeeld
Wat is de pH van een oplossing met een concentratie van 6,5 · 10-4 mol/l H+-ionen?
De concentratie is een getal tussen 10-4 en 10-3. Daarmee kun je al een schatting maken van de pH. Die zal tussen de 3 en 4 liggen.
Trivia
De aanduiding pH-neutraal op cosmetische producten betekent iets anders dan een pH van 7. Het geeft aan dat het product een pH heeft die overeenkomt met de natuurlijke pH van de huid. De natuurlijk pH van de huid is ongeveer 5,5.
Hoop hiermee een hoop duidelijk gemaakt te hebben over de PH waarde.
grtzz
© 2009 CopyRight! Sneeper4life & Bobo








Comment