Wolharige mammoeten, megatheriums, mastondonten en holenleeuwen: het zijn uitgestorven dieren die tot de verbeelding spreken. Een nieuwe studie waarover LiveScience bericht, argumenteert nu dat niet het klimaat, maar wel vooral de mens schuldig is aan het verdwijnen van die diersoorten.
Hoe het komt dat mammoeten, holenleeuwen en andere grondluiaards niet meer op deze planeet rondhossen? Wetenschappers breken er zich al langer het hoofd over en de theorieën lopen sterk uiteen. Waar de ene de inslag van een komeet of asteroïde suggereert, heeft de andere het over een plotse pandemie. Klimaatverandering is nog zo'n veelgehoorde theorie, evenals intensievere jacht op de dieren door de mens.
Postdoctoraal onderzoeker aan de universiteit van het Deense Aarhus, Chris Sandom, richtte zich in zijn studie op de twee laatstgenoemde, en meest waarschijnlijke, theorieën. 'Meest waarschijnlijk', omdat er nog geen aanwijzingen gevonden zijn van een eventuele pandemie en de theorie over een asteroïde bijzonder controversieel mag heten.
Ook de piste van de menselijke oorzaak oogst overigens kritiek. Zo stellen sommige paleontologen en archeologen dat er bitter weinig sites zijn gevonden waaruit blijkt dat er grote dieren werden geslacht door mensen. Maar Sandom en zijn team focusten op de timing van het uitsterven van zoogdieren en die invalshoek blijkt nieuwe argumenten aan te leveren voor de believers van de theorie van de 'menselijke' schuld.
Invasieve soort
Sandom nam 177 wereldwijd verspreide zoogdieren onder de loep die meer wogen dan 10 kilogram en die tussen 132.000 jaar geleden en 1.000 jaar geleden uitstierven. Vervolgens vergeleek hij het moment van extinctie met de veranderingen in het klimaat en met menselijke migratie. "We ontdekten dat in subsaharaans Afrika het minste dieren uitstierven, gevolgd door Eurazië", stelt Sandom. In Australië en Amerika waren de extincities het meest extreem.
Dat lijkt te kloppen met de menselijke theorie. In Afrika hadden de dieren miljoenen jaren om aan te passen aan de evoluerende gebruiken van de mens. Toen die mensen naar Europa en Azië migreerden, stootten ze op fauna die helemaal niet ingesteld was op de slimme menselijke jachttechnieken. In Australië en Amerika arriveerden de mensen nog in een later stadium. Sandom schetst daar het beeld van de "zeer geavanceerde jager die het systeem binnenkomt". Hij trekt de vergelijking met invasieve exotische dieren en planten die ook vandaag bij gebrek aan natuurlijke vijanden lokale soorten beginnen uit te roeien.
Bron: HLN.
Hoe het komt dat mammoeten, holenleeuwen en andere grondluiaards niet meer op deze planeet rondhossen? Wetenschappers breken er zich al langer het hoofd over en de theorieën lopen sterk uiteen. Waar de ene de inslag van een komeet of asteroïde suggereert, heeft de andere het over een plotse pandemie. Klimaatverandering is nog zo'n veelgehoorde theorie, evenals intensievere jacht op de dieren door de mens.
Postdoctoraal onderzoeker aan de universiteit van het Deense Aarhus, Chris Sandom, richtte zich in zijn studie op de twee laatstgenoemde, en meest waarschijnlijke, theorieën. 'Meest waarschijnlijk', omdat er nog geen aanwijzingen gevonden zijn van een eventuele pandemie en de theorie over een asteroïde bijzonder controversieel mag heten.
Ook de piste van de menselijke oorzaak oogst overigens kritiek. Zo stellen sommige paleontologen en archeologen dat er bitter weinig sites zijn gevonden waaruit blijkt dat er grote dieren werden geslacht door mensen. Maar Sandom en zijn team focusten op de timing van het uitsterven van zoogdieren en die invalshoek blijkt nieuwe argumenten aan te leveren voor de believers van de theorie van de 'menselijke' schuld.
Invasieve soort
Sandom nam 177 wereldwijd verspreide zoogdieren onder de loep die meer wogen dan 10 kilogram en die tussen 132.000 jaar geleden en 1.000 jaar geleden uitstierven. Vervolgens vergeleek hij het moment van extinctie met de veranderingen in het klimaat en met menselijke migratie. "We ontdekten dat in subsaharaans Afrika het minste dieren uitstierven, gevolgd door Eurazië", stelt Sandom. In Australië en Amerika waren de extincities het meest extreem.
Dat lijkt te kloppen met de menselijke theorie. In Afrika hadden de dieren miljoenen jaren om aan te passen aan de evoluerende gebruiken van de mens. Toen die mensen naar Europa en Azië migreerden, stootten ze op fauna die helemaal niet ingesteld was op de slimme menselijke jachttechnieken. In Australië en Amerika arriveerden de mensen nog in een later stadium. Sandom schetst daar het beeld van de "zeer geavanceerde jager die het systeem binnenkomt". Hij trekt de vergelijking met invasieve exotische dieren en planten die ook vandaag bij gebrek aan natuurlijke vijanden lokale soorten beginnen uit te roeien.
Bron: HLN.








Comment