hier een uitleg van zelf een schakelbordje maken met een relais.
simpelste uitvoering,(zo heb ik m zelf ook ,1 x 400 w)

Vanaf je meterkast komen drie draden (blauw, bruin en groen/geel).
of je heb ergens wel een geaard stopcontact zitten,en gaat vanuit daar verder.
Deze voer je naar een lasdoos met daarin drie lasklemmen.
Eén lasklem voor blauw, één voor bruin en één voor groen/geel.
Vanaf de lasdoos trek je drie draden (blauw, bruin en groen/geel) naar een wandcontactdoos (= stopcontact) voor je tijdschakelklok.
In de lasdoos prik je deze draden in de lasklemmen.
Aan de andere kant sluit deze draden aan op dat stopcontact.
Dat is nu dus ene geaard stopcontact waar altijd spanning op staat.
Maak een stuk snoer tussen je tijdschakelklok en je relais.
Voorzie de einden van dit snoer van adereindhulzen.
Aan de ene kant van het snoer zet je een (geaarde) stekker om deze in de tijdschakelklok te steken.
Van de andere kant van het snoer sluit je blauw aan op A1 van je relais en bruin op A2.
Op deze manier geef je aan het relais het sein of deze moet openen of sluiten.
In de lasdoos prik je een bruine draad in de bruine lasklem.
Deze draad sluit je aan de andere kant aan op L1 van je relais.
Vervolgens trek je vanaf T1 van je relais een bruine draad naar een nieuwe wandcontactdoos.
Op deze manier krijgt deze wandcontactdoos stroom wanneer het relais zich sluit.
Voor de wantcontactdoos heb je ook nog een blauwe en geel/groene draad nodig.
Deze mag je rechtstreeks van de lasdoos naar je wandcontactdoos trekken.
Je hebt nu een wandcontactdoos/stopcontact wat alleen stroom krijgt wanneer je tijdklok dat aangeeft.
Het schakelbordje zoals hierboven beschreven is de meest simpele uitvoering.

messchien is het handig om nog wat andere dingen er bij aan te sluiten.
wat extra stopcontacten die continue stroom krijgen,
om bv een dubbel of viervoudig stopcontact te gebruiken na je relais..
Op die manier kun je 2 of 4 stekkers kwijt van apparaten die geschakeld moeten worden door je relais.
Wat verder nog heel handig kan zijn is een relais met een verbreekcontact.
Tot nu toe ben ik uitgegaan van een normaal relais met een zogenaams maakcontact.
Dat wil zeggen dat er normaal gesproken geen verbinding is en dat deze gemaakt wordt zodra er spanning op A1/A2 gezet wordt door je tijdklok.
Een verbreekcontact werkt precies andersom.
Deze heeft juist wel een verbinding en deze wordt juist verbroken wanneer er spanning op A1/A2 komt te staan.
Bij een relais wordt een verbreekcontact meestal aangeduidt met NC (Normally Closed). Het normale maakcontact wordt wel aangeduid met NO (Normally Open).
Door een stopcontact aan te sluiten op een verbreekcontact heb je dus een stopcontact wat precies andersom werkt.
Deze staat uit wanneer je lampen branden en is aan wanneer je lampen uit zijn.
Je kunt dit bijvoorbeeld gebruiken om een kachel op aan te sluiten voor de nachtelijke uren.
Je zou dan uiteindelijk op een volgend soort schema komen:
Je hebt namelijk vijf blauwe, vijf groen/gele en vier bruine draden om aan te sluiten.
Misschien is het dan een beter idee om een grotere vierkante of rechthoekige lasdoos te nemen.
Deze hebben ze ook gewoon bij de bouwmarkt of speciaalzaak.
simpelste uitvoering,(zo heb ik m zelf ook ,1 x 400 w)
Vanaf je meterkast komen drie draden (blauw, bruin en groen/geel).
of je heb ergens wel een geaard stopcontact zitten,en gaat vanuit daar verder.
Deze voer je naar een lasdoos met daarin drie lasklemmen.
Eén lasklem voor blauw, één voor bruin en één voor groen/geel.
Vanaf de lasdoos trek je drie draden (blauw, bruin en groen/geel) naar een wandcontactdoos (= stopcontact) voor je tijdschakelklok.
In de lasdoos prik je deze draden in de lasklemmen.
Aan de andere kant sluit deze draden aan op dat stopcontact.
Dat is nu dus ene geaard stopcontact waar altijd spanning op staat.
Maak een stuk snoer tussen je tijdschakelklok en je relais.
Voorzie de einden van dit snoer van adereindhulzen.
Aan de ene kant van het snoer zet je een (geaarde) stekker om deze in de tijdschakelklok te steken.
Van de andere kant van het snoer sluit je blauw aan op A1 van je relais en bruin op A2.
Op deze manier geef je aan het relais het sein of deze moet openen of sluiten.
In de lasdoos prik je een bruine draad in de bruine lasklem.
Deze draad sluit je aan de andere kant aan op L1 van je relais.
Vervolgens trek je vanaf T1 van je relais een bruine draad naar een nieuwe wandcontactdoos.
Op deze manier krijgt deze wandcontactdoos stroom wanneer het relais zich sluit.
Voor de wantcontactdoos heb je ook nog een blauwe en geel/groene draad nodig.
Deze mag je rechtstreeks van de lasdoos naar je wandcontactdoos trekken.
Je hebt nu een wandcontactdoos/stopcontact wat alleen stroom krijgt wanneer je tijdklok dat aangeeft.
Het schakelbordje zoals hierboven beschreven is de meest simpele uitvoering.
messchien is het handig om nog wat andere dingen er bij aan te sluiten.
wat extra stopcontacten die continue stroom krijgen,
om bv een dubbel of viervoudig stopcontact te gebruiken na je relais..
Op die manier kun je 2 of 4 stekkers kwijt van apparaten die geschakeld moeten worden door je relais.
Wat verder nog heel handig kan zijn is een relais met een verbreekcontact.
Tot nu toe ben ik uitgegaan van een normaal relais met een zogenaams maakcontact.
Dat wil zeggen dat er normaal gesproken geen verbinding is en dat deze gemaakt wordt zodra er spanning op A1/A2 gezet wordt door je tijdklok.
Een verbreekcontact werkt precies andersom.
Deze heeft juist wel een verbinding en deze wordt juist verbroken wanneer er spanning op A1/A2 komt te staan.
Bij een relais wordt een verbreekcontact meestal aangeduidt met NC (Normally Closed). Het normale maakcontact wordt wel aangeduid met NO (Normally Open).
Door een stopcontact aan te sluiten op een verbreekcontact heb je dus een stopcontact wat precies andersom werkt.
Deze staat uit wanneer je lampen branden en is aan wanneer je lampen uit zijn.
Je kunt dit bijvoorbeeld gebruiken om een kachel op aan te sluiten voor de nachtelijke uren.
Je zou dan uiteindelijk op een volgend soort schema komen:
- er komen nog steeds drie draden binnen vanaf je meterkast (bruin, blauw en geel/groen). Deze gaan naar een lasdoos met daarin drie lasklemmen (voor bruin, blauw en geel/groen)
- vanaf de lasdoos gaan drie draden (bruin, blauw en geel/groen) naar een losse wandcontactdoos voor continu spanning. In het schema is die als viervoudige doos getekend
- vanaf de lasdoos gaan drie draden (bruin, blauw en geel/groen) naar een losse wandcontactdoos voor je schakelklok. Ik hou daar een aparte wandcontactdoos voor, want de schakelklok is vaak zo groot dat die de andere contacten in een viervoudige doos zou blokkeren
- vanaf de schakelklok loopt een twee-aderig snoer met een stekker naar de A1/A2 contacten op het relais
- vanaf de lasdoos loopt een bruine (fase) draad naar L1 op je relais.Vervolgens sluit je een kort stukje bruin draad aan tussen L1 en het NC contact. Op die manier komt er ook spanning binnen op het NC contact. Op deze manier kun je eventueel ook L2 en L3 in gebruik nemen
- vanaf T1 gaat een bruine draad naar een (viervoudige) wandcontactdoos die “overdag” (tijdens je kweekuren) stroom krijgt. De blauwe en groen/gele draad voor deze wandcontactdoos haal je rechtstreeks uit de lasdoos
- vanaf het andere NC contact op je relais gaat een bruine draad naar een (viervoudige) wandcontactdoos die “’s nachts” (buiten je kweekuren) stroom krijgt. De blauwe en groen/gele draad voor deze wandcontactdoos haal je rechtstreeks uit je lasdoos.
Je hebt namelijk vijf blauwe, vijf groen/gele en vier bruine draden om aan te sluiten.
Misschien is het dan een beter idee om een grotere vierkante of rechthoekige lasdoos te nemen.
Deze hebben ze ook gewoon bij de bouwmarkt of speciaalzaak.





Comment