Entomologen luiden noodklok over snuitkever
Uitheemse snuitkeversoorten veroorzaken steeds meer overlast in tuinen en parken in Nederland.
Daarover luidt entomoloog Silvia Hellingman zondag de noodklok op de gezaghebbende natuursite
Natuurbericht.nl.
In Nederland zouden op dit moment „zeker vele duizenden” exemplaren rondlopen van de snuitkever die berucht is om de schade die wordt toegebracht door de vraat aan granen en andere planten die dienen als voedsel voor de mens.
Het probleem begon in de Randstad, maar verspreidt zich nu over de rest van het land, stelt Hellingman.
De dieren komen via het transport van Europees plantmateriaal naar Nederland, denkt de entomoloog.
Vroeger werden gewassen die binnen Europa werden vervoerd goed gecontroleerd. Maar sinds de regelgeving op dit gebied is versoepeld, hebben de snuitkevers vrij spel om zich door heel Europa te verplaatsen.
Keverdeskundige Hellingman ontvangt naar eigen zeggen dagelijks tientallen e-mails en telefoontjes van verontruste tuineigenaren die melden dat hun tuinen compleet worden opgevreten.
Vooral de conifeer, klimop en rododendron zijn populair onder de vraatzuchtige kevers.
Niet alleen particulieren, maar ook gemeenten klagen steen en been over de diertjes.
Entomologen van de Wageningen Universiteit beamen de noodkreet van Hellingman. Een woordvoerder stelt dat het „nauwelijks mogelijk is iets te doen tegen de kevers die al in Nederland zitten. Ze hebben geen natuurlijke vijanden en ook het klimaat deert ze nauwelijks.” Bovendien planten de beestjes zich in noodtempo voort.
De enige oplossing is volgens de deskundigen om de controle op de import van Europese planten weer wettelijk aan te scherpen. „Niet alleen in Nederland richten uitheemse diersoorten grote schade aan de biodiversiteit aan”, aldus een zegsman van de universiteit.
Eerder luidde ook de VVD-fractie in de Haagse gemeenteraad al de noodklok over de opmars van de snuitkever.
De snuitkevers (Curculionoidea) is een groep kevers die een aantal families omvat. Er zijn ongeveer 60.000 soorten waarvan een aantal zeer berucht is om de schade die toegebracht wordt door de vraat aan granen en andere planten die dienen als voedsel voor de mens.
In Nederland zijn 476 soorten waargenomen, 465 daarvan worden als inheems beschouwd.[1][2][3]
Snuitkevers danken de naam aan de soms sterk verlengde kop met de tasters die vaak in het midden of helemaal vooraan zitten. Sommige soorten hebben een minder sterk verlengde snuit (bv. soorten uit de onderfamilie Scolytinae) en er zijn ook kevers uit andere infraorden die een wat verlengde 'snuit' hebben, zodat bij een aantal soorten verwarring kan ontstaan.
Ook de familie Cuculionidae wordt met de naam snuitkevers aangeduid.
Plaagherkenning
Volwassen kevers voeden zich 's nachts en vreten daarbij golfvormige inkepingen aan de rand van bladeren en bloemen waardoor een gekarteld effect ontstaat.
Deze vraatschade is dikwijls het eerste teken dat wijst op de aanwezigheid van de snuitkever.
De vraatzuchtige larven veroorzaken de groottste schade.
Pas uit het ei gekomen, beginnen ze zich met kleine wortels te voeden.
Naarmate ze groeien, tasten ze steeds grotere wortels, wortelknollen, wortelstokken en zelfs ontblote schors van houtachtige stengels aan.
Een plant waarvan het wortelstelsel is beschadigd verzwakt en wordt ook vatbaar voor allerlei ziektes zoals schimmels.
Bij een grote aantasting kunnen planten afsterven.
Plaagbestrijding
De snuitkevers, waaronder de taxuskevers zijn zeer goed te bestrijden met insectparasitaire nematoden.
Insectparasitaire nematoden (ook wel aaltjes genoemd – niet te verwarren met schadelijk plantparasitaire aaltjes) zijn microscopisch kleine aaltjes die in symbiose leven met een bacterie.
Eenmaal in de bodem uitgezet zoeken ze de larven op en dringen de larven in. Eenmaal binnen scheiden de nematoden een bacterie af die de larven doodt. In de dode larve ontstaat een nieuwe generatie nematoden die op zoek gaan naar nieuwe larven om ze te infecteren.
Insectparasitaire nematoden kunnen niet lang buiten een “gastheer” overleven.
Zijn er geen prooien meer, dan sterven de nematoden.
De inzet van insectparasitaire nematoden is een zeer effectieve aanpak "aan de bron".
Voor de bestrijding is het belangrijk om te weten met welke kever u te maken hebt. Zeker als het uitheemse soorten betreft, kan het tijdstip en de frequentie van de behandeling verschillen van bijvoorbeeld de behandeling tegen de taxuskevers.
Snuitkevers kunnen altijd naar Biocontrole worden gezonden voor determinatie en voor advies over de aanpak.
Wilt u nematoden tegen taxuskevers en andere snuitkevers bestellen? Klik dan hier.
Tijdstip bestrijding
Het bepalen van tijdstip voor de bestrijding hangt af van het soort snuitkever.
In het najaar en in het voorjaar zijn de meeste larven actief.
In zijn algemeenheid kunnen de larven van de snuitkevers dan ook goed worden bestreden met nematoden vanaf het vroege voorjaar tot begin juni en vanaf medio juli tot eind oktober/begin november.
In het vroege voorjaar en het late najaar adviseren wij de inzet van de nematoden Steinernema kraussei,een zogenaamde koudegrond nematoden.
Deze nematoden zijn werkzaam vanaf 5º C en overleven zelfs min 30º C. Deze nematoden verdragen erg goed koude weersomstandigheden en zijn uitstekend te gebruiken in het vroege voorjaar en in het late najaar.
Is de temperatuur al wat hoger (bodemtemperatuur vanaf 6 à 8º C) in het voorjaar, dan adviseren wij de inzet van de nematodenmix Steinernema spp/Heterorhabditis bacteriophora, werkzaam vanaf 6 à 8º C. In de mix is een nematode opgenomen die zich kan vermeerderen in andere bodemplagen.
Hierdoor wordt snel een populatie aan nematoden opgebouwd.
Deze mix is uitstekend te gebruiken bij fluctuerende voorjaarstemperaturen.
In de periode april tot begin oktober adviseren wij de inzet van nematoden Heterorhabdtis spp. Deze nematoden zijn werkzaam vanaf 10 à 13º C.
Zowel Heterorhabditis bacteriophora als Heterohabditis megidis zijn uitstekende jagers in de bodem.
Deze nematoden hebben “tandjes” en zijn in staat om door de huid van de larven heen te bijten.
Heterorhabditis bacteriophora is werkzaam vanaf 10º C en Heterorhabditis megidis vanaf 13º C.
Deze nematoden zijn zeer effectief in de periode april tot begin oktober van het jaar of het gehele jaar door in kassen waar de temperatuur niet lager wordt dan 10º C.
Uitheemse snuitkeversoorten veroorzaken steeds meer overlast in tuinen en parken in Nederland.
Daarover luidt entomoloog Silvia Hellingman zondag de noodklok op de gezaghebbende natuursite
Natuurbericht.nl.
In Nederland zouden op dit moment „zeker vele duizenden” exemplaren rondlopen van de snuitkever die berucht is om de schade die wordt toegebracht door de vraat aan granen en andere planten die dienen als voedsel voor de mens.
Het probleem begon in de Randstad, maar verspreidt zich nu over de rest van het land, stelt Hellingman.
De dieren komen via het transport van Europees plantmateriaal naar Nederland, denkt de entomoloog.
Vroeger werden gewassen die binnen Europa werden vervoerd goed gecontroleerd. Maar sinds de regelgeving op dit gebied is versoepeld, hebben de snuitkevers vrij spel om zich door heel Europa te verplaatsen.
Keverdeskundige Hellingman ontvangt naar eigen zeggen dagelijks tientallen e-mails en telefoontjes van verontruste tuineigenaren die melden dat hun tuinen compleet worden opgevreten.
Vooral de conifeer, klimop en rododendron zijn populair onder de vraatzuchtige kevers.
Niet alleen particulieren, maar ook gemeenten klagen steen en been over de diertjes.
Entomologen van de Wageningen Universiteit beamen de noodkreet van Hellingman. Een woordvoerder stelt dat het „nauwelijks mogelijk is iets te doen tegen de kevers die al in Nederland zitten. Ze hebben geen natuurlijke vijanden en ook het klimaat deert ze nauwelijks.” Bovendien planten de beestjes zich in noodtempo voort.
De enige oplossing is volgens de deskundigen om de controle op de import van Europese planten weer wettelijk aan te scherpen. „Niet alleen in Nederland richten uitheemse diersoorten grote schade aan de biodiversiteit aan”, aldus een zegsman van de universiteit.
Eerder luidde ook de VVD-fractie in de Haagse gemeenteraad al de noodklok over de opmars van de snuitkever.
De snuitkevers (Curculionoidea) is een groep kevers die een aantal families omvat. Er zijn ongeveer 60.000 soorten waarvan een aantal zeer berucht is om de schade die toegebracht wordt door de vraat aan granen en andere planten die dienen als voedsel voor de mens.
In Nederland zijn 476 soorten waargenomen, 465 daarvan worden als inheems beschouwd.[1][2][3]
Snuitkevers danken de naam aan de soms sterk verlengde kop met de tasters die vaak in het midden of helemaal vooraan zitten. Sommige soorten hebben een minder sterk verlengde snuit (bv. soorten uit de onderfamilie Scolytinae) en er zijn ook kevers uit andere infraorden die een wat verlengde 'snuit' hebben, zodat bij een aantal soorten verwarring kan ontstaan.
Ook de familie Cuculionidae wordt met de naam snuitkevers aangeduid.
Plaagherkenning
Volwassen kevers voeden zich 's nachts en vreten daarbij golfvormige inkepingen aan de rand van bladeren en bloemen waardoor een gekarteld effect ontstaat. Deze vraatschade is dikwijls het eerste teken dat wijst op de aanwezigheid van de snuitkever.
De vraatzuchtige larven veroorzaken de groottste schade.
Pas uit het ei gekomen, beginnen ze zich met kleine wortels te voeden.
Naarmate ze groeien, tasten ze steeds grotere wortels, wortelknollen, wortelstokken en zelfs ontblote schors van houtachtige stengels aan.
Een plant waarvan het wortelstelsel is beschadigd verzwakt en wordt ook vatbaar voor allerlei ziektes zoals schimmels.
Bij een grote aantasting kunnen planten afsterven.
Plaagbestrijding
De snuitkevers, waaronder de taxuskevers zijn zeer goed te bestrijden met insectparasitaire nematoden.
Insectparasitaire nematoden (ook wel aaltjes genoemd – niet te verwarren met schadelijk plantparasitaire aaltjes) zijn microscopisch kleine aaltjes die in symbiose leven met een bacterie.
Eenmaal in de bodem uitgezet zoeken ze de larven op en dringen de larven in. Eenmaal binnen scheiden de nematoden een bacterie af die de larven doodt. In de dode larve ontstaat een nieuwe generatie nematoden die op zoek gaan naar nieuwe larven om ze te infecteren.
Insectparasitaire nematoden kunnen niet lang buiten een “gastheer” overleven.
Zijn er geen prooien meer, dan sterven de nematoden.
De inzet van insectparasitaire nematoden is een zeer effectieve aanpak "aan de bron".
Voor de bestrijding is het belangrijk om te weten met welke kever u te maken hebt. Zeker als het uitheemse soorten betreft, kan het tijdstip en de frequentie van de behandeling verschillen van bijvoorbeeld de behandeling tegen de taxuskevers.
Snuitkevers kunnen altijd naar Biocontrole worden gezonden voor determinatie en voor advies over de aanpak.
Wilt u nematoden tegen taxuskevers en andere snuitkevers bestellen? Klik dan hier.
Tijdstip bestrijding
Het bepalen van tijdstip voor de bestrijding hangt af van het soort snuitkever.
In het najaar en in het voorjaar zijn de meeste larven actief.
In zijn algemeenheid kunnen de larven van de snuitkevers dan ook goed worden bestreden met nematoden vanaf het vroege voorjaar tot begin juni en vanaf medio juli tot eind oktober/begin november.
In het vroege voorjaar en het late najaar adviseren wij de inzet van de nematoden Steinernema kraussei,een zogenaamde koudegrond nematoden.
Deze nematoden zijn werkzaam vanaf 5º C en overleven zelfs min 30º C. Deze nematoden verdragen erg goed koude weersomstandigheden en zijn uitstekend te gebruiken in het vroege voorjaar en in het late najaar.
Is de temperatuur al wat hoger (bodemtemperatuur vanaf 6 à 8º C) in het voorjaar, dan adviseren wij de inzet van de nematodenmix Steinernema spp/Heterorhabditis bacteriophora, werkzaam vanaf 6 à 8º C. In de mix is een nematode opgenomen die zich kan vermeerderen in andere bodemplagen.
Hierdoor wordt snel een populatie aan nematoden opgebouwd.
Deze mix is uitstekend te gebruiken bij fluctuerende voorjaarstemperaturen.
In de periode april tot begin oktober adviseren wij de inzet van nematoden Heterorhabdtis spp. Deze nematoden zijn werkzaam vanaf 10 à 13º C.
Zowel Heterorhabditis bacteriophora als Heterohabditis megidis zijn uitstekende jagers in de bodem.
Deze nematoden hebben “tandjes” en zijn in staat om door de huid van de larven heen te bijten.
Heterorhabditis bacteriophora is werkzaam vanaf 10º C en Heterorhabditis megidis vanaf 13º C.
Deze nematoden zijn zeer effectief in de periode april tot begin oktober van het jaar of het gehele jaar door in kassen waar de temperatuur niet lager wordt dan 10º C.




Comment