(Let op, door de belachelijke hoeveelheid tekst bestaat dit stuk uit twee delen. Als je een luie lezer bent, lees dan toch op zijn minst het eerste deel, hetgeen een quick-and-dirty samenvatting is van het tweede deel)
De inhoud van deze tekst is bedoeld om een simpele, kleine kweekruimte zodanig in te kunnen richten en te kunnen gebruiken, dat risico's op het gebied van brand en gezondheid zoveel mogelijk worden geminimaliseerd. Het is bedoeld voor de hobbymatige binnenkweker die begaan is met de veiligheid van zichzelf, zijn omgeving en het imago van de kleine thuiskweker in het algemeen.
De tekst is geen complete handleiding voor het inrichten van een kweekruimte, er wordt alleen ingegaan op zaken die invloed hebben op de veiligheid. Het altijd aanwezige risico op ontdekking valt buiten de scope. Het is verder ook niet het doel om hier te bepalen wat nog onder “hobbymatig” valt, maar voor dit stuk wordt uitgegaan van een meer dan ruimhartig maximum van 1200W met lampen van max. 600W. Het voorkomt nodeloze discussies over een zware belasting van je elektra-groep en het brandveilig maken van een grote ruimte.
Als hobbymatige binnenkweker kun je een hoop simpele dingen doen om risico's te minimaliseren. Doordring jezelf er in ieder geval van dat je met elektriciteit werkt, wat altijd een risico op brand of elektrocutie met zich meebrengt, hoe klein de kans ook moge zijn. Bovendien combineer je dit met het gebruik van water, wat in de regel slecht samengaat met elektriciteit. Eventuele risico's worden verhoogd omdat je dit doet op een tijd en plaats waarvan vaak niemand anders op de hoogte is en omdat je nooit 24 uur per dag de boel in de gaten kunt houden laat staan direct in kunt grijpen.
Mocht je nog twijfelen over de noodzaak om aandacht te besteden aan veiligheid... Als je bereid bent om tijd en geld te investeren om niet ontdekt te worden door je buurman of oom agent, waarom dan ook niet in zaken die kunnen voorkomen dat je hokje rooksignalen voor de hele buurt begint af te geven? Bovendien voorkom je een lang traject van ellende naderhand. Niet alleen omdat je anderen hun bezit en gezondheid mogelijk hebt aangetast, maar ook omdat een verzekeraar, advocaat of aanklager het feit dat je wiet kweekt zal aangrijpen om je het leven zo zuur mogelijk te maken.
Kortom, doe er je voordeel mee en vergeet zoals gezegd je omgeving niet.
Opmerkingen vooraf: de adviezen zijn opgesteld o.b.v. eigen kennis en ervaring en die van forumleden, verder is gebruik gemaakt van diverse bronnen op internet. Als je duidelijke aanwijzingen hebt dat iets niet klopt of als je waardevolle aanvullingen hebt, dan wordt het zeer gewaardeerd als je dit meldt en het liefst op een opbouwende en positieve manier. Uiteraard zullen een aantal zaken altijd punt van discussie blijven, dit zal waar nodig zoveel als mogelijk worden benadrukt. Vaak wordt de veilige kant van een mogelijk breder spectrum aan oplossingen opgezocht, wijk er alleen van af als je weet waar je mee bezig bent.
DE BELANGRIJKSTE DOODZONDES (zie deel 2 voor toelichting)
- Rommel laten slingeren in je ruimte en kabels die overal op de grond liggen (brandgevaar en struikelgevaar)
- Een kweekhok maken en/of isoleren met makkelijk brandbaar materiaal
- (Tweedehands) spullen niet goed inspecteren en testen alvorens deze te gebruiken
- Klooien aan je elektra-installatie als je daar geen verstand van hebt of gebruik maken van een zwaar verouderde of door een prutser aangelegde installatie
- Je kweek-elektragroep onnodig hoog belasten door er veelvraten op aan te sluiten als kachels, wasmachines en stofzuigers
- Ongeaarde stekkers en stekkerdozen gebruiken
- Te lange en/of te dunne kabels gebruiken en kabelhaspels niet afrollen
- Elektrische apparaten of stekkerdozen op de grond leggen of ondeugdelijk ophangen
- Trekkrachten op je elektrische verbindingen toelaten/uitoefenen
- Niet aansluiten van de aarde op je apparaten (dus ook je kap!)
- Kabels strippen op een manier waarbij de adermantel of koperdraadjes beschadigd raken
- Het vertinnen of opdraaien van aders i.p.v. het gebruiken van adereindhulsjes en klemoogjes
- Een VSA op een brandbare ondergrond schroeven of op de grond leggen
- Niet qua vermogen matchende HPS lamp en VSA combineren
- Lampen direct schakelen met een tijdschakelklok zonder goed relais
-Lampenkappen gebruiken met scherpe punten of randen
- Een kachel onbeheerd laten branden als die daar niet geschikt voor is
- Zelf lampen of controllers in elkaar knutselen zonder verstand van hoe dit veilig te doen
- Geen rook-/hittemelder hebben, of deze op de verkeerde plek hangen en nooit controleren
- Geen (automatische) brandblusser hebben, idem
- Geen alternatieve verlichting hebben voor als de stroom wegvalt
-Binnenshuis gebruik maken van een substraat met dierlijke meststoffen
- Onzorgvuldig werken met en opslaan van chemicaliën (bv. pH- bloei (=fosforzuur!) of pH- groei (=salpeterzuur!) )
- Gebruik van pesticiden waar je een mogelijk onveilig eindproduct aan overhoudt
- Niet direct weggooien van door toprot aangetast eindproduct
- Direct in je lamp kijken
- De lucht in de kweekruimte te vochtig laten worden
- Niet dagelijks je kweekruimte controleren
- Niet regelmatig je kabels en componenten controleren op temperatuur en werking
- Apestoned klussen of kweken
- De enige zijn die van jouw kweekruimte weet of er de deur van kan openmaken
__________________________________________________ ____________________________________
PREVENTIE DOOR EEN GOEDE VOORBEREIDING
Kies een geschikte ruimte
De meest geschikte plek om direct of indirect in een tent/hok te kweken, is een plek die schoon is en waarvan de vloer, muren, deur en plafond niet kunnen branden, waardoor een brand zich moeilijk kan ontwikkelen en niet makkelijk kan doorslaan naar andere ruimten. Dit is uiteraard nauwelijks mogelijk en zeker niet als je in een wat ouder pand zit, waar vaak hout verwerkt zit in tussenmuren, vloeren en plafonds. Je kunt in dat geval de situatie verbeteren door alles te voorzien van brandwerende platen, denk bv. aan gipsvezelplaten. Nog beter zou het zijn om in een fysiek van de woning gescheiden ruimte te kweken, bijvoorbeeld de schuur achter in de tuin, maar helaas is dat niet iedereen gegeven. Zet je tentje of kastje liever niet in een ruimte waar mensen slapen; de rook van een eventuele brand kan je binnen no-time bewusteloos doen raken.
Zorg er voor dat de vloer niet glad is; geheid zal je een keer water morsen waardoor de vloer spekglad kan worden. Zorg er verder voor dat er geen water uit je tent/hok kan lopen door hem van een waterdichte bodem met opstaande rand te voorzien. De meeste tentjes hebben dit.
Een ruimte waar veel rommel en stof ligt verhoogt het gevaar op het ontstaan en doen oplaaien van brand, bovendien verhoog je de kans dat je struikelt over de rotzooi. Ook kan stof er voor zorgen dat je rookmelder het niet goed doet. Ruim de ruimte dus goed op en verwijder stof voordat je hem gebruikt.
Let op waar koppelingen en kranen van waterleidingen of verwarmingsbuizen zitten, zodat je later voldoende afstand kunt inbouwen naar elektrische componenten.
Koop of bouw een tent/hok dat gemaakt is van onbrandbaar of brandvertragend materiaal. De constructie moet degelijk zijn, zeker omdat je er de nodige zaken in gaat hangen. Als je er aan denkt om je wanden te voorzien van folie, bedenk dan dat dit in de fik kan vliegen, je kunt ook gewoon voor verf kiezen. Warmte en of geluid isoleren van een ruimte doe je met onbrandbaar of slecht brandend materiaal (brandklasse A1, A2 of B), dus bijvoorbeeld wel met steenwol maar niet met een piepschuimplaat met brandklasse E.
Een slot op de deur tegen pottenkijkers lijkt handig, maar is niet altijd even veilig. Als er iets gebeurt moet men idealiter direct toegang kunnen krijgen tot de ruimte en jij moet er direct uit kunnen. Zorg in ieder geval dat er altijd een (verborgen) sleutel vlakbij de deur ligt voor het geval jij of iemand anders snel moet ingrijpen.
In dit kader zullen hulpverleners het zeer waarderen als je een waarschuwingsbordje ophangt dat er zich elektra in een ruimte/tentje/hokje bevindt. Als de brandweer een brandende woning binnengaat, zullen ze er eerst voor zorgen dat gas, water en elektra worden afgesloten. Mocht je iemand zijn die onverhoopt zijn stroom van elders betrekt, dan zouden hulpverleners het zeer waarderen als je dit ook ergens kenbaar maakt!
Zorg voor een degelijke elektravoorziening
Een belangrijke voorwaarde is dat je niet zelf gaat lopen klooien aan de elektra-installatie in jouw huis als je daar geen kaas van hebt gegeten. Rommelen aan de installatie voor de meter is sowieso een no-no. Wil je toch zelf aan de slag met de installatie na de meter, lees je dan goed in. Menig bouwmarkt of klusforum heeft informatie op zijn site staan over hoe je zelf veilig aan je installatie kunt werken, neem die aanwijzingen serieus. Als er bij brand aantoonbaar problemen zijn ontstaan in een door jouzelf verkeerd aangelegd deel van de installatie, dan kan de verzekeraar dit in zijn voordeel proberen te gebruiken. Je zou dus kunnen overwegen om het een en ander te laten controleren door een vakman.
Zorg dat de (geaarde!) stopcontacten van de ruimte waar je in kweekt op een van aardlekschakelaar voorziene groep zit van minimaal 16A. Probeer een aparte groep te gebruiken waar verder geen grote stroomvreters op aangesloten zitten. Mocht je een kachel willen gebruiken, dan is het altijd beter om die gezien het hoge vermogen ook op een aparte groep te zetten. Bedenk dat als je dit niet doet, of een groep gebruikt waar iemand op staat te stofzuigen of waar je wasdroger op zit, je al snel tegen de belastbare waarde van de stroomgroep aanloopt (16A is ongeveer gelijk aan 3600W). Daarmee verhoog je het risico dat een kabel of verbinding te heet wordt.
image_281605.jpg
links: automatische zekeringen, rechtsboven: smeltzekering, rechtsonder: aardlekschakelaar
Een slechte installatie kun je o.a. herkennen aan de kwaliteit van de kabels als je je stopcontact openschroeft (nadat je uiteraard eerst de groep in je meterkast hebt uitgeschakeld). Zie je iets anders dan door bruin (fase), blauw (nul) en geel/groen (aarde) kunststof omhulde kabels, dan is alles zwaar verouderd of door een prutser aangelegd. Let op, in installaties van voor 1970 worden andere draadkleuren gebruikt: groen (fase), rood (nul) en grijs/wit (aarde)!!
Een 16A groep moet aangelegd zijn met 2,5mm2 solide kabels (vinyldraden/VD) en niet met flexibele kabels als je daarvan niet kan aantonen dat ze hiervoor geschikt zijn (bijv. YMVK-kabel, zie verder internet). Solide/volkern kabels mogen niet los hangen langs de muur of het plafond, maar behoren door stevig bevestigde PVC pijpen te lopen. Zie je open kroonsteentjes i.p.v. gesloten lasdozen met lasklemmen, dan moeten er alarmbellen gaan rinkelen. Je kunt zelf in ieder geval controleren of de aarde daadwerkelijk functioneert met een stopcontacttester uit de bouwmarkt; je zal niet de eerste zijn die er achter komt dat de aarde op je aansluiting helemaal niet functioneert. Alleen een vakman kan controleren of je aarding een voldoende lage weerstand heeft waardoor je niet alsnog een flinke klap kunt krijgen.
image_281592.jpg wcd draden.png
zo wil je het graag zien in huis!
Gebruik nooit een lichtpunt om stroom voor je kweekapparatuur van te betrekken!
Ga niet zelf automatische zekeringen met curve B vervangen door exemplaren met curve C of D, waardoor deze minder snel afslaat door piekspanningen van je lampen. Alleen een vakman kan bepalen of je groep de juiste weerstand heeft voor een dergelijke zekering. Dit soort zekeringen zijn overigens niet snel nodig als je “hobbymatig kweekt”.
Gebruik betrouwbare apparaten
Dit is meteen een lastig onderwerp. De veiligheid van je kweekruimte wordt bepaald door de zwakste schakel. Heb je top-of-the-bill spullen gekocht, vliegt de boel in de hens omdat je alles hebt aangesloten met een budgetstekker van de Action of eentje die je in opa's rommelkistje hebt gevonden.
Er zijn verder helaas ook cowboys in kweekbenodigdhedenland die prachtige spullen zeggen te verkopen. Het enige wat jij als potentiële koper kunt doen is je huiswerk en je gezonde verstand gebruiken. Struin het net af naar informatie en reviews van growshops, productleveranciers, fabrikanten en componenten alvorens je tot aanschaf overgaat. Stel vragen op forums als je twijfels hebt. Koop overige elektra-benodigdheden bij een betrouwbare zaak die daar in is gespecialiseerd en beknibbel niet op de kwaliteit. Controleer verder of je spullen gecertificeerd zijn met een CE-markering, voor oudere spullen is dat een KEMA (Nederland) of CEBEC (België) keurmerk. Een CE-markering is overigens geen harde garantie dat hij aan de EU-normen en richtlijnen voldoet, maar een serieuze fabrikant zal er over het algemeen wel voor zorgen.
Wil je tweedehands spullen gebruiken dan ben je erg afhankelijk van de oorspronkelijke eigenaar; vraag altijd naar handleidingen en test je spullen goed voordat je er überhaupt aan denkt om ze in je kweekruimte te verwerken. Controleer sowieso altijd de kabels en de aansluitingen, vertrouw hierbij nooit op je voorganger. Als de prijs van iets laag is, verlaag dan het risico door het gewoon nieuw te kopen, denk bv. aan een tweedehands VSA waar mogelijk al 20 rondes mee zijn gedraaid. De besparing is dan het extra risico niet waard.
Een ander fenomeen wat je vaak ziet bij de hobbykweker zijn zelfgemaakte lampen of besturingen. Begin hier niet aan tenzij je heel goed weet wat je doet en bereid bent extra risico te lopen.
Bekabeling van componenten
Als je weinig kaas gegeten hebt van elektra, koop dan liever componenten die voorzien van door de fabrikant voorgemonteerde kabels en stekkers of die werken met (meegeleverde) stekkerverbindingen zoals je bv. gebruikt om je printer of pc van stroom te voorzien.
Voor de kwekers met minimaal één rechterhand die zelf hun kabels willen aansluiten staan hieronder nog wat aanwijzingen.
- Lees goed de instructies en volg het aansluitschema van de apparatuur die je gaat bekabelen.
- Meestal worden de aansluitingen voor de fase- (bruin) en nuldraad (blauw) aangegeven met "L" en "N", maar als een apparaat met een stekker mag worden aangesloten maakt het in principe niet uit in welke volgorde je deze twee kabels aansluit. De aarde-aansluiting (groen/geel) wordt aangegeven door "PE", "E" of door een symbool dat lijkt op een omcirkelde, omgekeerde hoofdletter T met twee kleinere streepjes eronder. Als het aarde-symbool afwezig is, dan moet het een apparaat met beschermingsklasse II betreffen, wat aangegeven wordt met een vierkant waarin een kleiner vierkant staat. Als er een ruit met daarin drie verticale streepjes is weergegeven, dan is het een apparaat met beschermingsklasse III en werkt het op een transformator die een ongevaarlijke spanning levert. Missen deze symbolen allemaal, dan is er een aardige kans dat je met een onveilig apparaat werkt.
image_281597.png
aarde-symbool
- Koop degelijke stekkers, het liefst spatwaterdicht aangezien je met water werkt in je kweekruimte. Als het er goedkoop en crappy uitziet, laat het dan links liggen. Je kunt er voor kiezen om kabels met een aangegoten stekker te kopen, deze zijn meestal ook al voorzien van adereindhulsjes en de stekker is spatwaterdicht met je kabel verbonden.
- Vergeet nooit de aardedraad aan te sluiten als er daarvoor een aansluiting op een apparaat zit.
- Kies voldoende dikke, flexibele kabels voor het vermogen dat de component vraagt. Vermijd 0,75mm2 kabel ook al is het voldoende voor een paar honderd watt, maar gebruik voor alles onder de 2300W gewoon standaard 1,5mm2, dan zit je altijd goed en kun je degelijke verbindingen maken. Wil je toch lager gaan, zoek dan eerst uit wat het maximale vermogen is dat je mag doorvoeren. Voor hogere vermogens en voor het aansluiten van HPS lampen kun je het beste 2,5mm2 kabel gebruiken en het liefst van hittebestendig siliconen. Uiteraard is dit alles een punt van discussie, maar het doel is hier om aan de veilige kant te gaan zitten. Gebruik nooit volkern/solide/vinyl(VD) draden die nog wel eens aangeraden worden om een lamp mee aan te sluiten; deze draden mogen niet vrij hangen en kunnen niet betrouwbaar vastgezet worden met een schroefverbinding!
- Beperk je kabellengte zoveel mogelijk. Een te lange kabel kan erg warm worden en kan er voor zorgen dat de beveiliging van je installatie niet meer werkt door de hoge leidingweerstand. Hier zijn helaas geen duidelijke richtlijnen voor te vinden, dus wederom een advies dat aan de veilige kant is: Neem voor alles langer dan 2,5 meter gewoon 2,5mm2. Als je het kunt onderbouwen, ga dan gewoon één trede hoger dan vereist zitten met je kabeldikte (als bv. 1mm2 genoeg is voor jouw doorgevoerde vermogen, neem dan 1,5mm2).
- Controleer de kabel op veroudering of beschadiging van de mantel. Let hierbij ook op of de kabel nergens geknikt of bekneld is geweest.
- Strip de aders niet langer dan benodigd. Gebruik hiervoor niet een mes omdat je heel makkelijk de koperdraadjes beschadigt, maar gebruik een striptang. Voorzie gestripte uiteinden van zogenaamde adereindhulsjes, hiermee vergroot je de kans op een betrouwbare schroefverbinding enorm. Let wel op dat de koperdraadjes niet uitsteken en dat je ze goed aanklemt met een krimptang. Slechte schroefverbindingen zijn een van de belangrijkste oorzaken van brand, dus gebruik ze!. Als je een schroef aantreft waar een gekarteld ringetje onder zit, dan is het de bedoeling dat je een kabeloogje vastknijpt op je ader, iets wat je vaak ziet bij een aarde-aansluiting. Waarschuwing: vertin nooit je adereinden met je soldeerbout. Tin is zacht en werkt als zeep tussen de koperdraadjes, waardoor je er nooit een echt betrouwbare schroefverbinding mee kunt maken. Hoe mooi het ook staat, doe het niet!
Adereindhulzen_gekrompen.jpg image_281566.jpg image_281567.jpg image_281596.jpg image_281595.jpg
v.l.n.r. adereindhulsjes, krimptangen, kabelschoentje ringvorm, striptangen
- Zorg dat er een goede en waar mogelijk waterdichte trekverbinding is gecreëerd met je component. Een goed apparaat is bijvoorbeeld voorzien van een kabelwartel die beide regelt. Bij stekkers en stekkerdozen zit er vaak een klemzadel. De trekverbinding dient altijd te worden gemaakt op de buitenmantel, niet op de adermantels en draai deze niet gruwelijk hard aan waardoor je alsnog de aders beschadigt.
- Zorg dat kabels netjes opgehangen en weggeleid worden via kabelgootjes, klittenbandstripjes of kabelclips zodat je er niet over kunt struikelen. Gebruik geen methoden waarmee je de kabel kunt beschadigen.
Stekkerdozen en verlengkabels
Het klinkt misschien dom, maar vergeet niet de vermogens van alle apparatuur die er achter een stekkerdoos of verlengkabel zit bij elkaar op te tellen. Dit bepaalt welke kabeldikte je nodig hebt.
Gebruik bij voorkeur prefab stekkerdozen en verlengkabels die je bij een degelijke zaak koopt. Er bestaat genoeg low-budget rommel dat niet zelden spontaan begint te smeulen, dus beknibbel hier niet op. Bij voorkeur zijn ze voorzien van 1,5mm2 kabel of dikker, en 2,5mm2 als je een (E)VSA in je setup hebt zitten, zodat je altijd goed zit qua vermogen. De lengte mag niet te groot zijn, omdat de extra weerstand de stroomvraag vergroot, des te meer reden om niet lager te gaan zitten dan 1,5mm2. Een degelijke leverancier specificeert altijd hoeveel vermogen je door hun product mag jagen, koop dus alleen gespecificeerde producten. Ook moeten ze geaarde contacten hebben.
image_281594.jpg
low-budget = hoger risico op brand
Zelf in elkaar geknutselde stekkerdozen moet je goed controleren (zie bekabeling van componenten). Niet zelden is er twee-aderige kabel gebruikt, zit er op een geaarde contactdoos een stekker zonder aarde (of vice versa), is de kabel te dun, is de aardedraad niet aangesloten of missen er adereindhulsjes. Beter is om ze bij de minste twijfel niet te gebruiken en in de Kliko te gooien.
Een stekkercontact leg je nooit op de grond. Het beste is om ze op minimaal 1 meter hoogte op te hangen zodat een eventuele lekkage of misser met de gieter geen problemen kan geven. De kabels laat je niet los op de grond slingeren omdat je er over kunt vallen of ze kunt beschadigen, maar leg ze netjes langs de plinten of gebruik klittenbandstripjes of kabelclips om ze op hoogte te hangen. Er mag geen trekkracht op de kabel staan.
Gebruik nooit kabelhaspels als ze niet helemaal afgerold zijn, omdat ze anders heel erg warm kunnen worden als er veel vermogen doorheen gaat.
Een meervoudige wandcontactdoos is altijd beter dan een stekkerdoos, met name als je flink wat vermogen nodig hebt. Als je vier aansluitingen hebt, gebruik die dan i.p.v. er 1 stekkerdoos op aan te sluiten waarop je alle apparatuur hebt zitten. Hou een stekkerdoos of verlengkabel weg van brandbare materialen.
Ophangen/bevestigen van elektrische apparaten
Algemeen
-Controleer of je ophanging/bevestiging stevig is door er simpelweg aan te trekken. Voor baksteen en beton gebruik je altijd pluggen of stalen ankers en voor gips speciale gipspluggen. Als je iets ophangt met voldoende sterke kettingen, rubbers of degelijke koorden, controleer dan of je ophangpunten wel sterk genoeg zijn.
-Leg apparaten nooit op de grond. Een slootje water uit je gieter is voldoende om grote ellende te kunnen veroorzaken. Ook kan er per ongeluk iets op vallen waardoor een apparaat zijn warmte niet meer kwijt kan (voedingen, vsa’s, etc.).
-Indien mogelijk hang je zoveel mogelijk zaken buiten een tent of hok. De reden is dat het nog wel eens behoorlijk vochtig kan zijn binnen, wat een corroderende werking kan hebben op de aansluitingen.
-Hang componenten nooit op aan de stroomkabel.
Lampen en eventuele voorschakelapparatuur (VSA)
Als er één component is waar je goed mee moet oppassen, dan is het wel een VSA i.c.m. een HPS lamp. Menigeen wordt doodzenuwachtig van die apparaten door de hoge opstartpieken en de temperatuur die ze aannemen. Wil je persé kweken met HPS, kies dan alsjeblieft voor een EVSA. Ze kosten wat meer, maar ze worden over het algemeen handwarm, zijn degelijk omsloten en zijn bovendien efficiënter.
Let op, zowel een magnetische ballast (VSA) als een elektronisch/digitale ballast (EVSA) dien je te schakelen met een daarvoor geschikt relais! Voor sommige EVSA’s kun je een extra controller kopen waardoor je geen opstartpiek meer hebt, helaas zijn ze vaak duur. Ditzelfde geldt trouwens als je meerdere TL-, spaar- of T-Neon lampen wilt schakelen. Zie het kopje Tijdschakelklokken voor meer informatie.
image_281606.jpg
slechte verbinding VSA smelt weg, tevens de aarde niet aangesloten
Ga geen kweeklampen dimmen met een lampendimmer tenzij er expliciet door zowel de fabrikant van de lamp als van de dimmer wordt aangegeven dat dit kan met dat type lamp. In bijna alle gevallen kan een lamp hier niet tegen en kunnen de opstartpieken de dimmer corrumperen.
Denk er aan dat je de juiste ballast gebruikt i.c.m. de juiste lamp. Als de vermogens (wattages) niet overeenkomen kan dit nare gevolgen hebben. Steek dus geen 250W lamp op een 600W ballast of vice versa, ook al lijkt dit (eventjes) te werken.
Een VSA is bij uitstek een apparaat dat lastig op te hangen is omdat hij zwaar is en erg heet kan worden. De ondergrond dient onbrandbaar te zijn en een slechte warmtegeleiding te hebben. Zelfs het gebruik van kunststof pluggen is twijfelachtig omdat deze door de warmte de verbinding kunnen verzwakken. In beton of steen is het aan te raden om metalen ankers te gebruiken. Op andere ondergronden moet je een montageplaat gebruiken van onbrandbaar materiaal dat tevens de warmte slecht geleid, denk aan leisteen of een dubbele gipsvezelplaat. Een andere veel gebruikte methode is om een materiaal te gebruiken dat juist wel de warmte goed geleidt, zoals aluminium plaat. Nadeel is echter dat bij voldoende vermogen deze plaat ook gloeiend heet wordt met alle mogelijke gevolgen van dien. Gebruik degelijke schroeven of draadeinden gezien het gewicht van een VSA.
Omdat elke lamp in hoogte moet kunnen worden versteld, gebruik je betrouwbare kettingen of instelbare hangers die aan stevige haken of stangen vastzitten. Verzeker jezelf ervan dat deze hangers de last van jouw lamp aankunnen, zeker LED-lampen of lampen met een ingebouwde VSA kunnen behoorlijk looiïg zijn.
Veel mensen gebruiken katrollen (ratchets) om een lamp mee op te hangen. Zorg dat deze katrol altijd vastzit aan de lamp en niet aan het ophangpunt aan het plafond, zeker als de lamp aan de zware kant is. Als je hem aan het plafond vastmaakt, trek je feitelijk met 2x het gewicht van je lamp aan je plafond tijdens het instellen.
Laat de uiteinden van je hangers of kettingen nooit los hangen; ze kunnen tegen je hete lamp komen, een koelventilator doen vastlopen of indien van metaal (kettingen) zelfs kortsluiting veroorzaken of onder stroom komen te staan. Zorg dat de stroomkabels nooit strak komen te staan of op je lamp(enkap) liggen. Check eventuele stekkerverbindingen goed als je een lamp laat zakken. Bedenk je wat er kan gebeuren als er onverhoopt een hanger het begeeft. Als je echt veilig wilt zijn kun je eventueel een secundaire ophanging maken.
Sommige kappen uit aluminiumplaat of staalplaat zijn vlijmscherp. Dit kan hele nare gevolgen hebben als je hem aanstoot met je schedeldakkie of erger nog, je oog. Koop ze niet of bescherm de randen bijvoorbeeld met aluminiumtape (in ieder geval iets wat onbrandbaar en hittebestendig is). Iedere kweker heeft zijn lamp wel eens aangetikt, vroeg of laat gaat het je gebeuren.
Wat je ook verder doet, zorg dat elk apparaat goed zijn warmte kwijt kan!
Tijdschakelklokken
Een vastgelopen tijdklok die niet meer uitschakelt komt vaak voor. De combinatie van componenten bestaat dan niet zelden uit een (E)VSA en een analoge of digitale tijdschakelklok. Deze componenten veroorzaken hoge opstartstromen waardoor de schakelcontacten in de klok vast kunnen lassen of beschadigd raken waardoor het contactoppervlak verkleint. Dit geldt dus ook voor andere lampen waar een voorschakelapparaat in zit, zoals TL, spaarlamp of T-Neon. Er zijn genoeg verhalen te vinden op aquariumfora waarin een schakelklok vastliep door een paar lullige TL-balkjes. In tegenstelling tot wat men denkt kunnen LED-lampen soms ook hoge inschakelstromen genereren. Het is gezien de beschikbare informatie moeilijk om een duidelijk advies te kunnen geven over of en wanneer je bij LED een relais zou moeten gebruiken. Als je flink wat vermogen wilt gebruiken (500W of meer) en zo veilig mogelijk wilt zitten, gebruik deze dan sowieso.
Als een tijdschakelklok vastloopt, blijven er niet alleen componenten aan staan op momenten dat jij er van uitgaat dat ze uitstaan, maar er bestaat altijd een kleine kans dat de tijdklok zo heet wordt dat dit brand kan veroorzaken.
Sommige leveranciers van kweekbenodigdheden beweren dat hun tijdschakelklokken gebouwd zijn voor lampen met een opstartpiek, maar of dat echt kan is niet met zekerheid te zeggen. Zo zijn momenteel de Lumii heavy-duty schakelklok en de plug-and-grow klok populair omdat deze vrij goedkoop zijn t.o.v. een schakelklok met degelijk relais. Om een idee te krijgen, Gavita stelt dat hun digitale ballast van 400W een opstartstroom heeft van minder dan 25A, hun ballast van 600W minder dan 40A. Dit alles geeft op zijn minst te denken. Er wordt hier niet beweerd dat ze niet veilig zijn, maar als je twijfelt kies dan iets wat zich al redelijk goed bewezen heeft.
De meest veilige manier om lampen met een opstartpiek te schakelen, is met een degelijk relais (elektrische schakelaar) dat geschikt is voor dit doel. Als je dit zo nodig zelf wilt bouwen en je hebt kennis van installatietechniek, dan zijn daar genoeg bronnen voor te vinden. Voor de meeste mensen geldt echter dat je beter gewoon een kantenklare schakelklok met relais koopt, zoals bijvoorbeeld door DAVIN wordt gemaakt. Een andere oplossing is dat sommige fabrikanten van EVSA's controllers kunnen bijleveren waarmee o.a. voorkomen wordt dat je hoge opstartstromen hebt.
Voor andere componenten waar je een schakelklok op wilt zetten is een relais niet snel benodigd. Kijk wel goed hoeveel vermogen een schakelklok aan kan voordat je hem gebruikt. Het is beter om te kiezen voor een merk zoals bijvoorbeeld Grasslin of LeGrand dan voor een huismerk van de bouwmarkt. Als je desondanks voornemens bent om er toch enkele TL's, spaarlampen of T-Neon-lampen direct mee te schakelen, controleer dan of de leverancier een expliciete uitspraak over het maximale vermogen voor dit soort lampen doet in de handleiding. Is dit niet beschikbaar, doe het dan niet.
Als laatste een puntje van aandacht: veel schakelklokken onderbreken slechts één van de twee polen. Let er op dat je bij je lampen controleert dat je de fase onderbreekt en niet de nul. Als je bijvoorbeeld een TL-buis uitschakelt door de nul te onderbreken, dan blijft deze vaak een nauwelijks waarneembare hoeveelheid licht produceren of gaat flikkeren, vaak hoor je de VSA ook licht brommen. Dit komt doordat er een kleine lekstroom van de fase naar de aarde kan blijven lopen. Of dit direct een onveilige situatie oplevert is twijfelachtig, maar om de bloeicyclus niet te verstoren is het alleen al de moeite om te controleren of je je stekker niet beter andersom in je tijdklok kunt steken.
Verwarming
Elektrische heaters zijn soms nodig, maar het blijven apparaten die gezien het grote vermogen en de hoge temperaturen risico's met zich meebrengen. Zeker convectie of straalkachels worden loeiheet waardoor je jezelf er aan kunt branden, maar ook ventilatorkacheltjes zijn niet zonder gevaar als ze niet vrij opgesteld staan. Veel van deze kachels zijn ongeschikt om zonder toezicht aan te zetten, doe dit alleen als de handleiding expliciet vermeldt dat dit mag. Vergis je ook niet in hoeveel vermogen een klein kacheltje vraagt, dat is al snel 2000W of meer. Een elektrisch kacheltje moet je daarom ook eigenlijk altijd aansluiten met een dikke 2,5mm2 kabel. Het behoeft verder geen uitleg dat water en een kachel slecht samengaan. Zorg dat je kachel in ieder geval is voorzien van fijne tralies of gaas, zodat bijvoorbeeld een rondvliegend stukje papier of een insect zoals een mot niet makkelijk bij het verwarmingselementen kan komen.
Afzuigers, slangen, koolstoffilters en thermostaten/toerentalregelaars
Een goede afzuiger moet voorzien zijn van een ingebouwde thermische beveiliging, zodat deze niet te warm kan worden bij een defect.
Plak de uiteinden van met glaswol geïsoleerde slangen af met duct-tape. De vezels kunnen langdurige irritatie geven bij aanraking of inademing. Vergewis je ervan dat een brand zich kan verplaatsen via het gat in de muur waar hij je ruimte verlaat.
Hang de ventilator op met riemen of rubbers. Als de ventilator erg trilt en je kunt dit niet verhelpen met een eventuele toerenregelaar, twijfel dan niet en gebruik hem niet. De trillingen kunnen niet alleen opgemerkt worden, maar ze kunnen een (elektrische) verbinding ook langzaam corrumperen. De eventuele thermostaat met toerenregelaar kun je in je tent hangen met tie-rips of iets anders dat stevig is. Stel het toerental van je afzuiger overigens nooit zo laag in dat deze bromt en nauwelijks op gang kan komen.
Gebruik geen lampendimmer om je afzuiger te regelen, aangezien deze niet gemaakt is voor inductieve belastingen en dus kapot kan gaan.
Een eventuele thermostaat met toerenregelaar voor je afzuiging kun je zo instellen dat het aantal toeren voor een abnormale boventemperatuur nul bedraagt. Bij een eventuele brand zal de ventilator stoppen het aanzuigen van zuurstofrijke lucht. Je laat in dit geval de afzuiging dus altijd draaien op het ingestelde toerental voor de ondertemperatuur.
Een koolstoffilter kan behoorlijk zwaar zijn, houd hier rekening mee als je hem gaat ophangen.
Luchtbevochtigers en ventilatoren
Zorg dat je je luchtbevochtiger goed instelt, zodat je niet straks allemaal condensdruppels aan het plafond ziet hangen. Richt de nevel nooit op je lamp of je ventilator.
Ventilatoren moeten degelijk en vrij hangen, zodat ze niet kunnen vallen of dat er zaken in kunnen komen die hem vast laten lopen. Als je laagspanning koelerfans gebruikt, zorg er dan voor dat je een goede voeding gebruikt en dat soldeerverbindingen voorzien zijn van krimpkousjes.
Overige zaken
Sommige kwekers maken gebruik van op afstand bedienbare schakelaars (bv. KlikOn). Deze schakelaars zijn hoogstwaarschijnlijk niet geschikt voor piekstromen, dus wees gewaarschuwd. Check in ieder geval altijd het maximale vermogen dat je er mee mag schakelen.
BRANDDETECTIE EN BLUSMIDDELEN
Hoe goed je ook je best doet om brand te voorkomen, er bestaat altijd een kleine kans dat het gebeurt. Voor die mogelijkheid moet je goed voorbereid zijn. De brand moet gedetecteerd worden, de elektrische bron moet uitgeschakeld worden en er moet geblust worden.
Rookmelders en hittemelders
Een (optische) rookmelder gaat af wanneer rookdeeltjes worden gedetecteerd. Een hittemelder gaat af wanneer de temperatuur richting de 60°C gaat. De hittemelder gebruik je in ruimtes die niet echt geschikt zijn voor een rookmelder, zoals in een klein tentje. Er zijn hiervoor meerdere redenen:
- een rookmelder mag je niet te dicht in de buurt van een lamp plaatsen, omdat het licht de werking kan beïnvloeden.
- de rook kan de melder mogelijk niet bereiken doordat de luchtstromen beïnvloed worden door ventilatoren en afzuigers.
- een smeulende brand kan in eerste instantie rookloos plaatsvinden, waardoor je kostbare tijd verliest.
- sommige dimmers kunnen de werking verstoren, aanbevolen wordt om een afstand van ca. 1 meter aan te houden.
- de welbekende varenrouwmug of ander vliegend ongedierte kan je rookmelder doen afgaan.
Uiteraard houdt niemand je tegen om zowel een hittemelder als een rookmelder in je hokje te hangen. Beide hang je hoog en centraal op aangezien hitte en rook omhoog willen. Denk wel aan hoe de luchtstroom in je tentje loopt, dus hang ze bijvoorbeeld niet boven/achter je filter maar liever er vlak naast of er onder. Zorg dat je deze melders kunt horen buiten de ruimte of maak gebruik van draadloos communicerende rookmelders; als er één rook/hitte detecteert zullen alle melders in het pand een signaal afgeven.
Hang verder een tweede rookmelder buiten de tent, minimaal 1 meter van de muur en in de buurt van je tent en elektra. En als je toch bezig bent, voorzie het hele huis er dan meteen van. Raadpleeg verder de handleiding die bij je melder zit, hierin staat meer informatie over waar en waar niet deze te plaatsen.
Er bestaan tegenwoordig ook slimme stekkers, alhoewel nog moeilijk te vinden en duur, die uitslaan en een alarm afgeven als er direct rook en/of hitte wordt gedetecteerd of indirect door een draadloos communicerende melder. Deze kun je in het stopcontact steken waar je vervolgens verder alle andere apparatuur op aansluit. Zorg wel dat je controleert hoeveel vermogen er door deze stekker geleid mag worden. Het is niet bekend of ze goed blijven werken als je lampen met een hoge piekstroom in je opstelling hebt zitten. Dit is eventueel te ondervangen door hem een relais te laten schakelen.
Thermostaatstekker
Eigenlijk zou je dit standaard moeten gebruiken in elke opstelling. Het principe is heel simpel, een tussenstekker met een losse sensor, die je plaatst voor al je kweekcomponenten, schakelt de stroomvoorziening af als de temperatuur in je kweekruimte abnormaal hoog wordt. Door de inschakeltemperatuur belachelijk laag te kiezen zal de stroom daarna ook niet meer inschakelen. De meest voor de hand liggende redenen voor een abnormaal hoge temperatuur zijn een defecte afzuiging, een vastgelopen verwarmingsthermostaat of een component/kabel die om wat voor reden dan ook abnormaal warm wordt of wellicht zelfs al in brand staat. Stel hem in op 35°-40°C, stellen je plantjes ook erg op prijs. Een eventuele brandhaard zal niet verder gevoed worden en vlammen worden niet extra aangewakkerd door vers aangezogen lucht. Zorg wel dat er een alternatieve lichtbron blijft, zodat je niet in het pikkedonker staat als je polshoogte wilt nemen. Het is onbekend of een dergelijke stekker goed om kan gaan met de piekstromen van lampen aangezien ze vooral gebruikt worden voor apparaten met een ohmse belasting (bv. Kacheltjes). Een idee is dan om deze stekker te combineren met een degelijk relais. Test de stekker in ieder geval af en toe of hij nog werkt.
Automatische brandblussers
Mocht er onverhoopt toch brand ontstaan, dan kan een automatische brandblusser een hoop ellende voorkomen. Besef wel dat blussen weinig zin kan hebben als de elektrische bron nog van stroom voorzien blijft. Er zijn drie soorten die veel gebruikt worden:
- MABO: dit is een met blusvloeistof gevulde capsule die bij verhitting boven de 85°C barst. Nadeel is dat er een behoorlijke hitteontwikkeling moet zijn voordat dit punt bereikt wordt, mogelijk is een brand dan al doorgeslagen. Gebruik deze daarom alleen in een kleine, afgesloten kweekruimte die snel kan opwarmen, want hij zal niet voldoende snel opwarmen in een grote open ruimte.
- Fire KnockOut-box (FKO): een met blusvloeistof gevulde container die bij contact met open vuur vrijwel direct ontploft. De vloeistof koelt en heeft een brandvertragende werking. De klap kan schade veroorzaken, maar de vraag is of het doel het middel niet heiligt. Als de vlammen de lont niet raken kan het ook bij deze blusser lang duren voordat hij afgaat, dus hang hem op een logische plaats.
- Poederblusser met sprinklerkop: een poederblusser die bij voldoende verhitting in werking treedt. Nadeel is dat het poeder nauwelijks op te ruimen is, ook niet met de stofzuiger, bovendien is het funest voor elektrische apparatuur. Een ander nadeel is dat je deze blussers regelmatig moet controleren omdat de cilinder langzaam zijn druk kan verliezen.
image_281598.jpg image_281599.jpg image_281600.jpg
v.l.n.r. Mabo, Fire Knock-Out en Automatische blusser met sprinklerkop
Automatische blussers monteer je stevig zodat ze niet op de grond vallen bij brand. Bij voorkeur doe je dit op de volgende plaatsen:
- Bovenin je tent/hok, liefst boven je lamp
- Aan het plafond in de kweekruimte
- Boven een eventuele VSA
Volg verder de instructies die meegeleverd worden.
Handblusmiddelen
Het is altijd goed om een handblusser in huis te hebben. Het liefst op elke verdieping en in elk apart gebouwtje, doe jezelf en je gezin een plezier en investeer hier in.
Stel de handblusser op in de buurt van de toegangsdeur van je kweekruimte. Waarom? Uit onderzoek blijkt dat mensen in nood dezelfde weg als ze gekomen zijn als vluchtweg nemen, waardoor je hem vanzelf tegen het lijf loopt als je brand constateert in je ruimte en in paniek raakt. Met de brandblusser in de hand kun je besluiten om de brand te gaan blussen als dit geen onnodig groot risico met zich meebrengt.
De beste keuze is een schuimblusser (AFFF, aqua film forming foam) met een inhoud van minimaal 6 liter, want niets is vervelender dan dat je het brandje bijna uit hebt en je blusser blijkt leeg te zijn. Als geld echt een issue is, dan kun je ook voor een poederblusser gaan. Wees echter gewaarschuwd voor de schade achteraf, het flinterdunne poeder is nauwelijks op te zuigen en kan je elektrische apparatuur in huis beschadigen. Controleer bij deze blusmiddelen regelmatig of de druk nog voldoende is.
Lees goed vooraf hoe je je blusser moet gebruiken, zodat je niet staat te klooien als je hem echt nodig hebt.
Overige maatregelen
Denk ook eens aan de mogelijkheid om een ip-camera in je kweekruimte te hangen. Met een beetje handigheid kun je deze zelfs van buiten jouw huis benaderen en zien hoe alles er bij staat. Er bestaan zelfs systemen waarmee je op afstand allerlei zaken op afstand kunt uitlezen of in en uitschakelen via je smartphone. Deze kosten wel flink wat geld en zijn eigenlijk meer voor de echte controlfreak bedoeld.
TESTRUN
Als alles klaar is moet je een uitgebreide test-run draaien, waarbij alles in en uitschakelt zoals je bedoeling is. Controleer hierbij of je componenten, kabels en verbindingen niet warmer worden dan de bedoeling is en of alles stevig vast blijft zitten.
PREVENTIE EN CONTROLE TIJDENS DE KWEEK
- controleer maandelijks je rook-/hittemelders en de druk in je blusmiddelen
- controleer wekelijks de warmteontwikkeling van kabels, componenten en verbindingen.
- controleer wekelijks de bevestigingen van alle componenten en kabels
- controleer wekelijks alle schakelende componenten of ze nog schakelen (thermostaatstekker, relais, tijdschakelklok etc.)
- ruim je hok altijd netjes op. Hiermee verminder je de hoeveelheid brandstof in de ruimte en verklein je het risico op valpartijen.
- indien mogelijk licht je een huisgenoot in dat je in de kweekruimte bent. Door het soms heimelijke karakter van de ruimte voorkom je dat je veel te laat gevonden wordt als er onverhoopt iets met je gebeurt.
Zorg bovendien dat er altijd een tweede persoon van jouw kweekruimte weet. Mocht er onverhoopt iets misgaan in de ruimte dan kan die eventueel voor jou ingrijpen mocht je daartoe niet zelf in de gelegenheid zijn.
- gebruik binnenshuis geen dierlijke mestproducten of compost waar dierlijke resten in zijn verwerkt voor je kweekmedium. In een warme en vochtige omgeving creëer je zo een ideale voedingsbodem voor allerlei bacteriën en schimmels die gevaarlijk voor je kunnen zijn. Toevoegen van menselijke mest (ja, dit gebeurt) is al helemaal vragen om problemen.
- gebruik geen nare pesticiden of chemicaliën. Als je er niet omheen kan, doe dit dan zorgvuldig, volg de aanwijzingen op de verpakking goed op en gebruik beschermingsmiddelen. Zorg verder dat de kleine er niet bij kan. Knoeien met je pH- bijvoorbeeld kan nare gevolgen hebben, aangezien het sterk geconcentreerde zuren zijn (fosforzuur of salpeterzuur!!). Gebruik daarom altijd handschoenen van rubber of nitril en een veiligheidsbril, want dit soort middelen vreet echt letterlijk door huid en botten heen. Indien er toch wat misgaat moet je direct spoelen met heel veel water.
image_281603.jpg image_281604.png
Bij alles wat je gebruikt moet je jezelf minimaal drie keer afvragen wat de gevolgen zijn voor je eindproduct en hoe gezond dit nog voor je is. Bedenk dat er genoeg biologische middeltjes zijn die effectief kunnen zijn, alhoewel biologisch niet gelezen moet worden als dat het ook goed voor jou is. Informeer jezelf dus altijd goed over eventuele gezondheidsrisico's van middelen en bij de minste twijfel gebruik je het niet. Gooi overigens door toprot (botrytis) aangetaste toppen zonder aarzelen weg, het inademen of roken van de schimmel kan in bepaalde gevallen zeer slecht uitpakken voor je gezondheid.
- kijk uit voor een eventuele gloeiend hete lamp als je met je plantjes bezig bent. Gebiologeerd door al het groen let je even niet op en tik je hem zo aan. Gebruik verder een speciale bril als je bang bent voor beschadiging van je ogen door felle lampen.
- kijk uit met watergeven, geef het niet alsof je een kopje Marokkaanse thee aan het inschenken bent. Als je gaat sprayen, kijk dan uit voor je lampen en andere elektrische apparatuur, zeker als die een aanzuig hebben.
- alhoewel het niet tot de scope behoort.... als je je eindproduct gaat verwerken tot wietolie voor medicinale doeleinden, de meesten zullen dit doen met ethanol of een andere vluchtige stof, zorg dan voor voldoende ventilatie en doe het niet op open vuur!! Er zijn in den lande meerdere ongelukken gebeurd met mensen die hun concentraat uitdampten op een gaspit!!
- gebruik handschoenen als je aan de slag gaat in je kweekruimte, zoniet was dan in ieder geval je handen goed nadat je klaar bent in je kweekruimte. Bacterien, schimmels en chemicalien krijgen zo weinig kans om jou of anderen schade te berokkenen.
EN DAN NOG DIT…
Documenteer en fotografeer/film je totale ruimte met alles wat daarin staat tot in detail. Scan bonnetjes en rekeningen in, evenals handleidingen als je die niet digitaal kunt vinden. Sla deze data op een plaats op waar men bij een huiszoeking niet bij kan en dat niet door een brand verwoest kan worden, hoe dat mag je verder zelf weten. Mochten er ooit problemen zijn dan kun je i.o.m. een advocaat bepalen om delen van die data over te dragen als dat gunstig is voor jouw zaak. Het is voorstelbaar dat een rechter kan bepalen dat de brand in ieder geval niet door grove nalatigheid is ontstaan. Aan de andere kant kan een rekening van 8 jaar geleden hem doen concluderen dat je al 8 jaar stelselmatig kweekt en kan je daarom harder straffen. Hoe het ook zij, een jurist kan hier t.z.t. beter over oordelen.
De inhoud van deze tekst is bedoeld om een simpele, kleine kweekruimte zodanig in te kunnen richten en te kunnen gebruiken, dat risico's op het gebied van brand en gezondheid zoveel mogelijk worden geminimaliseerd. Het is bedoeld voor de hobbymatige binnenkweker die begaan is met de veiligheid van zichzelf, zijn omgeving en het imago van de kleine thuiskweker in het algemeen.
De tekst is geen complete handleiding voor het inrichten van een kweekruimte, er wordt alleen ingegaan op zaken die invloed hebben op de veiligheid. Het altijd aanwezige risico op ontdekking valt buiten de scope. Het is verder ook niet het doel om hier te bepalen wat nog onder “hobbymatig” valt, maar voor dit stuk wordt uitgegaan van een meer dan ruimhartig maximum van 1200W met lampen van max. 600W. Het voorkomt nodeloze discussies over een zware belasting van je elektra-groep en het brandveilig maken van een grote ruimte.
Als hobbymatige binnenkweker kun je een hoop simpele dingen doen om risico's te minimaliseren. Doordring jezelf er in ieder geval van dat je met elektriciteit werkt, wat altijd een risico op brand of elektrocutie met zich meebrengt, hoe klein de kans ook moge zijn. Bovendien combineer je dit met het gebruik van water, wat in de regel slecht samengaat met elektriciteit. Eventuele risico's worden verhoogd omdat je dit doet op een tijd en plaats waarvan vaak niemand anders op de hoogte is en omdat je nooit 24 uur per dag de boel in de gaten kunt houden laat staan direct in kunt grijpen.
Mocht je nog twijfelen over de noodzaak om aandacht te besteden aan veiligheid... Als je bereid bent om tijd en geld te investeren om niet ontdekt te worden door je buurman of oom agent, waarom dan ook niet in zaken die kunnen voorkomen dat je hokje rooksignalen voor de hele buurt begint af te geven? Bovendien voorkom je een lang traject van ellende naderhand. Niet alleen omdat je anderen hun bezit en gezondheid mogelijk hebt aangetast, maar ook omdat een verzekeraar, advocaat of aanklager het feit dat je wiet kweekt zal aangrijpen om je het leven zo zuur mogelijk te maken.
Kortom, doe er je voordeel mee en vergeet zoals gezegd je omgeving niet.
Opmerkingen vooraf: de adviezen zijn opgesteld o.b.v. eigen kennis en ervaring en die van forumleden, verder is gebruik gemaakt van diverse bronnen op internet. Als je duidelijke aanwijzingen hebt dat iets niet klopt of als je waardevolle aanvullingen hebt, dan wordt het zeer gewaardeerd als je dit meldt en het liefst op een opbouwende en positieve manier. Uiteraard zullen een aantal zaken altijd punt van discussie blijven, dit zal waar nodig zoveel als mogelijk worden benadrukt. Vaak wordt de veilige kant van een mogelijk breder spectrum aan oplossingen opgezocht, wijk er alleen van af als je weet waar je mee bezig bent.
DE BELANGRIJKSTE DOODZONDES (zie deel 2 voor toelichting)
- Rommel laten slingeren in je ruimte en kabels die overal op de grond liggen (brandgevaar en struikelgevaar)
- Een kweekhok maken en/of isoleren met makkelijk brandbaar materiaal
- (Tweedehands) spullen niet goed inspecteren en testen alvorens deze te gebruiken
- Klooien aan je elektra-installatie als je daar geen verstand van hebt of gebruik maken van een zwaar verouderde of door een prutser aangelegde installatie
- Je kweek-elektragroep onnodig hoog belasten door er veelvraten op aan te sluiten als kachels, wasmachines en stofzuigers
- Ongeaarde stekkers en stekkerdozen gebruiken
- Te lange en/of te dunne kabels gebruiken en kabelhaspels niet afrollen
- Elektrische apparaten of stekkerdozen op de grond leggen of ondeugdelijk ophangen
- Trekkrachten op je elektrische verbindingen toelaten/uitoefenen
- Niet aansluiten van de aarde op je apparaten (dus ook je kap!)
- Kabels strippen op een manier waarbij de adermantel of koperdraadjes beschadigd raken
- Het vertinnen of opdraaien van aders i.p.v. het gebruiken van adereindhulsjes en klemoogjes
- Een VSA op een brandbare ondergrond schroeven of op de grond leggen
- Niet qua vermogen matchende HPS lamp en VSA combineren
- Lampen direct schakelen met een tijdschakelklok zonder goed relais
-Lampenkappen gebruiken met scherpe punten of randen
- Een kachel onbeheerd laten branden als die daar niet geschikt voor is
- Zelf lampen of controllers in elkaar knutselen zonder verstand van hoe dit veilig te doen
- Geen rook-/hittemelder hebben, of deze op de verkeerde plek hangen en nooit controleren
- Geen (automatische) brandblusser hebben, idem
- Geen alternatieve verlichting hebben voor als de stroom wegvalt
-Binnenshuis gebruik maken van een substraat met dierlijke meststoffen
- Onzorgvuldig werken met en opslaan van chemicaliën (bv. pH- bloei (=fosforzuur!) of pH- groei (=salpeterzuur!) )
- Gebruik van pesticiden waar je een mogelijk onveilig eindproduct aan overhoudt
- Niet direct weggooien van door toprot aangetast eindproduct
- Direct in je lamp kijken
- De lucht in de kweekruimte te vochtig laten worden
- Niet dagelijks je kweekruimte controleren
- Niet regelmatig je kabels en componenten controleren op temperatuur en werking
- Apestoned klussen of kweken
- De enige zijn die van jouw kweekruimte weet of er de deur van kan openmaken
__________________________________________________ ____________________________________
PREVENTIE DOOR EEN GOEDE VOORBEREIDING
Kies een geschikte ruimte
De meest geschikte plek om direct of indirect in een tent/hok te kweken, is een plek die schoon is en waarvan de vloer, muren, deur en plafond niet kunnen branden, waardoor een brand zich moeilijk kan ontwikkelen en niet makkelijk kan doorslaan naar andere ruimten. Dit is uiteraard nauwelijks mogelijk en zeker niet als je in een wat ouder pand zit, waar vaak hout verwerkt zit in tussenmuren, vloeren en plafonds. Je kunt in dat geval de situatie verbeteren door alles te voorzien van brandwerende platen, denk bv. aan gipsvezelplaten. Nog beter zou het zijn om in een fysiek van de woning gescheiden ruimte te kweken, bijvoorbeeld de schuur achter in de tuin, maar helaas is dat niet iedereen gegeven. Zet je tentje of kastje liever niet in een ruimte waar mensen slapen; de rook van een eventuele brand kan je binnen no-time bewusteloos doen raken.
Zorg er voor dat de vloer niet glad is; geheid zal je een keer water morsen waardoor de vloer spekglad kan worden. Zorg er verder voor dat er geen water uit je tent/hok kan lopen door hem van een waterdichte bodem met opstaande rand te voorzien. De meeste tentjes hebben dit.
Een ruimte waar veel rommel en stof ligt verhoogt het gevaar op het ontstaan en doen oplaaien van brand, bovendien verhoog je de kans dat je struikelt over de rotzooi. Ook kan stof er voor zorgen dat je rookmelder het niet goed doet. Ruim de ruimte dus goed op en verwijder stof voordat je hem gebruikt.
Let op waar koppelingen en kranen van waterleidingen of verwarmingsbuizen zitten, zodat je later voldoende afstand kunt inbouwen naar elektrische componenten.
Koop of bouw een tent/hok dat gemaakt is van onbrandbaar of brandvertragend materiaal. De constructie moet degelijk zijn, zeker omdat je er de nodige zaken in gaat hangen. Als je er aan denkt om je wanden te voorzien van folie, bedenk dan dat dit in de fik kan vliegen, je kunt ook gewoon voor verf kiezen. Warmte en of geluid isoleren van een ruimte doe je met onbrandbaar of slecht brandend materiaal (brandklasse A1, A2 of B), dus bijvoorbeeld wel met steenwol maar niet met een piepschuimplaat met brandklasse E.
Een slot op de deur tegen pottenkijkers lijkt handig, maar is niet altijd even veilig. Als er iets gebeurt moet men idealiter direct toegang kunnen krijgen tot de ruimte en jij moet er direct uit kunnen. Zorg in ieder geval dat er altijd een (verborgen) sleutel vlakbij de deur ligt voor het geval jij of iemand anders snel moet ingrijpen.
In dit kader zullen hulpverleners het zeer waarderen als je een waarschuwingsbordje ophangt dat er zich elektra in een ruimte/tentje/hokje bevindt. Als de brandweer een brandende woning binnengaat, zullen ze er eerst voor zorgen dat gas, water en elektra worden afgesloten. Mocht je iemand zijn die onverhoopt zijn stroom van elders betrekt, dan zouden hulpverleners het zeer waarderen als je dit ook ergens kenbaar maakt!
Zorg voor een degelijke elektravoorziening
Een belangrijke voorwaarde is dat je niet zelf gaat lopen klooien aan de elektra-installatie in jouw huis als je daar geen kaas van hebt gegeten. Rommelen aan de installatie voor de meter is sowieso een no-no. Wil je toch zelf aan de slag met de installatie na de meter, lees je dan goed in. Menig bouwmarkt of klusforum heeft informatie op zijn site staan over hoe je zelf veilig aan je installatie kunt werken, neem die aanwijzingen serieus. Als er bij brand aantoonbaar problemen zijn ontstaan in een door jouzelf verkeerd aangelegd deel van de installatie, dan kan de verzekeraar dit in zijn voordeel proberen te gebruiken. Je zou dus kunnen overwegen om het een en ander te laten controleren door een vakman.
Zorg dat de (geaarde!) stopcontacten van de ruimte waar je in kweekt op een van aardlekschakelaar voorziene groep zit van minimaal 16A. Probeer een aparte groep te gebruiken waar verder geen grote stroomvreters op aangesloten zitten. Mocht je een kachel willen gebruiken, dan is het altijd beter om die gezien het hoge vermogen ook op een aparte groep te zetten. Bedenk dat als je dit niet doet, of een groep gebruikt waar iemand op staat te stofzuigen of waar je wasdroger op zit, je al snel tegen de belastbare waarde van de stroomgroep aanloopt (16A is ongeveer gelijk aan 3600W). Daarmee verhoog je het risico dat een kabel of verbinding te heet wordt.
image_281605.jpg
links: automatische zekeringen, rechtsboven: smeltzekering, rechtsonder: aardlekschakelaar
Een slechte installatie kun je o.a. herkennen aan de kwaliteit van de kabels als je je stopcontact openschroeft (nadat je uiteraard eerst de groep in je meterkast hebt uitgeschakeld). Zie je iets anders dan door bruin (fase), blauw (nul) en geel/groen (aarde) kunststof omhulde kabels, dan is alles zwaar verouderd of door een prutser aangelegd. Let op, in installaties van voor 1970 worden andere draadkleuren gebruikt: groen (fase), rood (nul) en grijs/wit (aarde)!!
Een 16A groep moet aangelegd zijn met 2,5mm2 solide kabels (vinyldraden/VD) en niet met flexibele kabels als je daarvan niet kan aantonen dat ze hiervoor geschikt zijn (bijv. YMVK-kabel, zie verder internet). Solide/volkern kabels mogen niet los hangen langs de muur of het plafond, maar behoren door stevig bevestigde PVC pijpen te lopen. Zie je open kroonsteentjes i.p.v. gesloten lasdozen met lasklemmen, dan moeten er alarmbellen gaan rinkelen. Je kunt zelf in ieder geval controleren of de aarde daadwerkelijk functioneert met een stopcontacttester uit de bouwmarkt; je zal niet de eerste zijn die er achter komt dat de aarde op je aansluiting helemaal niet functioneert. Alleen een vakman kan controleren of je aarding een voldoende lage weerstand heeft waardoor je niet alsnog een flinke klap kunt krijgen.
image_281592.jpg wcd draden.png
zo wil je het graag zien in huis!
Gebruik nooit een lichtpunt om stroom voor je kweekapparatuur van te betrekken!
Ga niet zelf automatische zekeringen met curve B vervangen door exemplaren met curve C of D, waardoor deze minder snel afslaat door piekspanningen van je lampen. Alleen een vakman kan bepalen of je groep de juiste weerstand heeft voor een dergelijke zekering. Dit soort zekeringen zijn overigens niet snel nodig als je “hobbymatig kweekt”.
Gebruik betrouwbare apparaten
Dit is meteen een lastig onderwerp. De veiligheid van je kweekruimte wordt bepaald door de zwakste schakel. Heb je top-of-the-bill spullen gekocht, vliegt de boel in de hens omdat je alles hebt aangesloten met een budgetstekker van de Action of eentje die je in opa's rommelkistje hebt gevonden.
Er zijn verder helaas ook cowboys in kweekbenodigdhedenland die prachtige spullen zeggen te verkopen. Het enige wat jij als potentiële koper kunt doen is je huiswerk en je gezonde verstand gebruiken. Struin het net af naar informatie en reviews van growshops, productleveranciers, fabrikanten en componenten alvorens je tot aanschaf overgaat. Stel vragen op forums als je twijfels hebt. Koop overige elektra-benodigdheden bij een betrouwbare zaak die daar in is gespecialiseerd en beknibbel niet op de kwaliteit. Controleer verder of je spullen gecertificeerd zijn met een CE-markering, voor oudere spullen is dat een KEMA (Nederland) of CEBEC (België) keurmerk. Een CE-markering is overigens geen harde garantie dat hij aan de EU-normen en richtlijnen voldoet, maar een serieuze fabrikant zal er over het algemeen wel voor zorgen.
Wil je tweedehands spullen gebruiken dan ben je erg afhankelijk van de oorspronkelijke eigenaar; vraag altijd naar handleidingen en test je spullen goed voordat je er überhaupt aan denkt om ze in je kweekruimte te verwerken. Controleer sowieso altijd de kabels en de aansluitingen, vertrouw hierbij nooit op je voorganger. Als de prijs van iets laag is, verlaag dan het risico door het gewoon nieuw te kopen, denk bv. aan een tweedehands VSA waar mogelijk al 20 rondes mee zijn gedraaid. De besparing is dan het extra risico niet waard.
Een ander fenomeen wat je vaak ziet bij de hobbykweker zijn zelfgemaakte lampen of besturingen. Begin hier niet aan tenzij je heel goed weet wat je doet en bereid bent extra risico te lopen.
Bekabeling van componenten
Als je weinig kaas gegeten hebt van elektra, koop dan liever componenten die voorzien van door de fabrikant voorgemonteerde kabels en stekkers of die werken met (meegeleverde) stekkerverbindingen zoals je bv. gebruikt om je printer of pc van stroom te voorzien.
Voor de kwekers met minimaal één rechterhand die zelf hun kabels willen aansluiten staan hieronder nog wat aanwijzingen.
- Lees goed de instructies en volg het aansluitschema van de apparatuur die je gaat bekabelen.
- Meestal worden de aansluitingen voor de fase- (bruin) en nuldraad (blauw) aangegeven met "L" en "N", maar als een apparaat met een stekker mag worden aangesloten maakt het in principe niet uit in welke volgorde je deze twee kabels aansluit. De aarde-aansluiting (groen/geel) wordt aangegeven door "PE", "E" of door een symbool dat lijkt op een omcirkelde, omgekeerde hoofdletter T met twee kleinere streepjes eronder. Als het aarde-symbool afwezig is, dan moet het een apparaat met beschermingsklasse II betreffen, wat aangegeven wordt met een vierkant waarin een kleiner vierkant staat. Als er een ruit met daarin drie verticale streepjes is weergegeven, dan is het een apparaat met beschermingsklasse III en werkt het op een transformator die een ongevaarlijke spanning levert. Missen deze symbolen allemaal, dan is er een aardige kans dat je met een onveilig apparaat werkt.
image_281597.png
aarde-symbool
- Koop degelijke stekkers, het liefst spatwaterdicht aangezien je met water werkt in je kweekruimte. Als het er goedkoop en crappy uitziet, laat het dan links liggen. Je kunt er voor kiezen om kabels met een aangegoten stekker te kopen, deze zijn meestal ook al voorzien van adereindhulsjes en de stekker is spatwaterdicht met je kabel verbonden.
- Vergeet nooit de aardedraad aan te sluiten als er daarvoor een aansluiting op een apparaat zit.
- Kies voldoende dikke, flexibele kabels voor het vermogen dat de component vraagt. Vermijd 0,75mm2 kabel ook al is het voldoende voor een paar honderd watt, maar gebruik voor alles onder de 2300W gewoon standaard 1,5mm2, dan zit je altijd goed en kun je degelijke verbindingen maken. Wil je toch lager gaan, zoek dan eerst uit wat het maximale vermogen is dat je mag doorvoeren. Voor hogere vermogens en voor het aansluiten van HPS lampen kun je het beste 2,5mm2 kabel gebruiken en het liefst van hittebestendig siliconen. Uiteraard is dit alles een punt van discussie, maar het doel is hier om aan de veilige kant te gaan zitten. Gebruik nooit volkern/solide/vinyl(VD) draden die nog wel eens aangeraden worden om een lamp mee aan te sluiten; deze draden mogen niet vrij hangen en kunnen niet betrouwbaar vastgezet worden met een schroefverbinding!
- Beperk je kabellengte zoveel mogelijk. Een te lange kabel kan erg warm worden en kan er voor zorgen dat de beveiliging van je installatie niet meer werkt door de hoge leidingweerstand. Hier zijn helaas geen duidelijke richtlijnen voor te vinden, dus wederom een advies dat aan de veilige kant is: Neem voor alles langer dan 2,5 meter gewoon 2,5mm2. Als je het kunt onderbouwen, ga dan gewoon één trede hoger dan vereist zitten met je kabeldikte (als bv. 1mm2 genoeg is voor jouw doorgevoerde vermogen, neem dan 1,5mm2).
- Controleer de kabel op veroudering of beschadiging van de mantel. Let hierbij ook op of de kabel nergens geknikt of bekneld is geweest.
- Strip de aders niet langer dan benodigd. Gebruik hiervoor niet een mes omdat je heel makkelijk de koperdraadjes beschadigt, maar gebruik een striptang. Voorzie gestripte uiteinden van zogenaamde adereindhulsjes, hiermee vergroot je de kans op een betrouwbare schroefverbinding enorm. Let wel op dat de koperdraadjes niet uitsteken en dat je ze goed aanklemt met een krimptang. Slechte schroefverbindingen zijn een van de belangrijkste oorzaken van brand, dus gebruik ze!. Als je een schroef aantreft waar een gekarteld ringetje onder zit, dan is het de bedoeling dat je een kabeloogje vastknijpt op je ader, iets wat je vaak ziet bij een aarde-aansluiting. Waarschuwing: vertin nooit je adereinden met je soldeerbout. Tin is zacht en werkt als zeep tussen de koperdraadjes, waardoor je er nooit een echt betrouwbare schroefverbinding mee kunt maken. Hoe mooi het ook staat, doe het niet!
Adereindhulzen_gekrompen.jpg image_281566.jpg image_281567.jpg image_281596.jpg image_281595.jpg
v.l.n.r. adereindhulsjes, krimptangen, kabelschoentje ringvorm, striptangen
- Zorg dat er een goede en waar mogelijk waterdichte trekverbinding is gecreëerd met je component. Een goed apparaat is bijvoorbeeld voorzien van een kabelwartel die beide regelt. Bij stekkers en stekkerdozen zit er vaak een klemzadel. De trekverbinding dient altijd te worden gemaakt op de buitenmantel, niet op de adermantels en draai deze niet gruwelijk hard aan waardoor je alsnog de aders beschadigt.
- Zorg dat kabels netjes opgehangen en weggeleid worden via kabelgootjes, klittenbandstripjes of kabelclips zodat je er niet over kunt struikelen. Gebruik geen methoden waarmee je de kabel kunt beschadigen.
Stekkerdozen en verlengkabels
Het klinkt misschien dom, maar vergeet niet de vermogens van alle apparatuur die er achter een stekkerdoos of verlengkabel zit bij elkaar op te tellen. Dit bepaalt welke kabeldikte je nodig hebt.
Gebruik bij voorkeur prefab stekkerdozen en verlengkabels die je bij een degelijke zaak koopt. Er bestaat genoeg low-budget rommel dat niet zelden spontaan begint te smeulen, dus beknibbel hier niet op. Bij voorkeur zijn ze voorzien van 1,5mm2 kabel of dikker, en 2,5mm2 als je een (E)VSA in je setup hebt zitten, zodat je altijd goed zit qua vermogen. De lengte mag niet te groot zijn, omdat de extra weerstand de stroomvraag vergroot, des te meer reden om niet lager te gaan zitten dan 1,5mm2. Een degelijke leverancier specificeert altijd hoeveel vermogen je door hun product mag jagen, koop dus alleen gespecificeerde producten. Ook moeten ze geaarde contacten hebben.
image_281594.jpg
low-budget = hoger risico op brand
Zelf in elkaar geknutselde stekkerdozen moet je goed controleren (zie bekabeling van componenten). Niet zelden is er twee-aderige kabel gebruikt, zit er op een geaarde contactdoos een stekker zonder aarde (of vice versa), is de kabel te dun, is de aardedraad niet aangesloten of missen er adereindhulsjes. Beter is om ze bij de minste twijfel niet te gebruiken en in de Kliko te gooien.
Een stekkercontact leg je nooit op de grond. Het beste is om ze op minimaal 1 meter hoogte op te hangen zodat een eventuele lekkage of misser met de gieter geen problemen kan geven. De kabels laat je niet los op de grond slingeren omdat je er over kunt vallen of ze kunt beschadigen, maar leg ze netjes langs de plinten of gebruik klittenbandstripjes of kabelclips om ze op hoogte te hangen. Er mag geen trekkracht op de kabel staan.
Gebruik nooit kabelhaspels als ze niet helemaal afgerold zijn, omdat ze anders heel erg warm kunnen worden als er veel vermogen doorheen gaat.
Een meervoudige wandcontactdoos is altijd beter dan een stekkerdoos, met name als je flink wat vermogen nodig hebt. Als je vier aansluitingen hebt, gebruik die dan i.p.v. er 1 stekkerdoos op aan te sluiten waarop je alle apparatuur hebt zitten. Hou een stekkerdoos of verlengkabel weg van brandbare materialen.
Ophangen/bevestigen van elektrische apparaten
Algemeen
-Controleer of je ophanging/bevestiging stevig is door er simpelweg aan te trekken. Voor baksteen en beton gebruik je altijd pluggen of stalen ankers en voor gips speciale gipspluggen. Als je iets ophangt met voldoende sterke kettingen, rubbers of degelijke koorden, controleer dan of je ophangpunten wel sterk genoeg zijn.
-Leg apparaten nooit op de grond. Een slootje water uit je gieter is voldoende om grote ellende te kunnen veroorzaken. Ook kan er per ongeluk iets op vallen waardoor een apparaat zijn warmte niet meer kwijt kan (voedingen, vsa’s, etc.).
-Indien mogelijk hang je zoveel mogelijk zaken buiten een tent of hok. De reden is dat het nog wel eens behoorlijk vochtig kan zijn binnen, wat een corroderende werking kan hebben op de aansluitingen.
-Hang componenten nooit op aan de stroomkabel.
Lampen en eventuele voorschakelapparatuur (VSA)
Als er één component is waar je goed mee moet oppassen, dan is het wel een VSA i.c.m. een HPS lamp. Menigeen wordt doodzenuwachtig van die apparaten door de hoge opstartpieken en de temperatuur die ze aannemen. Wil je persé kweken met HPS, kies dan alsjeblieft voor een EVSA. Ze kosten wat meer, maar ze worden over het algemeen handwarm, zijn degelijk omsloten en zijn bovendien efficiënter.
Let op, zowel een magnetische ballast (VSA) als een elektronisch/digitale ballast (EVSA) dien je te schakelen met een daarvoor geschikt relais! Voor sommige EVSA’s kun je een extra controller kopen waardoor je geen opstartpiek meer hebt, helaas zijn ze vaak duur. Ditzelfde geldt trouwens als je meerdere TL-, spaar- of T-Neon lampen wilt schakelen. Zie het kopje Tijdschakelklokken voor meer informatie.
image_281606.jpg
slechte verbinding VSA smelt weg, tevens de aarde niet aangesloten
Ga geen kweeklampen dimmen met een lampendimmer tenzij er expliciet door zowel de fabrikant van de lamp als van de dimmer wordt aangegeven dat dit kan met dat type lamp. In bijna alle gevallen kan een lamp hier niet tegen en kunnen de opstartpieken de dimmer corrumperen.
Denk er aan dat je de juiste ballast gebruikt i.c.m. de juiste lamp. Als de vermogens (wattages) niet overeenkomen kan dit nare gevolgen hebben. Steek dus geen 250W lamp op een 600W ballast of vice versa, ook al lijkt dit (eventjes) te werken.
Een VSA is bij uitstek een apparaat dat lastig op te hangen is omdat hij zwaar is en erg heet kan worden. De ondergrond dient onbrandbaar te zijn en een slechte warmtegeleiding te hebben. Zelfs het gebruik van kunststof pluggen is twijfelachtig omdat deze door de warmte de verbinding kunnen verzwakken. In beton of steen is het aan te raden om metalen ankers te gebruiken. Op andere ondergronden moet je een montageplaat gebruiken van onbrandbaar materiaal dat tevens de warmte slecht geleid, denk aan leisteen of een dubbele gipsvezelplaat. Een andere veel gebruikte methode is om een materiaal te gebruiken dat juist wel de warmte goed geleidt, zoals aluminium plaat. Nadeel is echter dat bij voldoende vermogen deze plaat ook gloeiend heet wordt met alle mogelijke gevolgen van dien. Gebruik degelijke schroeven of draadeinden gezien het gewicht van een VSA.
Omdat elke lamp in hoogte moet kunnen worden versteld, gebruik je betrouwbare kettingen of instelbare hangers die aan stevige haken of stangen vastzitten. Verzeker jezelf ervan dat deze hangers de last van jouw lamp aankunnen, zeker LED-lampen of lampen met een ingebouwde VSA kunnen behoorlijk looiïg zijn.
Veel mensen gebruiken katrollen (ratchets) om een lamp mee op te hangen. Zorg dat deze katrol altijd vastzit aan de lamp en niet aan het ophangpunt aan het plafond, zeker als de lamp aan de zware kant is. Als je hem aan het plafond vastmaakt, trek je feitelijk met 2x het gewicht van je lamp aan je plafond tijdens het instellen.
Laat de uiteinden van je hangers of kettingen nooit los hangen; ze kunnen tegen je hete lamp komen, een koelventilator doen vastlopen of indien van metaal (kettingen) zelfs kortsluiting veroorzaken of onder stroom komen te staan. Zorg dat de stroomkabels nooit strak komen te staan of op je lamp(enkap) liggen. Check eventuele stekkerverbindingen goed als je een lamp laat zakken. Bedenk je wat er kan gebeuren als er onverhoopt een hanger het begeeft. Als je echt veilig wilt zijn kun je eventueel een secundaire ophanging maken.
Sommige kappen uit aluminiumplaat of staalplaat zijn vlijmscherp. Dit kan hele nare gevolgen hebben als je hem aanstoot met je schedeldakkie of erger nog, je oog. Koop ze niet of bescherm de randen bijvoorbeeld met aluminiumtape (in ieder geval iets wat onbrandbaar en hittebestendig is). Iedere kweker heeft zijn lamp wel eens aangetikt, vroeg of laat gaat het je gebeuren.
Wat je ook verder doet, zorg dat elk apparaat goed zijn warmte kwijt kan!
Tijdschakelklokken
Een vastgelopen tijdklok die niet meer uitschakelt komt vaak voor. De combinatie van componenten bestaat dan niet zelden uit een (E)VSA en een analoge of digitale tijdschakelklok. Deze componenten veroorzaken hoge opstartstromen waardoor de schakelcontacten in de klok vast kunnen lassen of beschadigd raken waardoor het contactoppervlak verkleint. Dit geldt dus ook voor andere lampen waar een voorschakelapparaat in zit, zoals TL, spaarlamp of T-Neon. Er zijn genoeg verhalen te vinden op aquariumfora waarin een schakelklok vastliep door een paar lullige TL-balkjes. In tegenstelling tot wat men denkt kunnen LED-lampen soms ook hoge inschakelstromen genereren. Het is gezien de beschikbare informatie moeilijk om een duidelijk advies te kunnen geven over of en wanneer je bij LED een relais zou moeten gebruiken. Als je flink wat vermogen wilt gebruiken (500W of meer) en zo veilig mogelijk wilt zitten, gebruik deze dan sowieso.
Als een tijdschakelklok vastloopt, blijven er niet alleen componenten aan staan op momenten dat jij er van uitgaat dat ze uitstaan, maar er bestaat altijd een kleine kans dat de tijdklok zo heet wordt dat dit brand kan veroorzaken.
Sommige leveranciers van kweekbenodigdheden beweren dat hun tijdschakelklokken gebouwd zijn voor lampen met een opstartpiek, maar of dat echt kan is niet met zekerheid te zeggen. Zo zijn momenteel de Lumii heavy-duty schakelklok en de plug-and-grow klok populair omdat deze vrij goedkoop zijn t.o.v. een schakelklok met degelijk relais. Om een idee te krijgen, Gavita stelt dat hun digitale ballast van 400W een opstartstroom heeft van minder dan 25A, hun ballast van 600W minder dan 40A. Dit alles geeft op zijn minst te denken. Er wordt hier niet beweerd dat ze niet veilig zijn, maar als je twijfelt kies dan iets wat zich al redelijk goed bewezen heeft.
De meest veilige manier om lampen met een opstartpiek te schakelen, is met een degelijk relais (elektrische schakelaar) dat geschikt is voor dit doel. Als je dit zo nodig zelf wilt bouwen en je hebt kennis van installatietechniek, dan zijn daar genoeg bronnen voor te vinden. Voor de meeste mensen geldt echter dat je beter gewoon een kantenklare schakelklok met relais koopt, zoals bijvoorbeeld door DAVIN wordt gemaakt. Een andere oplossing is dat sommige fabrikanten van EVSA's controllers kunnen bijleveren waarmee o.a. voorkomen wordt dat je hoge opstartstromen hebt.
Voor andere componenten waar je een schakelklok op wilt zetten is een relais niet snel benodigd. Kijk wel goed hoeveel vermogen een schakelklok aan kan voordat je hem gebruikt. Het is beter om te kiezen voor een merk zoals bijvoorbeeld Grasslin of LeGrand dan voor een huismerk van de bouwmarkt. Als je desondanks voornemens bent om er toch enkele TL's, spaarlampen of T-Neon-lampen direct mee te schakelen, controleer dan of de leverancier een expliciete uitspraak over het maximale vermogen voor dit soort lampen doet in de handleiding. Is dit niet beschikbaar, doe het dan niet.
Als laatste een puntje van aandacht: veel schakelklokken onderbreken slechts één van de twee polen. Let er op dat je bij je lampen controleert dat je de fase onderbreekt en niet de nul. Als je bijvoorbeeld een TL-buis uitschakelt door de nul te onderbreken, dan blijft deze vaak een nauwelijks waarneembare hoeveelheid licht produceren of gaat flikkeren, vaak hoor je de VSA ook licht brommen. Dit komt doordat er een kleine lekstroom van de fase naar de aarde kan blijven lopen. Of dit direct een onveilige situatie oplevert is twijfelachtig, maar om de bloeicyclus niet te verstoren is het alleen al de moeite om te controleren of je je stekker niet beter andersom in je tijdklok kunt steken.
Verwarming
Elektrische heaters zijn soms nodig, maar het blijven apparaten die gezien het grote vermogen en de hoge temperaturen risico's met zich meebrengen. Zeker convectie of straalkachels worden loeiheet waardoor je jezelf er aan kunt branden, maar ook ventilatorkacheltjes zijn niet zonder gevaar als ze niet vrij opgesteld staan. Veel van deze kachels zijn ongeschikt om zonder toezicht aan te zetten, doe dit alleen als de handleiding expliciet vermeldt dat dit mag. Vergis je ook niet in hoeveel vermogen een klein kacheltje vraagt, dat is al snel 2000W of meer. Een elektrisch kacheltje moet je daarom ook eigenlijk altijd aansluiten met een dikke 2,5mm2 kabel. Het behoeft verder geen uitleg dat water en een kachel slecht samengaan. Zorg dat je kachel in ieder geval is voorzien van fijne tralies of gaas, zodat bijvoorbeeld een rondvliegend stukje papier of een insect zoals een mot niet makkelijk bij het verwarmingselementen kan komen.
Afzuigers, slangen, koolstoffilters en thermostaten/toerentalregelaars
Een goede afzuiger moet voorzien zijn van een ingebouwde thermische beveiliging, zodat deze niet te warm kan worden bij een defect.
Plak de uiteinden van met glaswol geïsoleerde slangen af met duct-tape. De vezels kunnen langdurige irritatie geven bij aanraking of inademing. Vergewis je ervan dat een brand zich kan verplaatsen via het gat in de muur waar hij je ruimte verlaat.
Hang de ventilator op met riemen of rubbers. Als de ventilator erg trilt en je kunt dit niet verhelpen met een eventuele toerenregelaar, twijfel dan niet en gebruik hem niet. De trillingen kunnen niet alleen opgemerkt worden, maar ze kunnen een (elektrische) verbinding ook langzaam corrumperen. De eventuele thermostaat met toerenregelaar kun je in je tent hangen met tie-rips of iets anders dat stevig is. Stel het toerental van je afzuiger overigens nooit zo laag in dat deze bromt en nauwelijks op gang kan komen.
Gebruik geen lampendimmer om je afzuiger te regelen, aangezien deze niet gemaakt is voor inductieve belastingen en dus kapot kan gaan.
Een eventuele thermostaat met toerenregelaar voor je afzuiging kun je zo instellen dat het aantal toeren voor een abnormale boventemperatuur nul bedraagt. Bij een eventuele brand zal de ventilator stoppen het aanzuigen van zuurstofrijke lucht. Je laat in dit geval de afzuiging dus altijd draaien op het ingestelde toerental voor de ondertemperatuur.
Een koolstoffilter kan behoorlijk zwaar zijn, houd hier rekening mee als je hem gaat ophangen.
Luchtbevochtigers en ventilatoren
Zorg dat je je luchtbevochtiger goed instelt, zodat je niet straks allemaal condensdruppels aan het plafond ziet hangen. Richt de nevel nooit op je lamp of je ventilator.
Ventilatoren moeten degelijk en vrij hangen, zodat ze niet kunnen vallen of dat er zaken in kunnen komen die hem vast laten lopen. Als je laagspanning koelerfans gebruikt, zorg er dan voor dat je een goede voeding gebruikt en dat soldeerverbindingen voorzien zijn van krimpkousjes.
Overige zaken
Sommige kwekers maken gebruik van op afstand bedienbare schakelaars (bv. KlikOn). Deze schakelaars zijn hoogstwaarschijnlijk niet geschikt voor piekstromen, dus wees gewaarschuwd. Check in ieder geval altijd het maximale vermogen dat je er mee mag schakelen.
BRANDDETECTIE EN BLUSMIDDELEN
Hoe goed je ook je best doet om brand te voorkomen, er bestaat altijd een kleine kans dat het gebeurt. Voor die mogelijkheid moet je goed voorbereid zijn. De brand moet gedetecteerd worden, de elektrische bron moet uitgeschakeld worden en er moet geblust worden.
Rookmelders en hittemelders
Een (optische) rookmelder gaat af wanneer rookdeeltjes worden gedetecteerd. Een hittemelder gaat af wanneer de temperatuur richting de 60°C gaat. De hittemelder gebruik je in ruimtes die niet echt geschikt zijn voor een rookmelder, zoals in een klein tentje. Er zijn hiervoor meerdere redenen:
- een rookmelder mag je niet te dicht in de buurt van een lamp plaatsen, omdat het licht de werking kan beïnvloeden.
- de rook kan de melder mogelijk niet bereiken doordat de luchtstromen beïnvloed worden door ventilatoren en afzuigers.
- een smeulende brand kan in eerste instantie rookloos plaatsvinden, waardoor je kostbare tijd verliest.
- sommige dimmers kunnen de werking verstoren, aanbevolen wordt om een afstand van ca. 1 meter aan te houden.
- de welbekende varenrouwmug of ander vliegend ongedierte kan je rookmelder doen afgaan.
Uiteraard houdt niemand je tegen om zowel een hittemelder als een rookmelder in je hokje te hangen. Beide hang je hoog en centraal op aangezien hitte en rook omhoog willen. Denk wel aan hoe de luchtstroom in je tentje loopt, dus hang ze bijvoorbeeld niet boven/achter je filter maar liever er vlak naast of er onder. Zorg dat je deze melders kunt horen buiten de ruimte of maak gebruik van draadloos communicerende rookmelders; als er één rook/hitte detecteert zullen alle melders in het pand een signaal afgeven.
Hang verder een tweede rookmelder buiten de tent, minimaal 1 meter van de muur en in de buurt van je tent en elektra. En als je toch bezig bent, voorzie het hele huis er dan meteen van. Raadpleeg verder de handleiding die bij je melder zit, hierin staat meer informatie over waar en waar niet deze te plaatsen.
Er bestaan tegenwoordig ook slimme stekkers, alhoewel nog moeilijk te vinden en duur, die uitslaan en een alarm afgeven als er direct rook en/of hitte wordt gedetecteerd of indirect door een draadloos communicerende melder. Deze kun je in het stopcontact steken waar je vervolgens verder alle andere apparatuur op aansluit. Zorg wel dat je controleert hoeveel vermogen er door deze stekker geleid mag worden. Het is niet bekend of ze goed blijven werken als je lampen met een hoge piekstroom in je opstelling hebt zitten. Dit is eventueel te ondervangen door hem een relais te laten schakelen.
Thermostaatstekker
Eigenlijk zou je dit standaard moeten gebruiken in elke opstelling. Het principe is heel simpel, een tussenstekker met een losse sensor, die je plaatst voor al je kweekcomponenten, schakelt de stroomvoorziening af als de temperatuur in je kweekruimte abnormaal hoog wordt. Door de inschakeltemperatuur belachelijk laag te kiezen zal de stroom daarna ook niet meer inschakelen. De meest voor de hand liggende redenen voor een abnormaal hoge temperatuur zijn een defecte afzuiging, een vastgelopen verwarmingsthermostaat of een component/kabel die om wat voor reden dan ook abnormaal warm wordt of wellicht zelfs al in brand staat. Stel hem in op 35°-40°C, stellen je plantjes ook erg op prijs. Een eventuele brandhaard zal niet verder gevoed worden en vlammen worden niet extra aangewakkerd door vers aangezogen lucht. Zorg wel dat er een alternatieve lichtbron blijft, zodat je niet in het pikkedonker staat als je polshoogte wilt nemen. Het is onbekend of een dergelijke stekker goed om kan gaan met de piekstromen van lampen aangezien ze vooral gebruikt worden voor apparaten met een ohmse belasting (bv. Kacheltjes). Een idee is dan om deze stekker te combineren met een degelijk relais. Test de stekker in ieder geval af en toe of hij nog werkt.
Automatische brandblussers
Mocht er onverhoopt toch brand ontstaan, dan kan een automatische brandblusser een hoop ellende voorkomen. Besef wel dat blussen weinig zin kan hebben als de elektrische bron nog van stroom voorzien blijft. Er zijn drie soorten die veel gebruikt worden:
- MABO: dit is een met blusvloeistof gevulde capsule die bij verhitting boven de 85°C barst. Nadeel is dat er een behoorlijke hitteontwikkeling moet zijn voordat dit punt bereikt wordt, mogelijk is een brand dan al doorgeslagen. Gebruik deze daarom alleen in een kleine, afgesloten kweekruimte die snel kan opwarmen, want hij zal niet voldoende snel opwarmen in een grote open ruimte.
- Fire KnockOut-box (FKO): een met blusvloeistof gevulde container die bij contact met open vuur vrijwel direct ontploft. De vloeistof koelt en heeft een brandvertragende werking. De klap kan schade veroorzaken, maar de vraag is of het doel het middel niet heiligt. Als de vlammen de lont niet raken kan het ook bij deze blusser lang duren voordat hij afgaat, dus hang hem op een logische plaats.
- Poederblusser met sprinklerkop: een poederblusser die bij voldoende verhitting in werking treedt. Nadeel is dat het poeder nauwelijks op te ruimen is, ook niet met de stofzuiger, bovendien is het funest voor elektrische apparatuur. Een ander nadeel is dat je deze blussers regelmatig moet controleren omdat de cilinder langzaam zijn druk kan verliezen.
image_281598.jpg image_281599.jpg image_281600.jpg
v.l.n.r. Mabo, Fire Knock-Out en Automatische blusser met sprinklerkop
Automatische blussers monteer je stevig zodat ze niet op de grond vallen bij brand. Bij voorkeur doe je dit op de volgende plaatsen:
- Bovenin je tent/hok, liefst boven je lamp
- Aan het plafond in de kweekruimte
- Boven een eventuele VSA
Volg verder de instructies die meegeleverd worden.
Handblusmiddelen
Het is altijd goed om een handblusser in huis te hebben. Het liefst op elke verdieping en in elk apart gebouwtje, doe jezelf en je gezin een plezier en investeer hier in.
Stel de handblusser op in de buurt van de toegangsdeur van je kweekruimte. Waarom? Uit onderzoek blijkt dat mensen in nood dezelfde weg als ze gekomen zijn als vluchtweg nemen, waardoor je hem vanzelf tegen het lijf loopt als je brand constateert in je ruimte en in paniek raakt. Met de brandblusser in de hand kun je besluiten om de brand te gaan blussen als dit geen onnodig groot risico met zich meebrengt.
De beste keuze is een schuimblusser (AFFF, aqua film forming foam) met een inhoud van minimaal 6 liter, want niets is vervelender dan dat je het brandje bijna uit hebt en je blusser blijkt leeg te zijn. Als geld echt een issue is, dan kun je ook voor een poederblusser gaan. Wees echter gewaarschuwd voor de schade achteraf, het flinterdunne poeder is nauwelijks op te zuigen en kan je elektrische apparatuur in huis beschadigen. Controleer bij deze blusmiddelen regelmatig of de druk nog voldoende is.
Lees goed vooraf hoe je je blusser moet gebruiken, zodat je niet staat te klooien als je hem echt nodig hebt.
Overige maatregelen
Denk ook eens aan de mogelijkheid om een ip-camera in je kweekruimte te hangen. Met een beetje handigheid kun je deze zelfs van buiten jouw huis benaderen en zien hoe alles er bij staat. Er bestaan zelfs systemen waarmee je op afstand allerlei zaken op afstand kunt uitlezen of in en uitschakelen via je smartphone. Deze kosten wel flink wat geld en zijn eigenlijk meer voor de echte controlfreak bedoeld.
TESTRUN
Als alles klaar is moet je een uitgebreide test-run draaien, waarbij alles in en uitschakelt zoals je bedoeling is. Controleer hierbij of je componenten, kabels en verbindingen niet warmer worden dan de bedoeling is en of alles stevig vast blijft zitten.
PREVENTIE EN CONTROLE TIJDENS DE KWEEK
- controleer maandelijks je rook-/hittemelders en de druk in je blusmiddelen
- controleer wekelijks de warmteontwikkeling van kabels, componenten en verbindingen.
- controleer wekelijks de bevestigingen van alle componenten en kabels
- controleer wekelijks alle schakelende componenten of ze nog schakelen (thermostaatstekker, relais, tijdschakelklok etc.)
- ruim je hok altijd netjes op. Hiermee verminder je de hoeveelheid brandstof in de ruimte en verklein je het risico op valpartijen.
- indien mogelijk licht je een huisgenoot in dat je in de kweekruimte bent. Door het soms heimelijke karakter van de ruimte voorkom je dat je veel te laat gevonden wordt als er onverhoopt iets met je gebeurt.
Zorg bovendien dat er altijd een tweede persoon van jouw kweekruimte weet. Mocht er onverhoopt iets misgaan in de ruimte dan kan die eventueel voor jou ingrijpen mocht je daartoe niet zelf in de gelegenheid zijn.
- gebruik binnenshuis geen dierlijke mestproducten of compost waar dierlijke resten in zijn verwerkt voor je kweekmedium. In een warme en vochtige omgeving creëer je zo een ideale voedingsbodem voor allerlei bacteriën en schimmels die gevaarlijk voor je kunnen zijn. Toevoegen van menselijke mest (ja, dit gebeurt) is al helemaal vragen om problemen.
- gebruik geen nare pesticiden of chemicaliën. Als je er niet omheen kan, doe dit dan zorgvuldig, volg de aanwijzingen op de verpakking goed op en gebruik beschermingsmiddelen. Zorg verder dat de kleine er niet bij kan. Knoeien met je pH- bijvoorbeeld kan nare gevolgen hebben, aangezien het sterk geconcentreerde zuren zijn (fosforzuur of salpeterzuur!!). Gebruik daarom altijd handschoenen van rubber of nitril en een veiligheidsbril, want dit soort middelen vreet echt letterlijk door huid en botten heen. Indien er toch wat misgaat moet je direct spoelen met heel veel water.
image_281603.jpg image_281604.png
Bij alles wat je gebruikt moet je jezelf minimaal drie keer afvragen wat de gevolgen zijn voor je eindproduct en hoe gezond dit nog voor je is. Bedenk dat er genoeg biologische middeltjes zijn die effectief kunnen zijn, alhoewel biologisch niet gelezen moet worden als dat het ook goed voor jou is. Informeer jezelf dus altijd goed over eventuele gezondheidsrisico's van middelen en bij de minste twijfel gebruik je het niet. Gooi overigens door toprot (botrytis) aangetaste toppen zonder aarzelen weg, het inademen of roken van de schimmel kan in bepaalde gevallen zeer slecht uitpakken voor je gezondheid.
- kijk uit voor een eventuele gloeiend hete lamp als je met je plantjes bezig bent. Gebiologeerd door al het groen let je even niet op en tik je hem zo aan. Gebruik verder een speciale bril als je bang bent voor beschadiging van je ogen door felle lampen.
- kijk uit met watergeven, geef het niet alsof je een kopje Marokkaanse thee aan het inschenken bent. Als je gaat sprayen, kijk dan uit voor je lampen en andere elektrische apparatuur, zeker als die een aanzuig hebben.
- alhoewel het niet tot de scope behoort.... als je je eindproduct gaat verwerken tot wietolie voor medicinale doeleinden, de meesten zullen dit doen met ethanol of een andere vluchtige stof, zorg dan voor voldoende ventilatie en doe het niet op open vuur!! Er zijn in den lande meerdere ongelukken gebeurd met mensen die hun concentraat uitdampten op een gaspit!!
- gebruik handschoenen als je aan de slag gaat in je kweekruimte, zoniet was dan in ieder geval je handen goed nadat je klaar bent in je kweekruimte. Bacterien, schimmels en chemicalien krijgen zo weinig kans om jou of anderen schade te berokkenen.
EN DAN NOG DIT…
Documenteer en fotografeer/film je totale ruimte met alles wat daarin staat tot in detail. Scan bonnetjes en rekeningen in, evenals handleidingen als je die niet digitaal kunt vinden. Sla deze data op een plaats op waar men bij een huiszoeking niet bij kan en dat niet door een brand verwoest kan worden, hoe dat mag je verder zelf weten. Mochten er ooit problemen zijn dan kun je i.o.m. een advocaat bepalen om delen van die data over te dragen als dat gunstig is voor jouw zaak. Het is voorstelbaar dat een rechter kan bepalen dat de brand in ieder geval niet door grove nalatigheid is ontstaan. Aan de andere kant kan een rekening van 8 jaar geleden hem doen concluderen dat je al 8 jaar stelselmatig kweekt en kan je daarom harder straffen. Hoe het ook zij, een jurist kan hier t.z.t. beter over oordelen.









Comment